nieuws

Ken je die mop over de rente die zou gaan stijgen?

Financieel

Ken je die mop over de rente die zou gaan stijgen?

Maandelijks analyseert senior adviseur Harco Nijland van EY Montesquieu in de rubriek Analyse Rentemarkten de bewegingen op de geld- en rentemarkt.

GELDMARKT

Gedurende 2019 is geleidelijk de speculatie ontstaan dat het bij de eerstvolgende rentewijzing van de Europese Centrale Bank niet om een verhoging zal gaan, maar om een verlaging. De aanleidingen hiervoor vormen tegenvallende economische vooruitzichten, de almaar dalende inflatieverwachtingen en toenemende onzekerheden zoals bijvoorbeeld Brexit en de handelsoorlog.

Tijdens de afgelopen rentevergadering van de ECB bevestigde voorzitter Mario Draghi het vermoeden van de beleggers. Er wordt binnen het bestuur van de centrale bank inderdaad gesproken over het verder verlagen van de rente. Door Draghi werd gezegd dat de volgende stap in de rentetarieven, in het bijzonder het depositotarief, eerder neerwaarts dan opwaarts zal zijn. Een concrete maatregel was alvast het aangeven dat de rentes in ieder geval tot en met medio 2020 op het huidige niveau zullen blijven (en dus niet verhoogd worden). Eerst was dit nog tot en met eind 2019. Ook het opnieuw activeren van het opkoopprogramma van obligaties (QE, ofwel quantitative easing) werd door Draghi als mogelijkheid genoemd.

De woorden van Draghi hadden een duidelijk effect op de verwachte standen van de 3-maands Euribor. Voor de komende maanden wordt nu namelijk op een daling van deze interbancaire rentes gerekend. Voorheen werd uitgegaan van de nagenoeg ongewijzigde stand voor de Euribor voor de komende kwartalen. Het moment waarop verwacht wordt dat de 3-maands Euribor weer positief zal zijn, ligt nog ver in de toekomst: Q4 2023.

EURIBOR 6-mei-19 21-jun-19 Verschil
1-maands -0,365 -0,398 -0,033
3-maands -0,309 -0,344 -0,035
6-maands -0,230 -0,308 -0,078
12-maands -0,114 -0,212 -0,098

KAPITAALMARKT

Op de kapitaalmarkt sneuvelde het ene na het andere record. Beleggers die vluchtten in veilige staatsleningen, zorgden voor steeds verder dalende rentes. De Duitse 10-jaars staatsrente bereikte de laagste stand ooit op -0,328 procent. De Nederlandse evenknie deed hier met een dieptepunt van -0,167 procent niet veel voor onder. De neerwaartse beweging van de rente wordt mede ingegeven door de almaar dalende inflatieverwachtingen. De betreffende marktindicator, de verwachte 5-jaars inflatie over 5 jaar, daalde sinds begin mei van 1,48 procent naar 1,08 procent op 18 juni 2019.

Duitse staatsrente 6-mei-19 21-jun-19 Verschil
2-jaars -0,591 -0,737 -0,146
3-jaars -0,586 -0,735 -0,149
4-jaars -0,517 -0,709 -0,192
5-jaars -0,418 -0,640 -0,222
6-jaars -0,369 -0,605 -0,236
7-jaars -0,283 -0,545 -0,262
8-jaars -0,194 -0,472 -0,278
9-jaars -0,095 -0,393 -0,298
10-jaars 0,015 -0,298 -0,313
15-jaars 0,258 -0,099 -0,357
20-jaars 0,450 0,072 -0,378
30-jaars 0,664 0,278 -0,386

Mario Draghi wist deze daling door een speech tijdens een conferentie in het Portugese Sintra echter te doorbreken. Eigenlijk bevestigde hij alleen maar wat hij tijdens het rentebesluit van 6 juni 2019 al had gezegd, namelijk de mogelijkheid van meer monetaire stimulering. De inflatieverwachting herstelde tot 1,31 procent. Dit is echter nog steeds ruim verwijderd van de ECB-doelstelling van twee procent. De ECB lijkt er dus niet aan te kunnen ontkomen de daad bij het woord te voegen.

Swaption (payer)
Optie Swap Strike Premie
3 maanden 5 jaar -0,25% 0,35%
6 maanden 5 jaar -0,25% 0,56%
3 maanden 10 jaar 0,20% 0,71%
6 maanden 10 jaar 0,25% 0,96%

 

Renteswap
Looptijd Vaste rente
3 jaar -0,41%
5 jaar -0,27%
7 jaar -0,11%
10 jaar 0,15%

 

Rentecollar
Looptijd Floor Cap Premie
3 jaar -0,50% 0,00% 0,10%
5 jaar -0,35% 0,25% 0,33%
7 jaar -0,15% 0,50% 0,90%
10 jaar 0,00% 1,00% 1,40%

 

Rentecap
Looptijd Strike Premie
3 jaar 0,00% 0,14%
5 jaar 0,00% 0,81%
7 jaar 1,00% 0,79%
10 jaar 2,00% 1,21%

Over de auteur:
Harco Nijland is senior adviseur bij EY Montesquieu.

Dit artikel staat in Vastgoedmarkt van juli/augustus 2019.

Reageer op dit artikel