nieuws

‘Mooie plaatjes lossen complexe problemen niet op’

Projectontwikkeling

Vijf verschillende pitches en evenzoveel discussies op Transformatie leveren tal van ideeën op voor Rotterdam. In tweeënhalf uur tijd passeren uiteenlopende visies de revu.

‘Mooie plaatjes lossen complexe problemen niet op’
Jos Melchers, Chris Luth

Geconcentreerde hoogbouw in de Rotterdamse binnenstad, kantoorflats op de campus van de Erasmus Universiteit, groene corridors, en een vermenging van woningen winkels, kantoren en bedrijfjes. Werkelijk alles kwam begin juni langs tijdens de twee druk bezochte ‘Rotterdamse’ sessies van het Transformatieplein op de Provada. En net als opties vlogen ook de meningen over tafel. Waar de een vond dat de gemeente de regie moest houden, wilde een ander marktpartijen hun gang laten gaan.

Voordat drie architectenbureaus hun ideeën op het gebied rond Brainpark en de campus van de Erasmus Universiteit konden pitchen, mochten de vier panelleden vertellen waar volgens hen de grootste uitdaging zat. ‘Het gaat om het maken van verbindingen’, zei directeur gebiedsontwikkeling Jos Melchers van de gemeente Rotterdam. ‘Het gebied zou een echt stuk van de stad moeten worden, nu zijn het nog twee aparte wereldjes.’ Senior stedenbouwkundige Arjen Knoester, ook werkzaam voor de gemeente, voegde eraan toe dat de stad behoefte had aan verdichting en diversificatie. Hij zei vooral te hechten aan de ‘relaxedheid’ van het gebied.

Volgens Geert Gerritsen, adjunct-directeur van de Erasmus Universiteit, was de campus, naar Amerikaans model opgetrokken uit collegezalen en studentenwoningen, inmiddels toe aan fysieke integratie met de rest van de stad. Danielle Helderop, commercieel portfoliomanager van Stena Realty, die eigenaar is van twee kantoren ter plaatse, hoopte ten slotte op ideeën om het gebied aantrekkelijker te maken voor degenen die er nu al verbleven, met betere toegankelijkheid en horecavoorzieningen.

Blauwe plek in de stad

Reggy Hulsken en Michel Kolenbrander van stedenbouwkundig bureau De Plekkenmakers beten het spits af. Met een treffende beeldspraak noemden zij het gebied ‘een blauwe plek, geen wond, maar het doet wel pijn’. Ze toonden een gelikte artist’s impression met veel groen, hoge flats en een sexy monorail, maar vertelden er meteen bij dat zo’n plaatje de complexe problemen van de stad niet oplost. ‘Rotterdam heeft behoefte aan co-creatie en participatie van alle betrokkenen. Een sterk verhaal maak je door mensen bij elkaar te brengen, door bedrijven, vastgoedeigenaren en stakeholders te betrekken’, aldus Kolenbrander. Daarom stelden De Plekkenmakers voor om op korte termijn eens met alle partijen om de tafel te gaan zitten.

Met een veel uitgewerkter plan kwam vervolgens de combinatie van Studio Hartzema en Ector Hoogstad. Henk Hartzema begon zijn presentatie met de opmerking dat de twee gebieden worden gekenmerkt van weinig wisselwerking, maar dat er voldoende mogelijkheden zijn voor verdichting. ‘Ik ben uitgegaan van twee assumpties: de periferie bestaat niet meer, deze stukken stad zijn te waardevol om links te laten liggen. En we zijn aan het einde gekomen van de eilandenrijkjes, de kant-en-klare, losse stukjes stad. Stedenbouw is dynamisch geworden.’

