Je ziet het niet dagelijks in de Kamer. In de commissievergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zijn de Kamerleden van links tot rechts het eens: de Wet betaalbare huur moet op de schop.
Dat gaat deels ook gebeuren. Daarvoor worden de oude plannen van Mona Keijzer afgestoft. Tijdelijke huurcontracten worden vaker toegestaan, de WOZ-waarde drukt zwaarder op de huurprijs, terwijl het ontbreken van buitenruimtes de huursom juist niet meer verlaagt.
Woonminster Boekholt-O’Sullivan (D66) voegde zelf nog een voorstel toe: verhuurders mogen langer een hogere huur vragen voor een nieuwbouwhuis. Dat geeft investeerders voor een langere periode extra ruimte voor de bouw van nieuwe middenhuurwoningen, is het idee van de bewindsvrouw.
'Evaluatie komt te laat'
De voorlopige maatregelen van Boekholt-O’Sullivan lijken op een meerderheid te kunnen rekenen, maar van links tot rechts willen de Kamerleden meer. Voor rechtse partijen moet de wet zo goed als ontmanteld worden, linkse partijen vinden juist dat meer regulering nodig is.
Inzet van het commissiedebat van woensdag 3 juni is de reeks versoepelingen die woonminister begin dit jaar aankondigde. De wet is niet perfect, erkent ze. Tegelijkertijd wil Boekholt-O’Sullivan geen verregaande wijzigingen doorvoeren en wijst – tot irritatie van Kamerleden – op de geplande evaluatie van de wet in 2027. Kan het niet sneller, vragen de commissieleden. Volgens de VVD is evaluatie niet nodig. Volgens de liberalen is het evident dat de wet niet werkt.
Wat de situatie van Boekholt-O’Sullivan ingewikkelder maakt, is dat het kabinet-Jetten in de Tweede Kamer en de Senaat geen meerderheid heeft. Ze heeft de oppositie nodig. In het debat zelf zijn coalitiepartijen ook opvallend kritisch. In de antwoorden van de D66-minister schemert door dat ze ‘ruimte laat aan de Kamer’ om verbeterpunten aan te leveren op haar plannen.
PVV heeft spijt
‘Het geduld met de minister begint op te raken’, zegt Ranjith Clemminck van JA21. De Wet betaalbare huur is in zijn ogen de 'wet onbetaalbare huur' geworden. Hij noemt voorbeelden van verhuurders die maar zo’n tweeduizend euro per jaar aan rendement overhouden. ‘Dat is geen doen.’
De PVV stemde eerder voor de Wet betaalbare huur, maar heeft daar inmiddels spijt van. ‘Het doel van de wet was goed: excessen tegengaan', aldus Kamerlid Jeremy Mooiman. 'De nadelen wegen inmiddels op tegen de voordelen. Huurders én verhuurders moeten niet tegen elkaar opgezet worden. De echte problemen liggen bij box-3.’
Volgens Robin van Leijen (D66) zit de pijn niet alleen bij box 3, maar gaat het om een totaalpakket: de rechten van huurders moeten worden beschermd, er moet fors meer worden gebouwd én de middenhuur moet toegankelijk zijn voor een breed publiek.
'Buitenlands kapitaal heeft geen paspoort'
D66 is volgen Van Leijen ‘niet blind’ voor de effecten van de Wet betaalbare huur en het Kamerlid is ‘bereid om over zijn schaduw heen te stappen’ en te erkennen dat er hiaten in de wet- en regelgeving zitten. Het gaat om balans: ‘Huurders beschermen én een goed investeringsklimaat voor voldoende woningen.’
De vrije huursector kreeg in de afgelopen jaren ‘te veel ruimte’, vindt Habtamu de Hoop van PRO. ‘De commerciële markt zou het probleem oplossen. Dat is niet gebeurd.’ Hij wijst op het feit dat 114 van de 150 Kamerleden instemden met de wet: een brede consensus.
De Hoop clasht daarop met VVD’er Jurgen Nobel. ‘De Hoop komt altijd met feiten om zijn verhaal te ondersteunen, nu misbruikt hij die', aldus Nobel. 'De gemiddelde huren waren niet te hoog. Ideologische verschillen zijn mooi, maar we hebben nu buitenlands kapitaal nodig. Want dat heeft geen paspoort. En Nederland heeft 4 miljard nodig voor de vrije huursector.’
De Hoop, daarop: ‘Mensen mogen van ons investeren in vastgoed, zeker. Maar die markt gaan we wel reguleren. Je hebt private verhuurders nodig, maar óók corporaties. En onze voorstellen voor die laatste groep worden steeds weggestemd door de coalitie.’
De conclusie van De Hoop is dat partijen die vóór de Wet betaalbare huur stemden nu schrikken van de effecten en daarom nu kiezen voor een ‘paardenmiddel’ om de wet af te zwakken. Wat de huurders ten nadele komt.
Lapmiddel
We aanschouwen een ‘wooninfart’, zegt Nobel. ‘Het doel van de wet is goedbedoeld, maar helaas zijn onze zorgen toch waarheid geworden. De minister heeft goede eerste stappen gezet, nu moeten we doorpakken.’
De VVD wil daarom tijdelijke huurcontracten van drie á vijf jaar voorstellen, als een lapmiddel zodat in de tussentijd de ‘fiscaliteit opgelost kan worden'.
‘De discussie moet niet alleen gaan over een huis, maar ook een thuis', zegt minister Boekholt-O’Sullivan. 'De huren moeten betaalbaar zijn voor de middeninkomens én verhuurders moeten een redelijk rendement kunnen behalen.’
Minister kiest geen partij
Boekholt-O’Sullivan weigert naar eigen zeggen huurders en verhuurders tegenover elkaar te zetten. 'Ik kies niet partij, ik kies voor hun allebei’, zegt ze als de VVD haar maant tot sneller en radicaler ingrijpen. En, benadrukt ze, de wet heeft ook goede kanten: huurders hebben nu meer bescherming. ‘We moeten niet te ver gaan om hun positie te verzwakken.'
We moeten bouwen én we hebben de particuliere verhuurder gewoon nodig”
De woonminister gaat ook niet mee in het verhaal van de VVD dat de ‘hele middenhuur verdampt’: ‘In de cijfers zien we dat we over de piek van de golf van uitponding zijn. Ik ga ervan uit dat een daling wordt ingezet. We moeten bouwen én we hebben de particuliere verhuurder gewoon nodig. Zij beheren 1,2 miljoen woningen. Daar moeten we niet lichtzinnig over doen.’







