Wie met Jos Finkers door Utopia Business Centre in Almelo loopt, merkt al snel dat verduurzaming voor hem geen afvinklijst is. Het is een continu proces van kijken waar het slimmer, zuiniger of beter kan. Sinds 2007 werkt Finkers aan de ontwikkeling van het kantoorverzamelgebouw. Daarbij zoekt hij voortdurend naar de balans tussen duurzaamheid, comfort en rendement. Met resultaat: het jaarlijkse energieverbruik van Utopia daalde in de loop der jaren van circa 225.000 naar 75.000 kWh en het gebouw beschikt over energielabel A.
Daar ging een reeks aan maatregelen aan vooraf. Zo werd de verlichting vervangen door energiezuinige ledverlichting, wordt de klimaatbeheersing slim aangestuurd met domotica en wordt lokaal duurzame energie opgewekt met zonnepanelen. Ook het ventilatiesysteem wordt alleen ingezet wanneer dat daadwerkelijk nodig is. ‘We hebben 35 ventilatoren die alleen draaien tijdens kantoortijden. Via de bijbehorende app kan ik alles zelf reguleren’, vertelt Finkers.
Het typeert zijn benadering: niet verduurzamen omdat het moet, maar kritisch kijken waar energie wordt gebruikt en waar techniek kan helpen om dat slimmer te organiseren.
Verduurzaming is nooit klaar
Die aanpak stopt niet bij de maatregelen die al zijn genomen. Finkers volgt nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energie nauwgezet. Begin 2025 gaf hij al aan dat hij keek naar onder andere kleine windmolens en batterijopslag. Technologieën die interessant kunnen worden wanneer lokaal opgewekte energie een steeds grotere rol krijgt binnen de energiehuishouding van vastgoed. ‘Met kleine windmolens zou ik ’s nachts energie kunnen opwekken en met een eigen accu kan ik energie opslaan’, vertelde hij destijds. Tegelijkertijd hoefde voor Finkers niet iedere nieuwe techniek direct te worden toegepast. Een investering moest technisch én economisch logisch zijn. Over batterijopslag zei hij destijds: ‘Op dit moment is er nog van alles in ontwikkeling; het staat in de kinderschoenen en het is momenteel niet rendabel. Zodra de technologie hierin verder is, kan ik de volgende stap zetten.’
Anderhalf jaar later heeft Finkers die volgende stap daadwerkelijk gezet. Inmiddels heeft hij besloten te investeren in een accusysteem voor Utopia en wordt gewerkt aan de installatie ervan. Daarmee wordt een ontwikkeling die hij begin 2025 nog nauwlettend volgde nu concreet onderdeel van de verdere verduurzaming van het pand.
Die ontwikkeling raakt aan een vraagstuk waar steeds meer vastgoedeigenaren mee te maken krijgen. Verduurzaming gaat allang niet meer uitsluitend over isolatie, zonnepanelen of energiezuinige installaties. Opwekking, opslag, gebouwgebonden installaties én mobiliteit gaan steeds meer onderdeel uitmaken van dezelfde energiehuishouding.

Ook mobiliteit verandert
Dat is ook zichtbaar op het parkeerterrein van Utopia. Elektrisch laden wordt voor commercieel vastgoed steeds meer een voorziening waar huurders, medewerkers en bezoekers behoefte aan hebben. Zeker bij een kantoorverzamelgebouw, waar verschillende organisaties gebruikmaken van dezelfde locatie, groeit daarmee ook het belang van voldoende en betrouwbare laadinfrastructuur.
Die ontwikkeling kan de komende jaren verder versnellen. Vanaf 2027 krijgen werkgevers te maken met een pseudo-eindheffing wanneer zij nieuwe fossiele of hybride personenauto’s ter beschikking stellen aan werknemers die deze ook voor woon-werkverkeer of privé gebruiken. De jaarlijkse heffing bedraagt 12 procent van de cataloguswaarde. Daarmee ontstaat voor werkgevers een extra financiële prikkel om bij de samenstelling van hun zakelijke wagenpark voor volledig elektrische auto’s te kiezen.
‘Voor vastgoedeigenaren en -beheerders is het relevant om op die ontwikkeling voorbereid te zijn’, zegt Finkers. ‘Als zakelijke wagenparken verder elektrificeren, kan ook de behoefte aan laden op en rond de werklocatie sneller toenemen. Laadinfrastructuur wordt daarmee steeds minder een losse faciliteit op het parkeerterrein en steeds meer een onderdeel van de toekomstbestendigheid van commercieel vastgoed. Niet alleen om te voorzien in de behoefte van vandaag, maar ook om voorbereid te zijn op de mobiliteit van huurders en gebruikers van morgen.’
Van vier naar acht laadpunten
Utopia liep daar al op vooruit. Het gebouw beschikte over vier laadpalen van een andere leverancier. Toch besloot Finkers op enig moment om opnieuw naar de laadvoorzieningen en het beheer daarvan te kijken. De aanleiding zat opvallend genoeg niet primair in de techniek. Voor Finkers was vooral de dienstverlening rondom de bestaande laadoplossing onvoldoende. ‘Bij mijn vorige leverancier kreeg ik no-reply e-mails en was er geen direct contact mogelijk. Nu kan ik bellen met mijn accountmanager van AVIA VOLT en krijg ik snel hulp. Dat persoonlijke contact maakt voor mij het verschil.’
