nieuws

‘Deltaplan duurzame renovatie maakt gebouwde omgeving Paris-proof’

Beleggingen

Het Klimaatakkoord voor Parijs maakte duidelijk dat grote stappen nodig zijn om de wereldwijde klimaatverandering af te remmen. Het akkoord vormde voor de Dutch Green Building Council aanleiding om een plan te ontwikkelen om de energietransitie voor de gebouwde omgeving te versnellen: het Deltaplan Duurzame Renovatie. Het plan staat inmiddels stevig in de steigers. ‘Nu is het tijd voor actie’, stellen directeur Annemarie van Doorn en programmamanager Martin Mooij.

‘Deltaplan duurzame renovatie maakt gebouwde omgeving Paris-proof’
DGBC-directeur Annemarie van Doorn, beeld: Harmen de Jong

‘We zijn druk geweest met het betrekken van organisaties bij dit plan’, aldus Annemarie van Doorn. ‘Dat is gelukt. Ruim 100 partijen vinden het de hoogste tijd om de verduurzaming van de gebouwde omgeving te versnellen met een Deltaplan Duurzame Renovatie. Verschillende werkgroepen ontwikkelen een roadmap hoe de vastgoedsector en de bouw te informeren over het Paris proof maken van bestaand vastgoed.’

Sinds de presentatie van het Deltaplan in mei 2017 zijn vijf werkgroepen aan de slag: voor kantoren, retail, logistiek, scholen en zorg. Directieleden van gerenommeerde partijen staan aan het roer van deze werkgroepen. Zo maakt voormalig CEO van Colliers Jaap van Rhijn – nu programmadirecteur bij zorgaanbieder Cordaan – zich als werkgroepvoorzitter hard voor het verduurzamen van kantoren en Anneke de Vries van Ahold Vastgoed leidt de werkgroep Retail. Aan het hoofd van de werkgroep Logistiek staat Jeannette van Antwerpen van SADC.

Van Doorn: ‘Ik ben blij met de versnelling in het verduurzamen van scholen en de zorg, onder voorzitterschap van respectievelijk Ewoud van der Sluis van Hevo en Philip Blaauw van Innax. Vooral omdat het onderwijs en de zorgsector op voorhand geen natuurlijke partners van de DGBC zijn. Ook is in alle werkgroepen de overheid vertegenwoordigd, met experts afkomstig van onder andere RVO Nederland. We werken dus aan een plan dat door de markt en de overheid wordt gedragen.’

Vanaf het begin een breed draagvlak

Al vanaf de introductie van het Deltaplan Duurzame Renovatie tijdens de Nationale Klimaattop in oktober 2016, is er sprake van een breed draagvlak. Bijvoorbeeld ook vanuit brancheorganisaties als Bouwend Nederland en Uneto-VNI en de overheid. Zo stellen Ed Nijpels van het Energieakkoord en Bernard Wientjes van de Bouwagenda dat het Deltaplan Duurzame Renovatie een belangrijke rol speelt bij de energietransitie van de bestaande gebouwde omgeving. DGBC heeft zich met het Deltaplan Duurzame Renovatie verbonden aan deze programma’s.

Het belang van een versnelling in de energietransitie van de gebouwde omgeving blijkt ook uit het vorig jaar verschenen regeerakkoord. Energie en klimaat vormen weliswaar één van de vier hoofdlijnen van het kabinetsbeleid voor de komende jaren. Maar wat betreft de gebouwde omgeving wordt in het regeerakkoord vooral aandacht voor woningbouw gevraagd en veel minder voor utiliteit. ‘Utiliteit is in het beleid een blinde vlek’, aldus Van Doorn. ‘Terwijl de gebouwde omgeving verantwoordelijk is voor 40 procent van de landelijke CO2-uitstoot. We kunnen dus niet doorgaan zoals we nu doen. We kunnen het ons zelfs niet veroorloven het ietsje minder slecht te doen dan we deden. Daarvoor is het probleem te groot en te urgent. De sector zal dus zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.’

Martin Mooij

Martin Mooij, programmamanager van het Deltaplan Duurzame Renovatie

Programmamanager van het Deltaplan Martin Mooij is verantwoordelijk voor de inhoudelijke invulling van het Deltaplan Duurzame Renovatie. Hij benadrukt dat het plan niet iets is van de eigen achterban of van de DGBC, maar van ons allemaal. ‘We moeten onvoorwaardelijk kennis en ervaring, maar ook data, met elkaar gaan delen. Dat is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk als we willen dat de energietransitie slaagt.’