Hub met ruimte voor start-ups

Hartzema stelde voor om het hele gebied te voorzien van een groene corridor op de Kralingse Zoom, lopend vanaf de Maas tot aan het Kralingse Bos. De oostkant van Brainpark, dat grenst aan de snelweg A16, zou voorbehouden moeten blijven aan kantoren. Aan de westkant zou, overlopend tot de campus, ruimte zijn voor woonflats, uitgebreid met andere functies. ‘Daarnaast is er behoefte aan een tweede hub voor het openbaar vervoer, gelegen aan het water’, zei hij. Onder verwijzing naar het gloednieuwe Station F in Parijs voegde hij eraan toe dat die hub ook ruimte zou moeten bieden aan de start-ups, bijvoorbeeld die welke voortkomen uit de Erasmus Universiteit.

Leuk om te zien dat we geen saai vak hebben

Een heel andere weg sloeg David Hess in, partner bij het Rotterdamse bureau Kraaijvanger. Terwijl hij een sfeervolle foto van het Colosseum in Rome presenteerde, zei hij dat de mensheid nu de waarde verzilvert van hetgeen 2000 jaar geleden is gebouwd. ‘Waarom moeten we nu kijken naar waar we op korte termijn behoefte aan hebben?’, vroeg hij retorisch. ‘In plaats van 25 jaar zouden we 500 jaar vooruit moeten kijken.’

Lappendeken, geen compacte stad

De afgelopen jaren is Rotterdam volgens Kraaijvanger vanwege functiescheiding van een compacte stad uitgegroeid tot een immense lappendeken. ‘Dat is niet meer nodig. We zouden een hoogstedelijk gebied kunnen ontwikkelen waar alle functies samenkomen. Maar we moeten grenzen aan durven te geven. Maak óf stad óf natuur.’ Op een van de dia’s die Hesse presenteerde, was te zien hoe Brainpark en de campus waren volgebouwd met hoge flats, terwijl daarbuiten alle bebouwing was verdwenen.

In eerste instantie lieten de panelleden zich lovend uit over alle pitches. ‘We moeten inderdaad met elkaar in gesprek. En het is goed om grenzen tussen stad en natuur aan te geven, maar 500 jaar is wel heel erg lang’, aldus Knoester. Melchers: ‘Leuk om te zien dat we geen saai vak hebben, iedereen benadert het op zijn eigen manier. Ik kon een smile niet onderdrukken bij de presentatie van Kraaijvanger.’

Integreren komt later

Maar gaandeweg werd steeds duidelijker dat de voorkeur van de panelleden uitging naar de ideeën van Harzema en Ector Hoogstad, de meest concrete. Vragen die overbleven betroffen zaken als openbaar vervoer en andere voorzieningen. Volgens Helderop moet de gemeente zich wel uitspreken over de bestemming van het gebied, maar zouden vastgoedeigenaren nu al moeten kunnen beginnen met bouwen en herinrichten. ‘Als één schaap over de dam is, volgen er wel meer’, zei ze. ‘Nadenken? Ja, maar de gemeente moet initiatieven steunen. Integreren komt later wel.’

Spannend werd het even toen Melchers vlak voor de pauze aan Gerritsen vroeg of hij ‘gewone’ kantoren op de campus zou toelaten. Gerritsen had net betoogd dat de universiteit zijn vleugels wel verder in het gebied wilde uitslaan. Maar op Melchers’ vraag kwam Gerritsen niet verder dan een aarzelend: ‘De campus doet het goed zoals hij nu is’ en ‘er moet wel schaalbaarheid blijven’. Melchers drong niet aan, maar het was voor alle aanwezigen duidelijk dat de twee binnenkort verder praten.

Highline van Rotterdam

Voor het Zomerhof-kwartier, een van de laatst overgebleven bedrijventerreintjes in het centrum, inmiddels is omgedoopt tot Zoho, kwamen na een korte pauze maar twee bureau’s pitchen. Ron de Goeij, directeur van Conix RBDM sprak er zijn verbazing over uit dat er überhaupt om een pitch gevraagd was. ‘Ik zie een wat verlaten bedrijventerrein, omgeven door woonwijken met mooie straten, groene assen, de rivier de Rotte en de Hofbogen’, zei hij. Refererend aan de architectonisch vergelijkbare Highline in New York en de Promenade Plantée in Parijs, waarvan hij gelijktijdig mooie foto’s liet zien, zei De Goeij dat de Hofbogen een geweldige vestigingsplaats zouden zijn voor allerlei soorten bedrijfjes.

