Gesponsord

CO2-commitment krijgt vaste plek bij vastgoed: van afspraak naar praktijk

CO2-commitment krijgt vaste plek bij vastgoed: van afspraak naar praktijk
Building Balance Koffiefabriek | © Tycho Müller

Een jaar na de ondertekening van het CO₂-commitment verschuift de aandacht van afspraken naar uitvoering. Bij Altera merken ze dat ontwikkelaars steeds beter weten wat beleggers verwachten. Tegelijkertijd groeit de samenwerking tussen de deelnemende partijen en neemt de ervaring met het toepassen van de CO₂-normen toe.

 ‘Marktpartijen hebben zich bij nieuwbouw de afgelopen jaren met name gericht op operationele energie en emissies. Maar naarmate je die reduceert in gebouwen stijgt het relatieve aandeel emissies dat uit de bouwmaterialen komt’, zegt Janneke Pruijsen, Team Lead ESG bij Altera.

Dit was destijds aanleiding voor Altera en andere vastgoedbeleggers om met Building Balance de handen ineen te slaan, met als doel de materiaalgebonden CO₂-uitstoot te reduceren. Wereldwijd telt deze uitstoot voor 13 procent mee in het totaal van alle CO₂-emissies in de gebouwde omgeving, tegen 25 procent operationele emissies. Bij nieuwbouw is deze verhouding zelfs omgedraaid: daar komt inmiddels 91 procent van de uitstoot uit materialen, tegen 9 procent uit het gebruik.

Janneke Pruijsen, Team Lead ESG bij Altera
Janneke Pruijsen, Team Lead ESG bij Altera

Ambitieus én realistisch

Building Balance stelde aanvankelijk voor om een 30/30/30-commitment te ondertekenen: 30 procent biobased materialen in 30 procent van de gebouwen in 2030. De vier betrokken beleggers twijfelden echter of het aan hen was om als belegger zo specifiek op één bouwmethode te sturen. Pruijsen: ‘Houtbouw is een manier om de materiaalgebonden CO₂-uitstoot te reduceren, maar niet de enige. Wij wilden vooral sturen op het doel: minder materiaalgebonden CO₂, en niet voorschrijven hoe dat precies moet worden bereikt.’ Daarom legden de vier partijen hun eigen projecten naast elkaar. Ze kregen daarbij hulp van adviseurs die zeshonderd MPG-berekeningen doorspitten, op zoek naar een CO₂-streefwaarde die ambitieus én realistisch is.

De norm in cijfers

Dat leverde een concreet reductiepad op tot 2050, met per gebouwtype een streefwaarde en een maximumwaarde voor de materiaalgebonden uitstoot (GWPA, in kg CO₂ per m² bruto vloeroppervlak, gemeten bij aanvraag van de omgevingsvergunning). Bijvoorbeeld voor een gemiddelde woning ligt de streefwaarde nu rond de 170 tot 185, de maximumwaarde rond de 350 tot 385. In 2050 moeten beide waarden met zo’n driekwart zijn gedaald. 

Binnen die normen mag elke partij zelf bepalen hoe ze de CO₂-waarde haalt, via drie aangewezen routes. Dat is om te beginnen slimmer bouwen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan innovaties in de betonindustrie richting CO₂-neutraal beton. Daarnaast biobased bouwen, met onder meer hout en biobased isolatiematerialen, waarbij de expertise van Building Balance een belangrijke rol speelt. En tot slot circulair bouwen, met hergebruikte producten en ontwerpen die aanpasbaar blijven. Voor ontwikkelaars en aannemers die behoefte hebben aan meer richting om hun doel te bereiken, stelden de partijen samen met adviesbureaus een handreiking op met concrete maatregelen per bouwfase. ‘Maar onder aan de streep moet iedereen dat CO₂-doel halen.’

Groeiend initiatief

Wat begon met vier vastgoedbeleggers en Building Balance als onafhankelijke aanjager, groeide dit initiatief uit tot inmiddels 16 vastgoedpartijen, bestaande uit beleggers en corporaties met uiteenlopende niveaus van ervaring. Elk kwartaal komen de ondertekenaars bijeen voor kennissessies, bijvoorbeeld betoninnovaties. Ook delen de partijen ervaringen op basis van eigen projecten, de succesvolle én de mislukte. In een gedeeld bestand staan inmiddels ruim driehonderd aangekochte projecten. ‘Daarmee houden we elkaar scherp en spreken we elkaar er ook op aan als een project boven de norm dreigt uit te komen. Maar vooral: hoe meer we dit doen, hoe beter.’

Extern merkt Pruijsen een verschuiving: ontwikkelaars zochten na de lancering zelf contact om de norm beter te begrijpen. ‘Ze zeiden: het is toch één grote groep, laten we er samen induiken. Het maakt niet uit of je aan Altera of een andere ondertekenaar verkoopt, overal geldt hetzelfde. Zo geven we op een eenduidige manier richting aan de markt.’

Het hardnekkigste bezwaar: de kosten

De grootste les van het afgelopen jaar zit niet in de cijfers, maar in de weerstand die er nog is op een aantal aspecten. ‘De eerste vraag is nagenoeg altijd: wat kost het? Dat moeten we nog overbruggen en blijven uitleggen, want er zijn ook maatregelen die niets extra kosten. Een win-win dus.’ Pruijsen noemt een succesvol project waarin voor een andere betonmix werd gekozen. Dat leverde een derde minder CO₂-emissie op, zonder vertraging en zonder meerkosten. ‘Het zit vaak in gewoontes die twintig jaar hetzelfde bleven. Dat doorbreken kost tijd, niet per se geld.’

Volgende stap is renovatie

Op de agenda voor komend jaar staat een vergelijkbare norm voor renovaties. ‘Welke materialen gebruik je hiervoor, hoeveel CO₂ zit daarin, en hoelang duurt het voordat je dat via energiebesparing terugverdient?’ Altera verzamelde het afgelopen jaar al data over de CO₂-impact van eigen renovaties. Voor Pruijsen blijft de kern van het commitment echter ongewijzigd: de manier waarop partijen binnen deze groep kennis delen. ‘Dat we samenwerken en elkaar helpen om projecten duurzamer te maken en de uitstoot van de sector te verminderen, dat is wat mij betreft de essentie.’

Dit artikel is gesponsord door Altera Vastgoed.

Lees hier al het nieuws

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.