Stip op de horizon: Paris proof

DGBC heeft een stip op de horizon gezet. Mooij stelt: ‘Waar hebben we het over als gebouw voldoet aan de Parijse klimaatdoelstellingen? Wanneer is een gebouw Paris proof? We hebben dat voor kantoorgebouwen berekend en zijn dat naar andere typen vastgoed aan het vertalen.’ Uit deze berekening blijkt dat een kantoorgebouw dat Paris proof  is, maximaal 50 kWh per vierkante meter mag verbruiken, aangenomen dat het potentieel van alle bekende hernieuwbare energiesoorten in ons land in 2050 ten volle worden benut.

Dat betekent dat een verplicht C-label in 2023 en A-label in 2030 onvoldoende is om de Parijse doelstellingen te halen. ‘Het is een begin’, vertelt Van Doorn. ‘Maar als je het goed doorrekent en in lijn brengt met de Parijse klimaatdoelstellingen lang niet ambitieus genoeg.’ Mooij vult aan: ‘We hebben onze Paris proof-berekeningen voorgelegd aan een groep van experts. Die reageerden positief. Met dit gegeven kunnen we de koers uitzetten voor de komende jaren. Niet alleen voor kantoren, maar ook voor andere type utiliteitsgebouwen.’ De koers wordt momenteel vastgelegd in roadmaps die worden besproken met de vastgoedsector en de bouw, met de overheid en met brancheorganisaties. Mooij: ‘De weg naar Parijs vraagt om een brede en gezamenlijke aanpak.’

Goede data en monitoring ontbreken

Naast het zetten van een gezamenlijke stip op de horizon is het essentieel om goed inzicht te krijgen in het huidige energiegebruik van gebouwen. Mooij: ‘Op dit moment ontbreken goede data en monitoring. Dat maakt het voor eigenaars en met name beleggers in vastgoed, die vooral naar de lange termijn kijken, vrijwel onmogelijk om plannen te maken; niet alleen op gebouwniveau, maar vooral ook op portefeuilleniveau.’

Wat zou helpen in het creëren van transparantie in het energieverbruik, is dat eigenaars en gebruikers verplicht zouden moeten worden gesteld hun energiegebruik openbaar te maken. ‘Voor eigenaars en gebruikers blijkt het belangrijk te zijn hun energieprestaties te kunnen vergelijken met die van anderen. Er zal dus een benchmark moeten komen’, zegt de programmamanager.

Aanpakken van de split incentive

Het zou helpen als de zogeheten split incentive wordt aanpakt. Mooij: ‘Dat is een terugkerend probleem. Zolang een eigenaar van het gebouw investeert in energiebesparende maatregelen, terwijl de huurder daarvan profiteert door een lagere energierekening, gebeurt er eenvoudigweg niets. Een oplossing hiervoor is all-in huren, waarbij de huurprijs en energierekening niet langer van elkaar gescheiden zijn. Iets wat in het buitenland vaak al heel gewoon is en waarvoor de werkgroep Kantoren een voorstel uitwerkt. ‘We gaan dit voorstel aanbieden aan beleidsmakers en de verantwoordelijke ministers.’

Werken aan maatschappelijk besef

Volgens Van Doorn en Mooij kan de transitie versnellen als het besef groeit dat een duurzaam gebouw meer oplevert: ‘Nu al leveren kantoren en retail met een groen energielabel 10 procent meer huur op dan andere kantoren. Wat zou er gebeuren als dit vastgoed Paris proof is? In de woningbouw hebben we in de afgelopen jaren gezien wat zogeheten nul-op-de-meter woningen met de vraag en het aanbod hebben gedaan. Zoiets moet toch bij kantoren ook kunnen? Het Deltaplan Duurzame Renovatie moet partijen een aantal praktische handreikingen doen. Tools waarmee je niet alleen eenvoudig het energieverbruik vaststelt en wat er nodig is om dat verbruik verder te verlagen. Dat hoeft niet in één keer, maar je moet wel inzicht hebben in maatregelen die je portefeuille Paris proof maken.’

