Waar veel ontwikkelaars hun rol zien eindigen bij de oplevering, kiest Being bewust voor een bredere verantwoordelijkheid. Tijdens de podcast op de vastgoedbeurs gaan Vriens en Van Gulik in op de voordelen van een geïntegreerde aanpak, waarbij kennis uit ontwikkeling en beheer elkaar versterken.
Naar continu proces
Volgens Vriens draait de nieuwe strategie om het verbinden van de verschillende fases van de levenscyclus van een gebouw. ‘Waar we ons normaal bezighouden met ontwikkeling en realisatie, willen we ons ook veel meer toeleggen op wat er ná oplevering gebeurt en zelfs op wat er voor een aankoop speelt.’
Door assetmanagement vanaf het begin te betrekken, ontstaat volgens hem meer ruimte om waarde toe te voegen voor opdrachtgevers, beleggers en gebruikers van gebouwen. Het past binnen de filosofie van 'part of something bigger’.
Voor Van Gulik betekende de overstap naar Being een kans om zestien jaar ervaring in kantoor-assetmanagement direct toe te passen in nieuwe projecten. ‘De ervaring die ik heb opgedaan, kunnen we nu veel eerder inzetten in de ontwikkelfase.’
Kennis vasthouden
Een belangrijk argument voor de geïntegreerde aanpak is het voorkomen van kennisverlies. Traditioneel worden gebouwen na oplevering overgedragen aan een externe assetmanager, waarbij volgens Van Gulik veel detailkennis verloren gaat.

‘Je hebt een dataroom en een paar overdrachtsmomenten, maar de echte ins en outs van een gebouw raak je toch kwijt.’ Door ontwikkeling en assetmanagement naast elkaar te organiseren, blijft die kennis beschikbaar tijdens de exploitatie en voor toekomstige projecten.
Dat levert soms verrassend praktische inzichten op. Zo kan de keuze voor gelijmde vloerbedekking of losse tapijttegels grote gevolgen hebben voor onderhoud en exploitatiekosten. ‘Dat lijkt misschien een saai voorbeeld, maar juist zulke keuzes maken op lange termijn verschil.’
Leren van gebruikers
De samenwerking moet niet alleen kennis behouden, maar ook zorgen voor een groter lerend vermogen binnen de organisatie. Ontwikkelaars krijgen via assetmanagement continu terugkoppeling over hoe gebouwen daadwerkelijk worden gebruikt.

‘Keuzes die we nu maken, daar word je normaal gesproken niet meer mee geconfronteerd als je na oplevering alweer met een volgend project bezig bent’, zegt Vriens. ‘Door langer betrokken te blijven, ga je daarvan leren.’
Data speelt daarbij een steeds grotere rol. Van Gulik: ‘Het gaat niet alleen om technische gebouwdata, zoals temperatuur of luchtvochtigheid, maar ook om informatie over gebruikers. Wat beweegt huurders? Wat verwachten ze? Waar hebben ze behoefte aan? Op basis daarvan kun je betere keuzes maken in de ontwikkelfase.’
Het belang van zachte factoren
Die gebruikerservaring is ook van belang bij de inrichting van gebouwen. ‘Huurders zien het kantoor steeds meer als een soort verlengstuk van hun eigen huis gecombineerd met breakout-ruimtes’, zegt Van Gulik. ‘Hoe je die algemene ruimtes inricht, levendig maakt en welke partners je daarbij zoekt, is een belangrijk onderdeel van de verbinding tussen development en assetmanagement.’
Ook groen en landschapsontwerp horen daarbij. Vriens benadrukt dat een gebouw meer nodig heeft dan alleen een duurzame renovatie of hoogwaardige techniek. ‘Als alleen de hardware van het gebouw klaar is, ben je er nog niet. Groen, kunst en levendigheid moet je als één geheel integreren. Anders zit er geen ziel in een gebouw.’
Full lifecycle-aanpak
De full lifecycle-aanpak sluit volgens de sprekers ook aan bij ontwikkelingen van overheden en opdrachtgevers. Gemeenten vragen ontwikkelaars steeds vaker hoe zij ook ná oplevering betrokken blijven bij een gebied of gebouw.
Vriens noemt als voorbeeld tenders waarbij commerciële plinten onderdeel zijn van gebiedsontwikkelingen. ‘Gemeenten willen steeds vaker dat ontwikkelaars ook verantwoordelijkheid nemen voor de verhuur of het assetmanagement van die plinten, zodat er daadwerkelijk levendigheid ontstaat.’ Met de combinatie van ontwikkeling en assetmanagement kan Being die langdurige betrokkenheid aanbieden. Volgens Van Gulik ontstaat daarmee ook een natuurlijk contactmoment met beleggers en eigenaren gedurende de exploitatie van een gebouw.
Hoewel de organisatie nog maar enkele maanden met deze nieuwe structuur werkt, zien beide bestuurders de eerste effecten al terug in lopende pitches en aanbestedingen. 'Hoe de volgende stap eruitziet, moet de toekomst uitwijzen. Voorlopig ligt de focus op het verder uitbouwen van een aanpak waarin de oplevering niet het eindpunt is, maar het begin van langdurige betrokkenheid bij het vastgoed.'
Dit artikel is gesponsord door Being.








