blog

Geluksmonitor (1)

Geen categorie

‘Slechts hij is gelukkig die het meent te zijn,’ dacht de Romeinse wijsgeer Seneca. Maar tegenwoordig weten tal van onderzoeksbureaus wel beter. Geluk valt objectief te meten; niet in kilo’s of kubieke meters natuurlijk, maar op ranglijsten. Zo weten de samenstellers van het World Happiness Report stellig dat Nederland toch maar mooi op de zevende plaats staat van de gelukkigste landen ter wereld.

De lijst wordt aangevoerd door Zwitserland, gevolgd door IJsland, Denemarken, Noorwegen, Canada en Finland. Na ons komen de Zweden, de Australiërs en de Nieuw-Zeelanders. Onze oosterburen staan op plaats 16, terwijl we toch dagelijks vernemen dat menige asielzoeker – door sommigen ‘gelukzoeker’ genoemd – juist Duitsland het ultieme bestemmingsland noemt. Maar welke maatstaven gebruiken de onderzoekers dan? Wel, in elk geval andere dan de doorsnee burger zou hebben genoemd. Want maakt de hoogte van het bbp per hoofd van de bevolking nu iemand per se gelukkig? Of de ruime sociale voorzieningen, de afwezigheid van corruptie, het aantal (gezonde) levensjaren van de inwoners, de vrijheid om de eigen toekomst te bepalen en de vrijgevigheid van het land als geheel? Het is ook maar wat de onderzoekers belangrijk achten. Hoe is er gemeten? Hoe kan je hoger op die lijst komen? Maar goed, geluk is op de een of andere manier bespreekbaar gemaakt met dit rapport.

Dat neemt niet weg dat er voor bedrijven ook een soort ‘geluksmonitor’ bestaat: de Monitor Vestigingsklimaat, die door het ministerie van Economische Zaken is ontwikkeld. Met bazuingeschal wordt aangekondigd dat de monitor ‘een nieuw en integraal instrument [is] om het inzicht in de kwaliteit van het Nederlandse vestigingsklimaat voor met name buitenlandse bedrijven en investeerders te vergroten.’ Want ook bedrijven kunnen gelukkig zijn of worden gemaakt. Waarvan? Nou, van goede bereikbaarheid, een optimale (digitale) infrastructuur, een gekwalificeerde arbeidsmarkt, aanvaardbare kosten en een toegankelijke en grote afzetmarkt. Zachte factoren zoals beschikbaarheid van internationaal onderwijs, meertaligheid, de kwaliteit van leven en gastvrijheid spelen eveneens een belangrijke rol. We moeten helaas concluderen dat we eigenlijk een middenmoter zijn. Alleen wat infrastructuur betreft staan we op nummer één; al zullen de vele filerijders daar wat anders over denken. Voor andere factoren moeten we één tot vier landen boven ons dulden. In de monitor worden we vergeleken met België, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. En wij presteren ook goed op het gebied van innovatie en betrouwbaarheid van de overheid, voegt het ministerie er haastig aan toe. En wie durft dat tegen te spreken? Maar juist op de factoren waar bedrijven zwaar aan tillen, zoals arbeid of fiscaliteit, lijken andere landen het toch echt beter te doen, zo vernemen we in de wandelgangen. Tevergeefs heb ik gezocht naar een ranglijst en onze plaats erop. Jammer, want dan konden we dat ook eens vergelijken. Er is ook geen lijst van concrete actiepunten waarmee we lekker aan de slag kunnen. En waarom ook? Het gaat toch goed?

De volgende monitor gaat over het thema ‘onroerende goederen.’ Ik hoop dat de onjuiste woordcombinatie geen voorbode is van een rapport  met allerlei algemeenheden over vastgoed. Ik houd u vanzelfsprekend op de hoogte. 

 

Over de auteur

Tom Berkhout is professor Real Estate Nyenrode Business Universiteit

Dit artikel is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van april 2016  

Reageer op dit artikel