nieuws

Heimstaden doet niets excessiefs, zegt minister

Transacties

Heimstaden doet niets excessiefs, zegt minister
Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken)

Kamerlid Beckerman van de SP stelde vragen over de overname van 10.000 woningen door Zweedse belegger Heimstaden. De suggestie werd gewekt dat hier ‘gekregen’ sociale huurwoningen naar het buitenland werden verkocht door Round Hill Capital.

De eerste vraag was: Kent u het bericht dat een Zweedse belegger bijna tienduizend Nederlandse huurwoningen opkoopt van een andere belegger? Wat is uw reactie
daarop? Vindt u de hele gang van zaken wenselijk?

Niets excessiefs

Het antwoord van Ollongren was duidelijk:

‘Heimstaden geeft als reden voor de aankoop de gunstige omstandigheden op de Nederlandse woningmarkt, waaronder het sterke economische fundament en het tekort aan woningen. Het bedrijf belooft het nieuwe bezit te verduurzamen, te moderniseren en te verhuren tegen een ‘betaalbare middenhuur’.1 Het is mij niet bekend hoe dit concreet wordt ingevuld. Het staat beleggers vrij om woningen te verkopen of aan te kopen. Bij de aankoop van woningen vind ik het belangrijk om onderscheid te maken tussen beleggers die op een duurzame manier woningen aan de voorraad toevoegen en tussen beleggers die excessief gedrag tonen en speculatief handelen. Hierbij geldt dat beleggers die excessief gedrag vertonen moeten worden aangepakt. Ik zet mij in om tot de balans te komen waarbij meer middenhuurwoningen worden toegevoegd en excessen worden aangepakt.’

In de verdere beantwoording geeft Ollongren aan dat de huurders gewoon dezelfde huurbescherming houden en dat het onderhoud contractueel is vastgelegd. Op vragen over de belasting op deze deal geeft ze geen antwoord.

Sociale huur

Iets spannender werd het toen de vragen zich richten op de sociale huurwoningen uit de portefeuille. Er waren veel vragen over het specifieke aantal sociale huurwoningen in de portefeuille.

Vraag 5: Hoeveel van de 3.876 huurwoningen die Round Hill Capital voor 365 miljoen euro  kocht in 2014 waren toen nog sociale huurwoningen en zijn nu geliberaliseerd  waardoor ze in de vrije sector vallen?

Antwoord op vraag 5:  De verkoop van woningen door het Wooninvesteringsfonds (WIF) aan Round Hill  Dutch Residential Investment SCS is beoordeeld door de Inspectie Leefomgeving  en Transport (ILT). Het ging hierbij overigens om 3.817 woningen. Op 5 februari  2015 is goedkeuring gegeven voor de verkoop van  deze woningen aan Round Hill. Van deze 3.817 woningen waren er 1.536  geliberaliseerd, de overige 2.281 huurwoningen hadden een maximale huur onder  de liberalisatiegrens. De huurprijsontwikkeling van specifieke woningen bij  beleggers wordt niet bijgehouden.

Vraag 6: Hoeveel van de 9.554 woningen, die nu worden verkocht aan een Zweedse vastgoedbelegger, waren in 2015 nog sociale huurwoningen en zijn nu geliberaliseerd waardoor ze in de vrije sector vallen?

Antwoord op vraag 6: Een groot deel van de 9.554 woningen van Round Hill is aangekocht van particuliere beleggers. Daarvan is niet bekend of het om woningen ging met een huurprijs boven of onder de liberalisatiegrens. Evenmin is van de betreffende woningen de feitelijke huurprijs op het moment van aankoop door Round Hill bekend, noch de feitelijke huurprijs thans.

Gekregen van minister Blok

Vraag 7:  Waarom en op basis waarvan gaf toenmalig minister Blok voor Wonen en Rijksdienst een ontheffing voor een lagere verkoopprijs van de sociale huurhuizen in 2015, en komt dit voordeel dat Round Hill Capital toen heeft ‘gekregen’ van de minister weer terug bij de volkshuisvesting? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 7: De beoordeling van voorgenomen verkopen van woningen door woningcorporaties wordt namens de minister door een toezichthouder uitgevoerd. Deze komt onafhankelijk tot haar oordeel. Op grond van de regelgeving was een ontheffing nodig wanneer onder de 90 procent van de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik werd verkocht. Bij woningen in verhuurde staat ligt de verkoopwaarde doorgaans onder de 90 procent van de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik (gemiddeld op 75 procent).

Ook de woningen van het WIF zijn in verhuurde staat verkocht. Eveneens op grond van reguliere regelgeving kon een ontheffing worden verleend indien verhuurde woningen zonder aanvullende voorwaarden boven een prijs van 75 procent van de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik werden verkocht. Dit was hier het geval, zodat de ILT tot het oordeel is gekomen dat een ontheffing kon worden verleend.

Op Twitter werd furieus gereageerd op de beantwoording;

Reageer op dit artikel