De toekomst is aan de metropolitane stad

De binnenstad van Rotterdam bestaat uit grote kantoorpanden, landelijk bekende winkels en woningen. Door de recente prijsstijgingen staat de betaalbaarheid onder druk, waardoor de binnenstad alleen nog voor de happy few dreigt te worden. Rotterdam zet in op inclusiviteit. Dat betekent: grote bedrijven, start-ups, maakindustrie en lokale helden, die schouder aan schouder een plek in de binnenstad krijgen. ‘Global meets local is ons streven.’
Delen:

Een binnenstad die niet draait om de skyline alleen, met die torenhoge kantoorgebouwen van multinationals. Maar een veel bredere, interessantere en spannender mix. Zo’n binnenstad stond centraal in het rondetafelgesprek dat de gemeente Rotterdam op de Provada organiseerde. De basis voor het gesprek werd gevormd door de presentatie van projectmanager Ruimtelijke Economie Esther Roth over de omgevingsvisie van de gemeente Rotterdam. Ze legde uit dat de binnenstad een van de prioritaire gebieden is waar stedelijke doelen gerealiseerd kunnen worden. Daarbij gebruikte Roth de term ‘metropolitane stad’. ‘In de visie van de gemeente Rotterdam is een metropolitane stad een stad die zich richt op tal van functies. In ons geval willen we groeien in mensen en banen om onze economie blijvend te stimuleren. Concreet willen we over vier jaar 9.000 banen hebben gecreëerd in de binnenstad. Speerpunten van zo’n nieuw centrum zijn duurzaam, compact, productief, inclusief en gezond. Maar het belangrijkste voor ons is kansengelijkheid. Dat de binnenstad echt voor iedere bewoner van Rotterdam is. Dat iedereen er dezelfde kansen krijgt. Dat betekent dus niet alleen dat wonen in de binnenstad voor iedereen bereikbaar moet zijn, maar ook werk.’

Global meets local

Werk voor iedereen impliceert ook het vestigen van andere typen bedrijven. ‘Rotterdam is bekend van de havenbedrijven en de grote multinationals, maar nadrukkelijk willen we ook een kraamkamer zijn van de veelbelovende start-ups en kleine lokale bedrijven. Global meets local is niet voor niets ons streven. Dat is een keuze met consequenties, want de grond is schaars en duur. We richten ons echter heel bewust ook op die kleinere ondernemers, de lokale helden. En ook op betaalbare bedrijfsruimtes.’ De rondetafelgasten konden zich in die visie vinden. Want ook Den Haag en Eindhoven laten de traditionele woon- en werkfunctie van de binnenstad achter, ten gunste van een bonte mix voor iedereen. Zo vertelde Lisette Nijs, directeur projecten van de gemeente Den Haag: ‘We kiezen in Den Haag voor een binnenstad die bruist, waar jong en oud graag komen. Voor een plek met niet alleen kantoren en woningen, maar ook met grote en kleine winkels, en met voorzieningen zoals huisartsen.’ En met nieuwe functies, Nijs noemde met nadruk het onderwijs. De komst van een dependance van de Universiteit Leiden naar het centrum van de hofstad heeft Den Haag goed gedaan. Nieuwe doelgroepen, nieuwe kansen.

Eindhoven is een andere stad dan Rotterdam en Den Haag, onderstreepte Jos Roijmans, programmamanager Spoorzone van de gemeente Eindhoven, maar wel een die in razend tempo groeit. ‘Wij zijn een economische motor van ons land geworden. Daardoor staan we nu voor een enorme schaalsprong. Momenteel hebben we 120.000 woningen in de stad, daar moeten er in 15 jaar tijd 40.000 bij komen. Verder willen we 70.000 FTE aan extra arbeidsplaatsen creëren. Daarnaast streven ook wij naar een mix met vrijetijdsvoorzieningen.’ Rotterdam zelf moet van ver komen als het om de ontwikkeling van binnenstedelijk gebied gaat, erkent Jos Melchers, directeur gebiedsontwikkeling van de gemeente Rotterdam. ‘Vroeger was het gewoon ongezellig in het centrum van Rotterdam. Je verdiende er het geld dat je bij wijze van spreken in Amsterdam weer uitgaf. Die tijd is voorbij, de intensiteit van ons centrum wordt steeds groter. Maar het is nog niet genoeg. Vandaar onze visie, waarbij we er voor alle inwoners willen zijn.’

Uitbreiding van de binnenstad is een uitdaging

Interessant: om die bonte mix voor iedereen waar te maken, kiezen de drie steden allemaal voor uitbreiding. Eindhoven naar de omgeving rond het station, Den Haag naar het gebied tussen de drie stations en Rotterdam naar de zuidelijke Maasoever. ‘Om onze doelen te bereiken, hebben we definitief de sprong gemaakt over de rivier. De Rotterdamse binnenstad is er nu een op 2 oevers. Een behoorlijke opgave, ook omdat er een risico aan kleeft. Je kunt het elastiek van je centrum immers ook te ver oprekken.’

Bruisende metropolitane stad

De gesprekspartners herkennen zich in dat beeld. Lisette Nijs noemt het essentieel dat het nieuwe gebied in verbinding blijft met het oude. ‘Den Haag heeft een oud centrum met mooie historische gebouwen. Het cruciale van uitbreiding is dat je de verbinding met die oude kern behoudt.’ Maar als zo’n verbinding eenmaal op de goede manier is gerealiseerd, heb je een uitgebreide metropolitane binnenstad, die bruist en die kansen biedt voor alles en iedereen. Geen eenheidsworst met alleen maar grote, landelijk bekende winkels, maar een plek waar iedere bewoner zich in kan herkennen. Met tal van lokale helden, kleine ondernemers die de eigen stad een unieke smaak geven en die voldoen aan de lokale vragen. En met volgens het publiek meer toevoeging van maakbedrijven.  Melchers: ‘Wie had dat vijf jaar geleden kunnen bedenken, dat we dat ooit nog eens zouden zeggen?’

Meer lezen over de Rotterdamse Omgevingsvisie en de visie op de binnenstad?

https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/omgevingsvisie/

Dit artikel is gesponsord door de gemeente Rotterdam.