Transformatiecongres: Werken aan een stad die continu transformeert

Hermineke van Bockxmeer heeft een stevige opgave: Rotterdam op het vlak van economie en gebouwde omgeving weerbaar maken en bewoners, bezoekers en bedrijven daarbij meenemen. Het woord transformatie loopt als een rode draad door het interview. Als concerndirecteur Stadsontwikkeling bij de gemeente Rotterdam vindt ze dat de stad inclusiever moet worden en ontwikkelaars zijn daarbij cruciaal.
Delen:

Ze vertelt dat ze net een bijzonder boek op de kop heeft getikt. ‘Ik duik graag in de geschiedenis om daarvan te leren. Ik ben nu ‘Rotterdam en hoe het bouwde (prof. Jannes Gerhardus Wattjes en W. Th. H. Ten Bosch – uit 1940/red.) aan het lezen. Daarin wordt geschreven over de aanpak van het Hofplein, dat was in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw ook al gevaarlijk. Als bouwer van nu staan wij op de schouders van zij die ons voorgingen. Als een van de zeven grote stadsprojecten gaan we nu weer het Hofplein aanpakken. We gaan het niet alleen flink vergroenen maar ook vriendelijker maken voor wandelaars en fietsers.’

Voor een directeur Stadsontwikkeling (SO) heeft Van Bockxmeer een opvallende loopbaan die haar nu uitstekend van pas komt. Het begon op de Frederik Muller Academie voor Boekhandel en Uitgeverij en liep via de Radboud Universiteit (communicatiewetenschap) om uiteindelijk via de KRO (omroep), TNO, Europese Commissie, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2016 in Rotterdam te beginnen als directeur Sport & Cultuur. ‘Inderdaad geen technische opleiding aan TU Delft of het harde rekenwerk van de Erasmus Universiteit. Ik heb altijd wel gewerkt in een politiek bestuurlijke dynamiek in een sector (de mediawereld) die continue in verandering was. Ze vonden mij, denk ik, interessant vanwege die ‘andere’ kant, om concerndirecteur SO te worden. We bouwen namelijk geen huizen, we bouwen een thuis. Daar zit die sociologische kant van mij in.’

De pijler wonen en werken zijn aan het veranderen

De opleiding en latere carrière komen nu uitstekend van pas om de transformatie van Rotterdam mede richting te geven. De dienst Stadsontwikkeling Rotterdam werkt aan een aantrekkelijke woon- en werkstad en een sterke economie. Deze twee pijlers, die beide aan het veranderen zijn, zijn voor Van Bockxmeer een twee-eenheid. ‘Beide zijn een enorme uitdaging, maar gaan hand in hand en dat is kenmerkend voor Rotterdam. Je ziet dat er een enorme transformatie gaande is in de haven; die gaat van fossiel naar waterstof en de haven is de afgelopen decennia meer en meer de stad uitgegaan. We hebben mede door die haveneconomie een levendige binnenstad met veel bedrijvigheid. De binnenstad is in Rotterdam een werkstad, maar door deze coronacrisis en het thuiswerken staan die kantoren steeds meer leeg. Wat nu en wat straks? We praten met wetenschappers, economen van banken, beleggers, ontwikkelaars over de gevolgen van een mogelijke shake-out op de kantorenmarkt en in de retail. Wat verlies je mogelijkerwijs en hoe hou je een levendige binnenstad? In die gesprekken brengen wij in wat wij belangrijk vinden voor een leefbare stad.’

Rotterdam kent twee snelheden en ook twee tegenpolen

De inmiddels overleden journalist Mark Hoogstad schreef een boek over Rotterdam en gaf het de titel ‘Rotterdam: stad van twee snelheden’. Het gaat over de tweedeling tussen inwoners die het kunnen bijhouden en niet. Maar ook over een stad met twee polen: Rotterdam Noord en Rotterdam Zuid. ‘Hoe we daarmee omgaan? We gaan meer naar een polycentrisch geheel toe: Een stad op twee oevers. Je ziet dat al bij de ontwikkeling van het Hart van Zuid, het gebied rond het Zuidplein. Het is een enorm transformatiegebied waar een zwembad, een theater en een bibliotheek met een open plint zijn gekomen, dat overdag de huiskamer van de buurt is. Kinderen voelen dat er wordt geïnvesteerd in hun buurt. Samen met de aanpak van het bus- en metrostation en winkelcentrum Zuidplein wordt dat een echt centrum. We investeren in de wijk Carnisse, onder meer met het project Carnisse Poort, door het samenvoegen van kleine woningen, bouwen van nieuwe eengezinswoningen en we pakken de buitenruimte aan. Het doel is dat inwoners op Zuid er een wooncarrière kunnen maken zonder dat ze naar Ridderkerk of Barendrecht moeten verhuizen.’