Bij de overstap naar AVIA VOLT hoefden de vier bestaande laadpunten niet te worden vervangen. Ze konden opgenomen worden in de backoffice van AVIA VOLT. Er werd samen met Finkers gekeken naar de situatie op locatie en de mogelijkheden om de laadcapaciteit verder uit te breiden. Daarbij ging het niet alleen om de vraag hoeveel laadpunten Utopia nodig had, maar ook om de manier waarop die uitbreiding verstandig kon worden gerealiseerd. Juist dat advies bleek voor Finkers belangrijk. ‘Daarnaast gaf AVIA VOLT waardevol advies over het plaatsen van extra laadpalen om in aanmerking te komen voor een subsidieregeling genaamd SPRILA. Dat soort advies had ik bij mijn vorige leverancier niet gekregen.’ Uiteindelijk werd de laadvoorziening uitgebreid naar acht slimme laadpunten, die beschikbaar zijn voor huurders en bezoekers van het kantoorverzamelgebouw.

Niet automatisch meer vermogen
De groei van elektrisch rijden brengt voor vastgoedeigenaren tegelijkertijd een nieuw vraagstuk met zich mee. Een parkeerterrein vol laadpunten realiseren is één ding; voldoende vermogen beschikbaar hebben om al die voertuigen tegelijkertijd te laden is iets anders. Zeker nu netcongestie in grote delen van Nederland een beperking vormt, wordt het steeds belangrijker om niet alleen naar het aantal laadpunten te kijken, maar naar de volledige energiehuishouding van een locatie.
Bij Utopia wordt het beschikbare vermogen daarom slim verdeeld. Finkers: ‘Een bijkomend voordeel van de laadoplossingen van AVIA VOLT is de slimme verdeling. Dit zorgt ervoor dat het vermogen van de laadpalen automatisch wordt aangepast aan het beschikbare vermogen.’ Wanneer meerdere voertuigen tegelijkertijd worden aangesloten, wordt het beschikbare laadvermogen verdeeld. Zo kan worden voorkomen dat de laadinstallatie meer vermogen vraagt dan binnen de aansluiting beschikbaar is. ‘Dat principe wordt steeds relevanter. Op dezelfde aansluiting moeten in veel gebouwen ook verlichting, klimaatinstallaties, warmtepompen en andere elektrische voorzieningen functioneren. En daar komt in de toekomst mogelijk verdere elektrificatie bij.’
Van laadpaal naar energievraagstuk
Daarmee verandert ook de vraag die een vastgoedeigenaar aan een leverancier stelt. ‘Waar enkele jaren geleden vooral werd gevraagd ‘welke laadpaal moet ik plaatsen?’, wordt het steeds belangrijker om eerst naar de locatie als geheel te kijken’, zegt Finkers. ‘Hoeveel voertuigen moeten nu kunnen laden? Hoe ontwikkelt die behoefte zich? Welk vermogen is beschikbaar? Wordt lokaal energie opgewekt? Kan die energie in de toekomst worden opgeslagen of slimmer worden ingezet?’
Die bredere blik op energie krijgt ook bij Utopia steeds meer vorm. Naast het nieuwe accusysteem is Finkers bezig met een Energy Management System (EMS). Zo’n energiemanagementsysteem geeft inzicht in de verschillende energiestromen binnen een locatie en kan helpen om opwekking, opslag en verbruik slim op elkaar af te stemmen. Voor een locatie als Utopia wordt het steeds relevanter om niet alleen naar afzonderlijke installaties te kijken, maar naar de samenhang ertussen.
Huurders en bezoekers moeten erop kunnen vertrouwen dat ze kunnen laden”
Service stopt niet na installatie
Daarbij is techniek slechts één kant van het verhaal. ‘Een laadvoorziening wordt onderdeel van de dagelijkse dienstverlening van een gebouw’, zegt Finkers. ‘Huurders en bezoekers moeten erop kunnen vertrouwen dat ze kunnen laden. En wanneer er iets niet functioneert, wil een vastgoedeigenaar niet hoeven uitzoeken wie verantwoordelijk is of waar een storing vandaan komt. Juist daarom hecht ik zoveel waarde aan direct contact.’
Zijn ervaring met AVIA VOLT laat zien dat de kwaliteit van een laadoplossing niet alleen wordt bepaald door het laadvermogen of de technische specificaties van de hardware. Beheer, bereikbaarheid en advies zijn minstens zo belangrijk. Dat wordt relevanter naarmate de laadvoorziening groter en intensiever gebruikt wordt. Voor AVIA VOLT ligt daar dan ook nadrukkelijk een rol als partner: niet alleen bij de realisatie van laadinfrastructuur, maar ook bij het beheer ervan en bij de vraag welke vervolgstappen voor een locatie verstandig zijn.
Toekomstbestendig vastgoed
Utopia laat zien dat toekomstbestendig vastgoed niet ontstaat door één keer een duurzaamheidsplan uit te voeren. Het vraagt om blijven kijken naar wat een gebouw nodig heeft en welke ontwikkelingen nieuwe mogelijkheden bieden. Daarbij heeft Finkers een duidelijke houding: niet iedere beschikbare technologie hoeft direct te worden toegepast. Een investering moet daadwerkelijk waarde toevoegen, zonder toekomstige mogelijkheden te beperken.
En Finkers kijkt alweer verder. Er zijn plannen voor een volledig energieneutraal Utopia 2, dat op dezelfde kavel als het huidige Utopia Business Centre zou moeten komen. Hoe die plannen precies vorm krijgen, moet de toekomst uitwijzen. Het past bij de manier waarop Utopia zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld: niet alles tegelijk, maar telkens de volgende logische stap.
Dit artikel is gesponsord door AVIVA VOLT.





