Melchers legt in een gesprek op de Provada uit dat hij nog niet bepaald naar zijn afscheid heeft toegewerkt. ‘Je bent als gebiedsontwikkelaar zo intensief met die stad bezig dat je het eigenlijk niet wilt loslaten. Gelukkig komt mijn werk in goede handen.’ Hij is wel trots op wat hij heeft bereikt in de acht jaar dat hij de functie heeft vervuld. ‘We hebben grote slagen gemaakt. Ik denk dat we ervoor gezorgd hebben dat de stad leefbaarder is geworden, ondanks de groei.’
De gebiedsontwikkeling van de gemeente Rotterdam komt bij Ginter in elk geval niet in vreemde handen terecht: ze werkt al 18 jaar voor de gemeente. ‘En ik ben al 27 jaar bewoner van Rotterdam, dus ik ken de stad behoorlijk goed.’ Ginter, begonnen als projectmanager, heeft al op meerdere plekken in de stad gewerkt. ‘De laatste negen jaar werkte ik als gebiedsontwikkelaar, waarvan acht jaar heel intensief samen met Jos, vooral in Kralingen en Crooswijk.’
Erasmusbrug bracht versnelling
In de jaren voordat hij bij de gemeente aan de slag ging, was Melchers al betrokken bij bouwprojecten in de stad. Wat kenmerkt volgens hem nu de Rotterdamse ontwikkelcultuur? ‘Ik heb altijd gemerkt dat de stad bolstaat van lef en de wil om te bouwen.’ Die wil tot wederopbouw is direct ontstaan na de bombardementen van 1940, die het hart van de stad wegsloegen. ‘Wat mij betreft is de wind pas rond 2000 echt uit de goede richting gaan waaien, ingegeven door de opening van de Erasmusbrug in 1996. Daarmee werd ook Zuid beter ontsloten. Infrastructuur is de sleutel tot alle gebiedsontwikkelingen.’
Grote gebaren en kleine elementen
Nu is Rotterdam echt bezig om een stad op twee oevers te bouwen. Dat gaat met veel sprongen tegelijk, zegt Melchers. ‘Neem de omgeving van de Kuip en heel veel plekken langs de rivier. Omdat het een grote stad is met een grote maat en brede boulevards – de auto was heel lang heilig – moeten we hier en daar ook pas op de plaats maken.’ Hij doelt onder meer op de herontwikkeling van de Coolsingel, die veel voetgangersvriendelijker is gemaakt. ‘Maar de grote gebaren zijn in Rotterdam wel mogelijk. Denk aan de Zalmhaventoren, The Cooltower en The Post. Dat zijn ontwikkelingen die in andere steden een maatje te groot zijn. In onze context lukt het wel.’
Voorwaarde voor het slagen van zulke grote projecten is dat je ook naar de kleine elementen kijkt: kleinschaligheid en de menselijke maat. ‘Verbindingen en ontmoetingsplekken creëren is goed voor de sfeer in de stad. Vroeger ging je je geld verdienen in Rotterdam en gaf je het uit in andere steden, maar dat is nu veranderd.’
Verbindingen en ontmoetingsplekken creëren is goed voor de sfeer in de stad”
Vernieuwen met behoud van karakter
Ginter geeft wat voorbeelden van de aandacht voor kleinschaligheid. ‘In de gebieden waar ik heb gewerkt, komen de kleine schaal en de grootschaligheid bij elkaar. Ik heb me jarenlang beziggehouden met stadswijken zoals het Oude Noorden en Crooswijk, die erg in transitie zijn. Mensen willen er graag wonen omdat ze dicht bij het centrum liggen, maar tegelijk ligt er over de volle breedte van de woningen een vernieuwingsopgave. De uitdaging daarbij is het vasthouden van het karakter van de wijken. Maar om de woningkwaliteit op peil te houden, moet je wel vernieuwen.’
De insteek is om de investeringen te laten samengaan met investeren in het openbaar gebied. ‘We maken nu een nieuw hart voor Crooswijk, met een nieuwe sportvoorziening, seniorenwoningen en zorg in één complex. Wij willen graag een plek maken met nieuwe voorzieningen, herkenbaarheid en een betaalbare kans op doorstroming voor mensen die er graag willen blijven wonen. Zulke ontwikkelingen zijn op de schaal van de stad vrij klein, maar voor de wijk van enorme betekenis.’
