nieuws

‘Winstbejag overheid leidt tot lelijk bedrijventerrein’

regios

Platte dozen van staalplaat met hier en daar een deur en soms een hele rij deuren als het om opslag en distributie gaat waarbij veel vrachtwagens tegelijkertijd moeten worden bediend, zo omschrijft onderzoekster Harkolien Meinsma de bedrijfspanden die zij in haar onderzoek naar de ‘logica van de lelijkheid’ van vijf bedrijventerreinen in Noord-Holland tegenkwam.

Meinsma deed haar onderzoek in opdracht van de stichting Welstandszorg Noord-Holland. De bedrijventerreinen bij Anna Paulowna, Wervershoof, Zaanstad, Heerhugowaard en Hoorn geven volgens de onderzoekster een representatief beeld van het ‘gewone’ bedrijventerrein. De belangrijkste reden voor het lelijker worden van gebouwen op bedrijventerreinen is volgens Meinsma de commercieel geworden (lokale) overheid. ‘Sinds de tweede helft van de jaren tachtig willen overheden zo veel mogelijk verdienen aan vierkante meters grond en steken zij geen subsidies meer in een kwalitatief goede stedenbouwkundige opzet. De commerciële ambities en de esthetische normen zijn vaak bij eenzelfde instantie ondergebracht, waarbij de laatste het onderspit delven. Lage grondprijzen en het verbreden van categorieën bedrijven die zich op een bedrijventerrein mogen vestigen, houden de vraag naar bedrijventerreinen in stand.’ De kwaliteit van de gebouwde omgeving en het landschap worden volgens Meinsma ondergeschikt aan die vraag gemaakt.     

Reageer op dit artikel