blog

010 – 020

Geen categorie

De situatie in de twee grootste steden van ons land is in veel opzichten met elkaar te vergelijken: kantoorleegstand, een opengebroken stationsgebied, behoefte aan woningen om hoger opgeleiden in de stad te houden, een goede positie op retailgebied die moet worden behouden – in combinatie met een verminderde vraag en financieringsproblemen. Beide gemeenten moeten fors bezuinigen, onder meer vanwege sterk gedaalde inkomsten uit gronduitgiften.

Het verschil tussen de verantwoordelijke wethouders en de manier waarop ze zich presenteren, kan echter nauwelijks groter zijn. Aan de Amstel staat Maarten van Poelgeest (GroenLinks), de voormalige studentenactieleider aan het roer, aan de Maas is het Hamit Karakus (PvdA), een selfmade man.

Beiden kwamen afgelopen maand uitgebreid in het nieuws – en in dit nummer vindt u een portret van Karakus. Hij lijkt de taal van de vastgoedsector te spreken, waar Van Poelgeest de markt vooral lijkt te willen opschudden met scherpe uitlatingen over panden onteigenen, boetes opleggen bij leegstand en zwartepieten uitreiken richting banken en beleggers als het gaat om de verantwoordelijkheid voor de leegstand.

Ondertussen ontstaat het beeld dat Karakus de regie strakker in handen heeft dan zijn Amsterdamse collega. Waar Van Poelgeest voor IJburg 4 niet verder komt dan de belofte ‘de nieuwe eilanden komen er, maar ik weet niet wanneer’, daar maakt zijn Rotterdamse collega duidelijk dat met trekken en duwen van de gemeente nog steeds de nodige grootschalige projecten kunnen worden uitgevoerd. Karakus zegt hierover zelf: ‘Samen met de markt stellen we prioriteiten om de projecten op gang te houden’. En met succes, gezien het Calypso-complex en het gebied Rotterdam Central District, het Schiekadeblok, Forum Rotterdam en de Markthal. Goed, Karakus is eerlijk genoeg om aan te geven dat de nieuwbouwwijk Nesselande wellicht beter had kunnen worden gebouw op de plaats van de Merwe- Vierhavens om het binnenstedelijk gebied te verbeteren – maar Nesselande mocht dan wel weer de Neprom Jaarprijs in ontvangst nemen.

Wat vooral opvalt, is dat Karakus, in tegenstelling tot zo veel anderen, geen woorden vuilmaakt aan (het gebrek aan) sturing door de centrale overheid of zich verschuilt achter anderen. Het motto lijkt: handen uit de mouwen, pijn nemen waar het moet, kansen grijpen waar het kan. Dat hij veel collega-bestuurders mag inspireren.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt juni / juli 2011

Reageer op dit artikel