Mooij ziet een belangrijke rol voor huurders. Een voorbeeld uit de retailsector: ‘Winkeliers accepteren niet dat water door het dak van een gebouw naar binnen lekt. Logisch ook. Dat moet door de eigenaar of beheerder van een gebouw meteen worden verholpen. Maar niemand vindt het erg dat warmte aan alle kanten naar buiten lekt. Daar doen we niets tegen. Ik zou tegen huurders zeggen: kom in actie, jullie betalen de rekening.’

Paris proof in de praktijk

Uitgaande van de kantorenvoorraad en het energiegebruik van vandaag de dag, en aangenomen dat het potentieel van alle bekende hernieuwbare energiesoorten in ons land in 2050 ten volle wordt benut, is bepaald wat het maximale energiegebruik voor kantoren mag zijn, wil je kunnen spreken van een Paris proof-kantoor. Ongeacht de bron is het energiegebruik daarbij steeds omgerekend naar en uitgedrukt in kWh per m2.

Voor kantoren geldt een voorlopig energieverbruik van 50 kWh per m2 per jaar. Voor het totale energiegebruik, dus voor het gebouwgebonden en gebruikersdeel samen. Kantoren die gemiddeld niet meer dan 50 kWh per m2 per jaar gebruiken, stoten in 2050 geen CO2 meer uit op basis van de beschikbaarheid van hernieuwbare energie. Gebouwen die dat kunnen aantonen kunnen in de toekomst van de DGBC het predicaat ‘Paris proof’ krijgen.

Belangrijk verschil met bijvoorbeeld energielabels en de energieprestatienormen voor gebouwen (EPN), zoals dat nu is vastgelegd in bouwregelgeving, is dat het bij Paris proof gaat om het daadwerkelijke, in plaats van het normatieve gebruik. Het gaat dus om een getal dat is af te lezen op de meter. Bovendien gaat het om het totale energiegebruik. Dus niet alleen het gebouwgebonden (zoals de energie die nodig is voor verwarming, koeling, ventilatie en verlichting), maar ook het gebruikersdeel voor apparaten als computers.

ABN Amro-kantoor, Alkmaar

ABN Amro-kantoor, Alkmaar

Twee voorbeelden van recente kantoorrenovaties laten zien dat een getal van 50 kWh per m2 voor kantoorgebouwen haalbaar is.
Het kantoor van ABN Amro in Alkmaar komt voor 2016 uit op een gebruik van ruim 40 kWh per m2. Daarmee is dit, voor zover bekend, het eerste gerenoveerde kantoorgebouw dat kan worden aangemerkt als Paris proof.

ASR-kantoor, Utrecht

ASR-kantoor, Utrecht

Het kantoor van ASR in Utrecht Rijnsweerd komt uit op ruim 70 kWh per m2 per jaar. Maar dat is inclusief het elektriciteitsgebruik van een datacenter dat deel uitmaakt van het gebouw en goed is voor jaarlijks één miljoen kWh. Wanneer dit niet wordt meegerekend, komt het gebruik uit op circa 60 kWh per m2 BVO per jaar. Daarmee wordt nog niet aan de eis voldaan. Met een paar aanvullende maatregelen lijkt dat wel haalbaar, waardoor het kan worden aangemerkt als ‘PP-ready’.

Over de Dutch Green Building Council
Stichting Dutch Green Building Council (DGBC) is een onafhankelijke maatschappelijke netwerkorganisatie die zich inzet om de gebouwde omgeving te verduurzamen. Hiermee wil zij een rol spelen in de transitie naar een circulaire economie, waarin het prettig en gezond wonen, werken en leven is. Partijen die dat willen, kunnen zich aansluiten bij het Deltaplan Duurzame Renovatie (www.deltaplanduurzamerenovatie.nl).

Over de auteurs
Bas van de Griendt is kwartiermaker voor het Deltaplan Duurzame Renovatie van de DGBC. Matthijs Timmers is journalist en tekstschrijver voor de DGBC.

Dit artikel is verschenen in Vastgoedmarkt van februari 2018.

Lees ook de visie van DGBC-voorzitter Rutger Schuur op het Deltaplan Duurzame Renovatie
DGBC ontwikkelde voorafgaand aan het Deltaplan Duurzame Renovatie al een praktische duurzaamheidsscan waarmee een gebouw in tien minuten op duurzaamheid kan worden doorgelicht.

Reageer op dit artikel