blog

Universitaire samenwerking met perspectief

Geen categorie

In juli werd in de media onthuld dat de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam fuseren. Uit reacties kan worden opgemaakt dat de fusie in september bij de opening van het academisch jaar officieel zal worden aangekondigd.

Sijbolt Noorda, voorzitter van de universiteitenvereniging VSNU, heeft de plannen trouwens tegenover het NRC bevestigd, ook al wil hij het liever geen fusie noemen. ‘Dat klinkt mij te veel naar bedrijfsovernames. Dit is het institutionaliseren van een samenwerking.’

Bij het lezen van dit bericht moest ik direct denken aan een bijeenkomst tijdens de Provada, die ik mocht leiden. Bij de presentatie van de plannen voor de Rotterdam Science Tower (de herontwikkeling van het voormalige kantoorgebouw Europoint IV) van belegger/ontwikkelaar Fortress was mij al duidelijk geworden dat een verregaande universitaire samenwerking tussen Leiden, Rotterdam en Delft een kwestie van tijd zou zijn. De drie sprekers op deze bijeenkomst – prof. dr. Eric Claasen (van Viroclinics), Nettie Buitelaar (directeur van het Leiden Bio Science Centre) en Ivo Wekenborg (senior director Rotterdam Investment Agency Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam) – gaven helder aan dat voor hen een intensievere universitaire samenwerking tussen deze drie universiteiten een vanzelfsprekendheid was, ook al spraken ze vooral over de noodzaak van een modern gemeenschappelijk universitair laboratorium- en onderzoeksruimte in Zuid-Holland. Daarom maakten deze drie sprekers zich ook sterk voor de Rotterdam Science Tower.

Het bericht over de nieuwe intensieve universitaire samenwerking heeft weinig aandacht gekregen in de media. Toch zijn de gevolgen groot. Door de bundeling ontstaat de grootste academische instelling van Nederland, met 55.000 studenten, met campussen en instituten in Leiden, Delft, Rotterdam en Den Haag. Er werken in deze fusie-universiteit 11.500 academici en ondersteunende medewerkers, nog exclusief het personeel van de medische centra in Rotterdam en Leiden.

Afgezien van het prestige van deze nieuwe universiteit – die immers tot de absolute wereldtop zal behoren – betekent dit ook vanuit een vastgoedvisie een uitgelezen mogelijkheid om te voldoen aan nieuwe hoogwaardige onderwijs-, kantoor- en onderzoeksruimte (zoals de Rotterdam Science Tower). Ook kan er veel beter worden ingespeeld op de woonbehoeften van een nieuwe generatie studenten. Daarmee heeft de huidige universiteit van Leiden overigens net een begin gemaakt met de aankondiging van de bouw van Leiden University College The Hague in het Anna van Buerengebouw achter station Den Haag Centraal, ik denk niet helemaal toevallig ook een ontwikkeling van Fortress. Naast collegezalen, gemeenschappelijke ruimten, een restaurant en op de begane grond horeca komen er in het Anna van Buerengebouw bijna 400 studentenkamers. In feite gaat het, als de universitaire fusie realiteit wordt, dus om een initiatief van vier dicht bij elkaar liggende steden in Zuid-Holland.

Na alle tevergeefse en geldverslindende pogingen van de vier grootste steden in Nederland (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) om tot een gemeenschappelijke vastgoedpresentatie en -beleid te komen, die ook indruk maken over de landgrenzen, is de nieuwe Universiteit Leiden (want zo gaat de nieuwe universiteit waarschijnlijk heten!) het bewijs dat het wel kan. De afgelopen jaren zijn de vier grote steden er niet in geslaagd om samen met een duidelijke strategie te komen als hoogst aantrekkelijk vestigingsgebied voor het internationale bedrijfsleven. Wie op een vastgoedbeurs als de Mipim ‘steden’ als Groot Parijs en Groot Londen ziet opereren als een geheel (waarbij marktpartijen nauw samenwerken met de overheden), weet waarom ‘wij’ er niet in zijn geslaagd de Zuidas als internationale toplocatie op de kaart te zetten.

Maar het is nog niet te laat, blijkt uit het universitaire initiatief in Zuid-Holland. En dat is goed nieuws voor de Nederlandse vastgoedsector. Een nieuwe centrale campus, bijvoorbeeld, ergens tussen de vier betrokken steden zou zo maar eens noodzakelijk kunnen worden. In ieder geval iets voor een paar nu kwakkelende grote ontwikkelaars om samen met de bestuurders van de fusie-universiteit, de betrokken steden en de provincie aan tafel te gaan zitten. Misschien dat op deze manier de hele vastgoedontwikkelingssector in Nederland weer voldoende inspiratie kan vinden om de weg naar boven te vinden. Wachten totdat Nederland in 2028 de Olympische Spelen krijgt toegewezen, lijkt me iets te risicovol en te veel een ver-van-mijn-bedshow.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt augustus 2011

Reageer op dit artikel