blog

Vastgoedmijmeringen over Hans Wiegel

Geen categorie

Ik heb nooit iets gehad met Hans Wiegel, de VVD-coryfee – zoals hij steevast wordt genoemd – die het zo goed met zichzelf heeft getroffen. Die antipathie van
mijn kant – want dat is het! – heeft te maken met de manier waarop hij in 1967 als Tweede Kamerlid de landelijke politiek binnendrong: een echte rechtse corpsbal, inclusief sigaar en glas bier in de hand, maar wel zonder ooit zijn studie rechten/politieke wetenschappen te hebben afgemaakt.

Als rechtgeaarde linkse stemmer kon ik ook maar moeilijk accepteren, dat hij samen met CDA-voorman Dries van Agt in 1977 een tweede kabinet Den Uyl op de valreep onmogelijk maakte. Dries van Agt heeft zich in mijn ogen ‘gerehabiliteerd’ dankzij zijn latere, afwijkende standpunt over de Palestijnse kwestie en zijn grote liefde voor het wielrennen.

Wiegel echter associeer ik daarna vooral met de naar hem genoemde Nacht (van 18/19 mei 1999) die een bom legde onder het tweede Paarse Kabinet. En – daarom gaat het hier – met zijn niet bepaald succesvolle bemoeienissen met vastgoed. Onder meer als president-commissaris bij Bouwfonds – terwijl Van Vlijmen c.s. het bedrijf leegroofden; zijn adviseurschap bij Straet Holding van het inmiddels omstreden en deels failliete Eindhovense vastgoedduo Tom Moeskops en Harrie van de Moesdijk; en natuurlijk vooral met zijn goedbetaalde ‘praatjes voor de vaak’ in Harry Mens’ Bussiness Class met als enige doel geld uit de zak te kloppen bij naïeve particuliere beleggers voor de vastgoedfondsen van Jonald Bouwhuis.

Bij dit alles heb ik me er steeds over verbaasd dat Wiegel nooit keihard is aangepakt door de media – met uitzondering dan van Quote en een beetje door de Volkskrant – of door zijn eigen partij, de VVD. Alle vastgoedellende die hij rond zich heeft laten gebeuren, lijkt van hem te zijn afgegleden. Gelukkig is daarin nu een verandering gekomen. Zo’n zestig obligatiehouders hebben op twee woningen van Wiegel conservatoir beslag gelegd voor een bedrag van 7 miljoen euro. De beschikking daartoe van de rechtbank Noord-Nederland is afgegeven op verzoek van obligatiehouders van het fonds Bouw State 5, een van de fondsen van Bouwhuis Vastgoed. De uiteindelijke schadeclaim die door hen tegen Wiegel is ingediend, komt uit op bijna 11 miljoen euro.

Voor wie het niet meer weet: Bouw State 5 is een van de fondsen van Jonald Bouwhuis, die door Wiegel zo zijn aangeprezen met de geruststellende woorden ‘We hebben de zaken goed voor elkaar, terwijl de rest van Nederland en de rest van de wereld in moeilijkheden verkeren’. Ook Cor van Zadelhoff ging het te ver dat Wiegel bij Harry Mens een ‘gegarandeerd rendement van 9 procent’ voor Bouwhuis-fondsen in het vooruitzicht stelde en schreef de gepensioneerde politicus zelfs een verontwaardigde brief, zonder dat hij daarop overigens een reactie kreeg.

Ik zeg niet dat Wiegel een schurk is. Het is de arrogantie die hij uitstraalt, zoals in de filmpjes, waarin hij de dubieuze fondsen van Bouwhuis aanprees. Hans Wiegel is het type mens en politicus waarmee ik nog altijd, 36 jaar na zijn geslaagde coup om Den Uyl voor een tweede termijn uit het Catshuis te krijgen, weinig op heb. In ieder geval heeft de vastgoedbranche dit soort toezichthouders en adviseurs niet nodig.

Deze column lijkt misschien op een wel erg persoonlijke aanval, maar is dat slechts ten dele. Te lang heeft de vastgoedbranche – maar ook alle andere economische sectoren – te veel toezichthouders gekend, die er alleen maar voor zichzelf en hun eigen portemonnee zitten, en niet voor het bedrijf, aandeelhouders en de werknemers. Diep in mijn hart hoop ik dat de rechtbank de eis van de in hem zo teleurgestelde obligatiehouders van Bouwhuis-fondsen toekent. Maar zelfs als de rechter hen in het ongelijk stelt, zal mijn persoonlijke mening over Hans Wiegel niet veranderen.

Deze column van Ruud de Wit verscheen eerder in Vastgoedmarkt september 2013.

Reageer op dit artikel