nieuws

Verkrijging aandelen in vastgoed-bv vrijgesteld overdrachtsbelasting

Financieel

Op 30 november 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een belangrijke zaak over de toepassing de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de overdrachtsbelasting. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een verkrijging van aandelen in een vastgoed-bv in het kader van een bedrijfsopvolging is vrijgesteld van overdrachtsbelasting indien de betreffende vennootschap een materiële onderneming drijft.

Verkrijging aandelen in vastgoed-bv vrijgesteld overdrachtsbelasting

Dat meldt RSM Netherlands. RSM is een internationaal bureau op het gebied van accountancy, belastingadvies en bij advisering van financiële-economische en strategische vraagstukken met vestigingen door heel  Nederland.

De verkrijging van een substantieel belang in een vennootschap met meer dan 50 procent vastgoedbezittingen die zich bezighoudt met vastgoedexploitatie, wordt net als een rechtstreekse verkrijging van vastgoed, belast met overdrachtsbelasting. Op deze manier worden ‘directe’ en ‘indirecte’ verkrijging zoveel mogelijk gelijk behandeld. Als een ondernemer zijn onderneming en het bijbehorende vastgoed schenkt, dan kan een vrijstelling voor bedrijfsoverdrachten worden toegepast.

Deze vrijstelling ziet echter alleen op de ‘directe’ overdracht van de onderneming en het vastgoed. De vrijstelling is strikt genomen niet van toepassing op de overgang van aandelen in een vennootschap waarin de onderneming en het  vastgoed zich bevinden (een ‘indirecte’ overdracht).

Arrest Hoge Raad 30 november 2018

De Hoge Raad oordeelt nu in haar arrest van 30 november 2018 volgens RSM dat de zogenoemde doorkijkbenadering moet worden toegepast. Op basis van deze benadering moet bij de toepassing van een vrijstelling door de BV heen worden gekeken. Als het vastgoed bij een directe verkrijging in aanmerking komt voor een overdrachtsbelastingvrijstelling, dan moet deze vrijstelling ook worden toegepast bij een verkrijging van aandelen (een indirecte verkrijging). Hiermee volgt de Hoge Raad het oordeel van de rechtbank en het Hof en ook de conclusie van de Advocaat Generaal. De uitkomst is derhalve niet onverwacht, maar het definitieve oordeel van de Hoge Raad is nu gegeven, aldus RSM.

Voorwaarde voor de vrijstelling is dat de vennootschap een materiële onderneming moet drijven. Deze voorwaarde geldt ook voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de successiewet en de inkomstenbelasting. Als men met succes weet te bepleiten dat sprake is van ondernemingsvermogen en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) van toepassing is op de verkrijging van aandelen in een vastgoed-bv, betekent het nu ook dat de betreffende vrijstelling in de overdrachtsbelasting van toepassing is.

Reageer op dit artikel