Digitalisering en industrialisatie cruciaal voor versnelling woningbouw

Digitalisering en industrialisatie cruciaal voor versnelling woningbouw

De macht om de woningbouw te versnellen ligt bij de gemeenten, de kracht bij de markt. Dat zegt Rob Buren van BouwLab R&Do, een onafhankelijk fieldlab voor digitalisering en industrialisatie van de bouw. Die boodschap zal hij ook verkondigen tijdens de Provada, waar Buren publieke en private partijen met elkaar wil verbinden. Hij hoopt dat de zo noodzakelijke versnelling daadwerkelijk in gang wordt gezet. 'Als iedereen zijn ego thuislaat en bereid is om te luisteren in plaats van alleen maar praten, dan is de Provada geslaagd.'

Als inhoudelijk partner is Rob Buren van BouwLab R&Do nauw betrokken bij Provada Future, het platform voor technologische innovaties en inspiratie voor de vastgoedsector. Innovatie, digitalisering en industrialisatie zijn volgens hem cruciale ingrediënten om de versnelling van de woningbouw te laten slagen. Ook is het in zijn ogen belangrijk dat de processen en procedures bij woningbouwontwikkeling sneller, slimmer en efficiënter ingericht moeten worden. ‘De ontwikkelfase van een gemiddeld woningbouwproject duurt nu minimaal zes of zeven jaar. Tien of twaalf jaar is geen uitzondering. Daar valt veel winst te behalen: de ontwikkelfase moet naar anderhalf à twee jaar kunnen. Dat kan onder meer door te ontwerpen in een parametrische omgeving.’

Woningbouw staat onder druk

Aanhoudend hoge bouwprijzen, krapte op de arbeidsmarkt, beperkte beschikbaarheid van bouwmateriaal en bouwgrond, de stikstof- en PFAS-kwestie; de woningbouw staat enorm onder druk. En dat terwijl er tot 2030 zo’n 900.000 woningen gerealiseerd moeten worden om volledig aan de vraag te voldoen. ‘Je bent echt naïef als je denkt dat je die ambitie kan waarmaken met de bestaande processen. We zijn nu blij dat we 70.000 woningen per jaar bouwen, maar dat is veel te weinig. Als je wil opschalen, moet we het echt totaal anders organiseren.’

De noodzaak om te versnellen is dan ook gigantisch, vervolgt Buren. ‘Als waardeketen zijn we tot nu toe niet in staat gebleken om die versnelling te realiseren. Waarom niet? Omdat we op dit moment veel te traditioneel georganiseerd zijn. Als je wil versnellen, móet je de boel anders organiseren. Ik heb in andere waardeketens geconstateerd dat industrialisatie en digitalisering een prominente rol spelen in de versnelling.’

Ik ben heel blij dat BZK zo prominent aanwezig is op de Provada”
— Rob Buren van BouwLab

De Provada is dé plek waar overheid en marktpartijen bij elkaar komen en met elkaar in gesprek raken. Buren: ‘Ik ben dan ook heel blij dat BZK zo prominent aanwezig is, met een zeer uitgebreid programma. Ik heb de naïeve hoop dat we de woningbouw na de Provada écht gaan versnellen. Hoewel, naïef… De laatste maanden merk ik gelukkig dat steeds meer partijen in staat zijn om over hun eigen schaduw heen te stappen: partijen zoeken elkaar meer en meer op, omdat ze zich realiseren dat je elkaar nodig hebt. Er zijn altijd partijen in de keten die geen belang hebben bij versnelling, dat is niet anders. Er zijn ook architecten die huiverig zijn. Ze zijn bang dat ze in hun creativiteit worden beperkt bij parametrisch ontwerpen. Ik begrijp dat, maar het tegendeel is het geval.’ 

Ontwerpen op basis van data

Een waardeketen is de manier waarop een industrie zich heeft georganiseerd. Als succesvol voorbeeld buiten de bouw noemt hij de waardeketen van het scheerapparaat van Philips. ‘We zijn bij het opstellen van Building Symphony – de blauwdruk voor de digitale bouwketen – geïnspireerd geraakt door onder andere de waardeketen van Philips en de productie van  scheerapparaten. Op het moment dat een bedrijf als Philips iets gaat ontwerpen, wordt dat gedaan op basis van data en informatie die Philips van partners die onderdelen voor ze maken. Het wordt dusdanig ontworpen dat het foutloos en snel te produceren en te distribueren is, dat het voldoet aan de klantbehoefte. Je ziet dat digitaliseren al decennialang wordt toegepast in veel waardeketens. Mijn punt is: de bouw is helaas nog niet op deze manier georganiseerd.’

De waardeketen in de bouw is te versnipperd, zegt Buren. ‘Ideeën, initiatieven en concepten komen niet bij elkaar. Sterker: er wordt naar elkaar gewezen. Ontwikkelaars wijzen naar de overheid, aannemers wijzen naar ontwikkelaars, producenten wijzen weer naar aannemers.’

Digitalisering in de woningbouw

Op het gebied van digitalisering valt er in wereld van woningbouw nog veel te winnen, stelt Buren. Digitaliseren is volgens hem dat je op elke locatie een uniek, specifiek ontwerp kan maken op basis van gestandaardiseerde processen en producten, met maximale inspraak van alle belanghebbenden (denk aan bewoners, de woningbouwcorporatie, de school aan de overkant) en een belangrijke rol voor de architect. Hij gelooft sterk in parametrisch ontwerpen: in een omgeving ontwerpen waarin je alle randvoorwaarden van een bepaalde locatie tegen elkaar kunt afwegen, zoals afmetingen (hoogte, vierkante meters), milieuzone, geluidszone, programmaeisen (zoals percentage sociale huur en middenhuur), daglichttoetreding en meer.

Wanneer de locatieafhankelijke voorwaarden goed in kaart zijn gebracht, stop je ze bij elkaar. ‘Dan kun je ze in een parametrische omgeving vrij eenvoudig in verhouding tot elkaar afwegen, in plaats van dat je ze volgordelijk gaat afwegen.’

Alle partijen bij elkaar

Normaal gesproken worden ontwerpen in verschillende fases achter elkaar getoetst. Het ontwerp moet na elke toetsing weer terug naar, bijvoorbeeld, de ontwikkelaar. Keer op keer toetsen neemt veel tijd in beslag. Buren: ‘Kies je voor de traditionele manier, dan maak je een suboptimale keuze. Het duurt veel langer, bovendien lever je altijd in op ambitie en is het niet ongebruikelijk dat het duurder wordt. Ga niet wachten op elkaar. Zet alle partijen in het begin van een woningbouwproject bij elkaar: gemeente, corporatie, ontwikkelaar, omwonenden, woningzoekenden, aannemer, architect, belegger, welstand en parkeerbeheer. Betrek al deze partijen door middel van een parametrische omgeving. Want wat ik eerder al zei: de noodzaak om te versnellen is gigantisch groot.’