Zoho een gemengd en groen gebied? Dit is toch een no brainer

De Goeij: ‘Als de ambitie is er een gemengd en groen gebied van te maken, waarom gebeurt het dan niet? Dit is toch een no brainer!’ Sarcastisch meldde hij vervolgens dat er kennelijk iets meer aan de hand was, en noemde meteen het Zoho-manifest, een 136 pagina’s tellende boekje met eisen van de huidige gebruikers. ‘Ja, dat maakt het ingewikkeld.’ Volgens De Goeij zouden de plaatselijke ondernemers zich gewoon in de Hofbogen moeten vestigen, zodat de andere marktpartijen in de wijk aan de slag kunnen met woningbouw.

Enclave in de stad

Hoe anders was de visie van Powerhouse. ‘Zoho is een enclave in de stad met gedetailleerde grenzen’, zei Albert Takaski Richters. ‘De structuur ervan bestaat uit kolommen en bogen. Als ik door mijn oogharen kijk, zie ik tussen de kolommen een open veld waar van alles gebeurt.’ Op het scherm projecteerde hij een schets van Zoho met hoge flats, een betonnen vloer op hoge kolommen, en een foto van Sesc Pompèia, een open, tot cultureel centrum omgebouwd fabrieksgebouw met dikke pilaren in Sao Paulo.

Volgens Richters kan het gebied verdichten én vergroenen door hoge flats te combineren met groene plekken, en door een tweede maaiveld in te richten op allerlei daken en op de Hofbogen. Hij wees op het échec van Marché 010, een overdekte markthal die na vijf maanden inmiddels weer vrijwel leegstaat. Als er meer mensen in het gebied komen wonen, is er volgens hem behoefte aan reuring en zou een initiatief als Marché 010 veel meer kans van slagen hebben.

Fokking ingewikkeld

Het tweede panel bestond uit Debbie Ginter van de gemeente, manager Marije Faber van woningcorporatie Havensteder, architect Jeroen Laven van bureau Stipo, en stedenbouwkundige Knoester. Geen van hen koos de kant van De Goeij. ‘Als we alles maar laten gebeuren, krijgen we iets anders dan wat er in potentie zou kunnen’, zei Ginter. Knoester: ‘Alle ondernemers in de Hofbogen? Dat is fokking ingewikkeld, al was het maar omdat de Hofbogen niet van ons zijn.’

Knoester bleek vooral gecharmeerd van het door Richters voorgestelde tweede maaiveld van Powerhouse. Maar daarvoor is het volgens hem ook nodig om de Hofbogen op de begane grond aan te pakken. ‘Nu is dat hier nog een allegaartje van dichtgeplakte gevels, garagedeuren en hier en daar een opening.’ Faber, de afgevaardigde van woningcorporatie Havensteder, pleitte ervoor de huidige gebruikers te laten meedenken. ‘Dat rauwe randje van nu maakt het spannend. Dat is beter dan gewoon woongebruik. Ik koester de ondernemers en wat er nu al is.’

Plint belangrijk voor leefbaarheid

Ook architect Laven voelde er weinig voor om marktpartijen ongestoord hun gang te laten gaan. ‘Ik houd ook van het stedelijk gebied dat hier is ontstaan’, zei hij. Bovendien waarschuwde hij ervoor dat marktpartijen bij hoogbouw de neiging hebben om de onderste laag, ‘de plint’, te verwaarlozen, terwijl die juist zo belangrijk is voor de leefbaarheid van een gebied. ‘De gemeente en Havensteder zijn het best toegerust om de regie te voeren. Maar we moeten ons realiseren dat de beste plannen meestal niet door gemeenten worden gemaakt, maar door ontwikkelaars.’

Foto's

Reageer op dit artikel