Ze ontkent niet dat sloop en het samenvoegen van woningen op dit moment enorme spanning geeft in de stad. ‘Tussen kwaliteit en kwantiteit van woningen zit spanning. Zeker in de huidige woningmarkt. Woningen die slecht zijn gaan we vernieuwen, maar dat vraagt ook veel aandacht voor de sociale structuur van een wijk. Ook hier gaat het niet alleen om huizen maar om een thuis. Het is uiteindelijk aan de politiek om te bepalen hoe de toekomst van het woonbeleid eruitziet.’

Rotterdam werkt intensief samen met marktpartijen

Cruciaal bij die transformatie is de markt. De gemeente werkt al samen met marktpartijen in het Platform Ontwikkeling Rotterdam. Het platform is actief betrokken bij gebiedsontwikkeling. Zo sloot het college van burgemeester en wethouders eind 2018 een bouwakkoord met projectontwikkelaars en woningcorporaties, om de bouw van huizen in de stad te versnellen.

De dienst SO van Bockxmeer duidt de richting, levert het verhaal aan de ontwikkelaars, corporaties en bouwers. ‘Wij adresseren wat belangrijk is; bijvoorbeeld verduurzaming en meer innovatie zoals houtbouw. We hebben ook de feiten en de cijfers voor wie we het doen vanuit onze publieke rol. Marktpartijen kijken er meer met een marktbril naar. Dat ondernemerschap van de markt en het investerend vermogen hebben we heel hard nodig in de stad. Via unsolicited proposal dagen we ze ook uit. Het plan voor woningbouw op de Parkhaven, rond de Euromast, is daar een voorbeeld van. Het draagt bij aan de Rotterdamse bouwambitie en de goede groei van de stad. We polderen tot op zekere hoogte, maar dan is het ook echt op zijn Rotterdams: doen. Uiteindelijk gaat iedereen voor deze stad, voor de toekomst van onze kinderen in deze stad en natuurlijk zijn er verschillen van inzicht. Maar op het eind van de dag wil iedereen een veilig, prettig, toekomstbestendig leefklimaat voor kinderen die vandaag worden geboren. En dat verbindt.’

Ze ziet ook dat marktpartijen aan het transformeren zijn. ‘Wat ik mooi vind in het Rotterdamse is dat de partijen waarmee wij samen werken heel divers zijn en juist niet alleen in termen van financiële belangen denken. Maar ook beleggers, ontwikkelaars, corporaties en architecten werken samen om bijvoorbeeld maatschappelijke meerwaarde in gebiedsgericht werken een plek te geven. Publiek en private partijen spreken daarover in de Van der Leeuwkring en tijdens het Stadmakerscongres. Het gaat dan telkens om samen ontwikkelen en leren, publiek en privaat.’

Inclusievere projectteams leveren betere steden op

Om die reden is ze ook actief betrokken bij de opleiding Master City Developer, een samenwerking tussen TU Delft, Erasmus Universiteit en de Gemeente Rotterdam. ‘De nieuwe generatie stadsbouwers, zowel markt als ambtenaren moeten samen de complexe vragen van nu in gebiedsontwikkeling verder brengen. Zo moet stedenbouw veel inclusiever zijn en rekening houden met de diversiteit aan culturen in onze samenleving. Als je daar ook in je opdrachtgeverschap en in de projectteams rekening mee houdt, levert het uiteindelijk betere steden op.’

Op de vraag aan Van Bockxmeer waar de stad over tien tot twintig jaar moet zijn, ligt het antwoord niet op het vlak van weer een stuk hoger hoogbouw of spannende architectuur. In haar optiek is de grootste opgave hoe we als stad in een deltametropool de effecten van klimaatverandering kunnen gaan opvangen. Dat vraagt goed opdrachtgeverschap. Ze adviseert daarom iedereen om te kijken naar de IABR-tentoonstelling Meteopolis: ‘Het komt misschien omdat ik in het bestuur zit van het Watersnoodmuseum, maar het veranderende klimaat en de energietransitie hebben een grote impact op Rotterdam en dat wordt alleen maar urgenter. We hebben de dure plicht om nu verstandige beslissingen te nemen, omdat wat we nu doen impact heeft voor de komende zeventig tot tachtig jaar. Je kunt ook niet een paar dingen doen. Je moet in scenario’s en integrale gebiedsontwikkeling gaan denken en niet her en der een speldenprikje uitdelen. Zo kijken we bijvoorbeeld naar hittestress in de binnenstad. Hoe bouw je huizen waar het 40 graden kan worden? Je moet dan bijna Spaans gaan denken. Daarom zijn die zeven stadsprojecten cruciaal om die temperatuur naar beneden te brengen.’

Op 20 mei organiseert de gemeente Rotterdam samen met Vastgoedmarkt en De Architect onder de noemer ‘Rotterdam zet door en…’ haar vermaarde tweejaarlijke transformatiecongres. Dit keer digitaal en inschrijven kan hier.

Dit vind je misschien ook interessant