nieuws

Twijfel over weren reguliere retail op Woonplein

Financieel

Twijfel over weren reguliere retail op Woonplein
Woonplein Appingedam

De gemeenteraad van Appingedam moet beter onderbouwen waarom het gerechtvaardigd is om reguliere detailhandel van het Woonplein te weren. Dat stelt de Raad van State op 20 juni in een voorlopige uitspraak.

De zaak draait om vastgoedeigenaar Visser Vastgoed die een leeg winkelpand op Woonplein Appingedam al jaren wil verhuren aan modeketen Bristol. De gemeente Appingedam staat de verhuur niet toe. De gemeente staat op het woonplein alleen detailhandel in omvangrijke artikelen toe, zoals meubelen, keukens en bouwmaterialen. Op die manier wil de Groningse stad negatieve gevolgen voorkomen voor het winkelgebied in het centrum.

Deze brancheringsregels zijn opgenomen in het bestemmingsplan Stad Appingedam. Volgens de eigenaar van winkelpanden aan het Woonplein zijn deze brancheringsregels in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn. De Raad van State gaat voorlopig deels mee met dit bezwaar. Het besluit van de gemeenteraad voldoet op dit moment niet aan de voorwaarden uit de Europese Dienstenrichtlijn. De gemeenteraad krijgt nu een half jaar de tijd om het bestemmingsplan aan te passen. De uitspraak is opvallend. In februari liet het Europese Hof van Justitie nog weten dat Appingedam in zijn recht staat.

In de uitspraak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat nog niet kan worden uitgemaakt of aan de voorwaarde van evenredigheid uit die richtlijn is voldaan. De gemeenteraad ging er namelijk van uit dat als op het Woonplein ook reguliere detailhandel zou worden toegelaten, dat zou zorgen voor een minder leefbaar centrumgebied met meer leegstaande winkels. Maar die stelling is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet onderbouwd ‘aan de hand van een analyse met specifieke gegevens’.

Reageer op dit artikel