Huurdersorganisaties en studentenvakbonden zien de aankomende veranderingen niet als een bedreiging, maar als een verbetering voor de positie van huurders.
‘Short stay als gouden graal’
‘Short stay is een beetje de gouden graal van juristen in de vastgoedwereld geworden’, zegt Imre Doff, jurist bij Stichting !Woon. ‘Als een verhuurder kan verhuren volgens “huur naar zijn aard van korte duur”, is vrijwel alle huur- en huurprijsbescherming buitenspel gezet.’ Daarom maken verhuurders hier volgens hem grif gebruik van.
Doff ziet geen enkele noodzaak om voor internationale studenten per se naar shortstay-constructies te grijpen. Tijdelijke huurcontracten bieden volgens hem voldoende ruimte, ook na aanscherping van de wet in 2024. ‘Je hoeft geen hotelconstructie op te tuigen waarmee je de huurbescherming ontloopt om te verhuren aan buitenlandse studenten.’ Commerciële partijen kunnen wat hem betreft prima bouwen voor deze doelgroep zonder de reguliere huurwetgeving te omzeilen. Daarnaast kan de overheid in samenwerking met universiteiten zelf ook studentenhuisvesting bouwen.
Doff’s oordeel over het verdienmodel is scherp: ‘Als een verdienmodel alleen werkt doordat huurders geen huur- en huurprijsbescherming hebben, kun je je afvragen of dat verdienmodel bescherming verdient.’ Omdat de gemiddelde huurder niet snel naar de kantonrechter stapt om een shortstay-contract te laten toetsen, is ingrijpen door de wetgever volgens Doff juist nodig om de discussie te beslechten.
'Laatste redmiddel'
Dit bevestigt ASVA Studentenvakbond. Zij krijgt structureel klachten over shortstay-aanbieders als The Social Hub. ‘We horen dat het bizar duur is en studenten er nagenoeg alleen gebruik van maken als ze echt geen andere keuze hebben’, zegt voorzitter Sahand Mozdbar. Short stay is voor de meeste studenten geen bewuste keuze voor luxe en flexibiliteit, maar puur een keuze uit schaarste: ‘Het is een laatste redmiddel om toch in Nederland te kunnen studeren.’
Huurteam Nederland signaleert misbruik van de shortstay-constructie. ‘Het is een kat-en-muisspel tussen verhuurders en juridische instanties geworden’, aldus juridisch adviseur Johnny Hendriks. Sommige verhuurders gaan volgens hem heel ver om de schijn van short stay op te houden, zoals bijvoorbeeld het neerleggen van een washandje.
Geen uitzonderingen
Vastgoedpartijen pleiten voor een uitzondering op de dertig-dagen-grens voor internationale studentenhuisvesting. Gebeurt dit niet, dan is het risico volgens hen dat de hele markt voor internationale studentenhuisvesting instort en er geen nieuwe kamers meer worden bijgebouwd.
Doff zou er geen traan om laten als dit gebeurt. Een uitzondering voor deze groep zou volgens hem precies het grijze gebied in stand houden dat nu al jarenlang tot rechtszaken en onduidelijkheid leidt. Verhuur volgens reguliere tijdelijke huurcontracten zou volgens hem ook de standaard moeten zijn voor internationale studenten, die dan profijt hebben van lagere huurprijzen en meer rechtsbescherming.










