blog

Golfbanen gaan dezelfde kant op als veel vastgoed

Geen categorie

Onlangs speelde ik op de prachtige, nieuwe golfbaan The International bij Schiphol, aan de rand van Amsterdam en onder de aanvliegroutes van de Boeings en Airbussen. Ik had de illusie dat ik ze met een misslag zou kunnen raken. Ik zie de koppen in de kranten al: Terroristische golfbal haalt Airbus uit de lucht

Golfbanen gaan dezelfde kant op als veel vastgoed
Ruud de Wit

Ik was uitgenodigd voor een business evenement van een internationale vastgoedadviseur. Dit soort golfdagen waren in de topjaren van het vastgoed normaal. Menig nieuwtje en zelfs primeur heb ik voor Vastgoedmarkt op de fairways kunnen binnenhalen. Het aantal uitnodigingen voor vastgoedgerelateerde golfwedstrijden nam echter vanaf 2008 dramatisch af. Een beter bewijs dat het sinds de val van Lehman Brothers niet goed is gegaan met de vastgoedbranche, is er niet te geven, schrijf ik met een zekere ironie.

De vraag die elke vastgoedprofessional zich stelt, als hij over een baan als The International loopt, is: Wat zal dit gekost hebben? Lange tijd werd aangehouden dat de kosten van een nieuwe golfbaan uitkomen op 1 miljoen euro per hole. The International moet aanzienlijk meer hebben gekost. Als ik zo’n 35 miljoen euro aanhoud, zit ik dicht bij de waarheid. Verdien dat als belegging maar eens terug? De golfbaan op 75 hectare grond is eigendom van Schiphol Real Estate, die de baan verhuurt en laat exploiteren door de Amsterdam International Golf Club. De inschrijfkosten liggen rond de 35.000 euro en de leden lopen bij bosjes binnen. Ook dat is een teken van herstel van vertrouwen in de economie.

Een jaar geleden publiceerde NRC een artikel met als strekking ‘dat het niet goed gaat op de green’. Het aantal actieve golfers in Nederland neemt af na jaren van explosieve groei en juist het aantal banen is sinds 2000 verdubbeld naar ruim 200. Bijna alle golfcourses kampen met een negatieve omzet. Daarom richten de meeste banen zich op green fee-spelers, die brengen immers cash in het laatje.

In vastgoedkringen wordt vaak beweerd dat een nieuwe baan minstens twee keer over de kop moet gaan en dat er flink moet worden afgeschreven op de investeringskosten, alvorens er sprake kan zijn van een enigszins rendabele exploitatie. ING, dat ooit kapitalen moest afschrijven op wat later Burggolf werd, kan er over meepraten. Of Bouwinvest, dat veel geld moest toeleggen voordat het af kon komen van die andere ‘International’ baan op de grens met België, de Dousberg in Maastricht. Een baan overigens, waar ik met plezier een balletje sla.

Het lijkt er op dat de kop boven het  NRC-artikel van vorig jaar ‘Nederland kampt met een wildgroei aan golfbanen’, klopt. In Zuid-Limburg tel ik zes banen (18 holes of meer) en nog een viertal par3-banen. En dan heb ik het niet over de banen direct over de grens (Aken, Genk, Luik, Gemmenich en Henri Chapelle). In Eys, het dorp waar ik vlakbij woon, is vorig jaar ook al een 9 holes pitch & putt-baan aangelegd, waarvan ik me sterk afvraag of die ooit rendabel wordt.

En toch bestaan er plannen voor nog eens 50 golfbanen in Nederland. Blijkbaar zijn er nog steeds vermogende particulieren en gemeenten die er brood in zien. Een van die initiatieven is Golfbaan Rolduc in de Zuid-Limburgse grensgemeente Kerkrade. De plannen dateren uit 2005 en de opening was voorzien in 2010. De golfbaan ligt er echter nog altijd niet rond het huidige Rolduc Congrescentrum, dat vroeger overigens een bekend (of berucht) conservatief-katholiek klooster en kleinseminarie was. In 2008 gingen de initiatiefnemers uit van een investering van 4 miljoen euro, maar dat werd toen al volslagen onrealistisch genoemd.

Toch blijven de plannen voor een Golfbaan Rolduc terugkeren en ook de gemeente Kerkrade houdt zich ermee bezig. Uit alles blijkt dat de gemeente uiteindelijk aanzienlijk zal moeten bijdragen om het initiatief uit de grond te trekken. Ik wil er geen gif op innemen dat de baan er inderdaad komt. Dat lijkt me ook niet nodig, als ik zie hoe de bezetting op de tien banen binnen 25 km van Rolduc zich ontwikkelt. Het zou me niets verbazen als het met een deel van de golfbanen in Nederland net zo vergaat als bij de kantoren- en winkelmarkt:  leegloop, ‘onder water staan’, afschrijven en slopen. In het geval van golfbanen: teruggeven aan de natuur.

Ruud de Wit

Voormalig hoofdredacteur van Vastgoedmarkt.

Deze column is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van juni-juli 2015 

Reageer op dit artikel