Bouwproductie versneld
Melchers is er trots op dat de bouwproductie in Rotterdam de afgelopen jaren sterk is toegenomen. ‘We liepen echt achter bij andere steden – en we hebben gebouwd voor iedereen, niet alleen in het hogere segment. We hebben een mooie planvoorraad met transities van voormalige bedrijventerreinen. Een aantal projecten is wel Champions League-niveau.’ Melchers noemt het net opgeleverde Sawa. ‘Dat is grotendeels van hout en een juweeltje om te zien. Het helpt de circulaire economie vooruit en zulke experimenten horen bij de stad Rotterdam. Het is ook mooi dat de Zalmhaventoren na een lange tijd toch van de grond is gekomen.’
Tot slot noemt Melchers The Post, dat volgend jaar wordt opgeleverd en met een hoogte van 155 meter een ‘landmark’ wordt. ‘Het is niet alleen de woontoren, maar ook een heel mooi postkantoor dat na 15 jaar weer openbaar toegankelijk wordt met de komst van een nieuw hotel.’

Stadionpark en stadsstrand
In Rotterdam bruist het van de ontwikkelingen, want er is ook nog het veelbesproken Feyenoord City, een gebiedsontwikkeling die de gemeente tegenwoordig met Stadionpark aanduidt. Met deze ontwikkeling heeft de stad volgens Melchers zijn veerkracht laten zien. ‘We varen nu een andere koers.’ Ook nieuw is de pas geopende tender voor de ontwikkeling van het gebied Rijnhaven: ‘Onderdeel van dat plan is een park met een echt stadsstrand. Hoe gaaf is dat? We willen dat aan de Maashaven gaan herhalen.’
Lange adem
Ginter gaat in op de nieuwe stadsbrug die in het oosten gaat komen, van De Esch in Kralingen naar De Veranda op Zuid. ‘De komst van de Erasmusbrug heeft laten zien hoe belangrijk het is om stadsdelen te verbinden. Maar het is ook de volledige ontwikkeling langs de oostflank, zoals wij dat noemen, met Stadionpark en de ontwikkeling rond het Zuidplein, de Alexanderknoop en het Brainpark. Daar ligt een grote opgave, met 30.000 woningen en evenveel arbeidsplaatsen, plus voorzieningen.’ Geduld is wel vereist, zegt ze. ‘Maar in ons vak moet je een lange adem hebben. De brug gaat nog een jaar of tien duren, maar aan Stadionpark en Brainpark wordt al gewerkt. Er ligt een mooi toekomstperspectief.’
Melchers hoopt vooral dat de ontwikkeling op de Oostflank wordt doorgezet en dat er een nieuw treinstation komt op Zuid. ‘En dat de TU Delft ook dadelijk landt in de stad. Het is immers de intentie dat de universiteit de komende 15 jaar uiteindelijk met 10.000 studenten naar Rotterdam komt. Maar we willen aan alle delen van de stad werken, niet alleen aan de Oostflank. Zoals aan de voormalige Merwe-Vierhavens aan de westkant. Dat werkt ook gunstig voor de aansluitende wijken. Het gekke aan dit vak is dat je bij grote gebiedsontwikkelingen heel veel geduld moet hebben maar tegelijkertijd ook juist haast moet tonen. We willen de stad weer zien groeien in volwassenheid, en dat de Rotterdammers met het jaar trotser worden op een veilige en inclusieve stad.’
Bij grote gebiedsontwikkelingen moet je heel veel geduld hebben, maar tegelijkertijd ook juist haast tonen”
Rauwigheid
In diverse ontwikkelingen komt in de Maasstad het alternatieve karakter terug, zegt Melchers. ‘Kijk naar burgerinitiatief RiF010. Dat past echt bij Rotterdam. We schuwen het niet om voorop te lopen en het is tof dat we midden in de stad een surfspot hebben. RiF010 zet water centraal, gecombineerd met recreëren en ontmoeten. Het loket voor dit soort initiatieven staat altijd open.’
Ginter kijkt ernaar uit om nu voor de hele stad aan de slag te gaan. ‘Dus ook in de bestaande wijken, zoals het geplande dakpark van 1,9 kilometer op de Hofbogen. Dat zorgt voor recreëren, maar ook voor extra wateropvang. Het wordt een verbinding dwars door de stad heen, samen met de rauwigheid die de Hofbogen kenmerkt. Ook dat hoort bij Rotterdam. Het moet niet te gepolijst worden.’
Dit artikel is gesponsord door Gemeente Rotterdam.