‘Als je doorgaat op de traditionele manier, loop je vast’, zegt Marieke Mentink, sinds kort CEO van Plegt-Vos. ‘Er is in de bouw een tekort aan menskracht, materiaalprijzen stijgen en de betaalbaarheidsopgave wordt steeds groter. Dan is er echt iets anders nodig dan alleen traditionele bouw.’
Plegt-Vos is een ontwikkelende bouwer met ruim 650 medewerkers. Vanuit vijf vestigingen (binnenkort zes, met Amsterdam erbij) en een geïndustrialiseerde Slimme Huizenfabriek werkt het bedrijf dagelijks aan de woningbouwopgave. Plegt-Vos ontwikkelt, bouwt, verbetert en verduurzaamt woningen en appartementen door heel Nederland. Altijd vanuit het uitgangspunt om woon-, werk- en leefplezier te creëren in de gebieden waar zij actief zijn. Industrieel bouwen speelt daarin een belangrijke rol. Door woningen grotendeels in de fabriek te produceren, ontwikkelt en bouwt Plegt-Vos sneller, duurzamer en betaalbaarder. Zo zorgen houtbouwwoningen uit de fabriek voor een CO2-reductie van maar liefst 80 procent.
De 80-20 regel
Flexibiliteit is het meest gehoorde bezwaar tegen de fabrieksmatige bouw van Plegt-Vos. Mentink parkeert dat bezwaar direct. ‘Er is tegenwoordig veel meer mogelijk dan partijen vaak denken. In afmetingen, maar ook architectonisch.’ Plegt-Vos hanteert zelf de 80-20 regel: 80 procent van een gebiedsontwikkeling is prima industrieel te realiseren, 20 procent vraagt om maatwerk. In dat laatste geval gaat het bijvoorbeeld om bijzondere gevels, complexe binnenstedelijke locaties of specifieke details. ‘En dat percentage van 80 kan ook nog eens omhoog. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Hoe meer schaal, hoe meer flexibiliteit je kunt toevoegen.’
Eerder aan tafel
De sleutel tot succes? Industriële bouwers moeten eerder in het proces worden betrokken. Mentink: ‘Vanaf de eerste pennenschets van een stedenbouwkundig plan moet je rekening houden met de uitgangspunten van industrieel bouwen.’ Ze ziet nog te vaak kleine afwijkingen in beukmaten of posities die industriële productie onmogelijk maken, terwijl de consument het verschil niet eens ziet. Consistente regelgeving is daarbij cruciaal. ‘We vinden het niet erg dat de lat hoog ligt. Maar dat het bij iedere gemeente weer anders is, daar kunnen we niet op standaardiseren.'

Optimistisch, maar realistisch
Mentink sluit de podcast af met een voorzichtig optimisme. Gemeenten, gebiedsontwikkelaars, ontwikkelende bouwers en beleggers nemen steeds meer verantwoordelijkheid voor het deel van het systeem dat zij kunnen beïnvloeden. De tijd van vingerwijzen is inmiddels wel voorbij. ‘Ik heb echt het gevoel dat we met elkaar de overstap maken van beleid naar uitvoeringskracht. Dat we niet meer bang zijn om dappere besluiten te nemen rond industriële bouw. En dat we allemaal in onze eigen spiegel kijken.’
Benieuwd naar het volledige gesprek? Beluister de podcast.
Dit artikel is gesponsord door Plegt-Vos.








