blog

Amsterdam snijdt zichzelf in de vingers met ondergronds parkeren

Financieel

De vliegende auto: Bert Wagendorp schreef er eind november een aardige column over in de Volkskrant

Amsterdam snijdt zichzelf in de vingers met ondergronds parkeren
Ruud de Wit

Bert Wagendorp schreef eind november in de Volkskrant een aardige column over het gedroomde alternatief tegen files op de weg: de vliegende auto. Maar de alsmaar toenemende files in Nederland zijn slechts een deel van het huidige ‘autoprobleem’. Milieuverontreiniging wordt met vliegende auto’s niet verminderd en al helemaal niet het parkeerprobleem. Want ook vliegende en varende auto’s moeten ergens worden gestald. En dat is het grootste probleem voor steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht, net als voor andere wereldsteden: waar moet je ze laten als iemand al overweegt met zijn auto een stad binnen te rijden?

Duurdere parkeertarieven, het ontmoedigen van autoverkeer in de centra door bepaalde wegen en gebieden autovrij te maken, het verbeteren van het openbaar vervoer? Of extra belasting op dieselauto’s of reguleren van autostromen met camera’s?  Alle wereldsteden worstelen met hetzelfde probleem, terwijl toch de overgrote meerderheid van de inwoners zelf nog steeds van mening is niet zonder die auto te kunnen.

Om de binnenstad te ontlasten wil Amsterdam nu honderden ondergrondse parkeerplaatsen kopen in het centrum. Het stadsbestuur is met name van plan de P1 Parking aan de Prins Hendrikkade in portefeuille te nemen, maar ook de parkeergarage onder het nieuwe hoofdkantoor van Booking.com in het Oosterdok-complex. Ook moet, volgens het gemeentebestuur er een parkeergarages onder de Vijzelgracht en de Singelgracht komen. In het coalitieakkoord is namelijk afgesproken dat er in 2025 tot wel 10.000 parkeerplaatsen bovengronds moeten zijn verdwenen.

Dat ‘groene’ optimisme van de stad Amsterdam is heel erg naïef, verschrikkelijk kostbaar en ook tegenstrijdig. Amsterdam probeert op allerlei manieren zichzelf als wereldstad op de kaart te krijgen, maar struikelt daarbij voortdurend op de andere kant van de werkelijkheid. Eerst toeristen proberen aan te trekken en vervolgens ze weer de deur te wijzen. De stad aanbieden als zakelijk walhalla voor wereldbedrijven, maar dan wel een hetze beginnen tegen ex-pats die er ook moeten wonen en blijkbaar de prijzen van woningen opdrijven. Een ban op nieuwe kantoorgebouwen afkondigen, maar wel het mogelijk maken – als een kip zonder veel kop – dat de EMA vanuit Londen de oversteek maakt naar een luxe, duur en nieuw kantoor op de Zuidas. In het verlengde daarvan ligt de strijd tegen de auto.

Ik heb er geen enkel probleem mee dat een stad heel ver gaat in het autoluw maken, met name van het centrum. Maar verschuif het probleem dan niet van boven de grond naar eronder. Er zijn heel wat steden in Nederland, die dit al veel eerder hebben geprobeerd en parkeergarages op de balans hebben staan – of dure contracten met parkeergarage-exploitanten hebben – die ook de niet-autogebruiker in de stad handen vol geld kosten. Voor veel Amsterdammers is het vloeken in de kerk, maar ze zouden in het stadhuis eens moeten gaan praten met Rotterdam, eigenaar van peperdure garages onder de Markthal en bij Boymans van Beuningen (beter bekend als de Blunderput).

En de parkeerkosten zijn hoog genoeg. Op sommige plekken in Amsterdam is parkeren duurder dan in welke wereldstad dan ook. Het is dezelfde vreemde en zelfs arrogante logica die door met name de ‘linkse’ politiek wordt gebruikt om roken tegen te gaan: niet door het roken volledig verbieden (want dat is in strijd met het recht van iedereen om zelf te beslissen wat goed voor je is), maar door een pakje sigaretten zo duur maken, dat de minder draagkrachtigen het niet meer kan kopen. Dat het roken van dure Cubaanse sigaren voor de welgestelden van deze wereld daardoor de tegenstellingen tussen arm en rijk alleen maar verder vergroten, is blijkbaar niet van belang.

Decennia lang was het bezitten van een eigen auto het bewijs dat luxe ook mogelijk is voor Jan met de Pet. Door het hebben van een auto en het parkeren voor de doorsnee Amsterdammer onbetaalbaar te maken wordt de ongelijkheid tussen arm en rijk verder vergroot. Al die buitenlandse bedrijven, toeristen, welgestelden en ex-pats die Amsterdam de afgelopen jaren heeft binnengehaald, zullen gewoon doorgaan met het betalen van de extra parkeerkosten voor hun BMW’s, Porsches en Ferrari’s – ook onder de grond – en hogere autolasten. Maar de ‘gewone’ Amsterdammer kan een Koreaans auto voor zijn appartementje of sociale woning vergeten.

Het zou trouwens zo maar kunnen dat die nieuwe, beoogde en vooral peperdure stadsparkeergarages onder de grond vooral leeg komen te staan, zeker op langere termijn. Want als je in Amsterdam woont en jong bent, weet je als geen ander dat het eigenlijk onzin is om een auto voor de deur te hebben. Die staat namelijk veelal gedurende de werkweek duur te roesten, omdat het voor hen al lang een uitgemaakt zaak is om voor het openbaar vervoer te kiezen.

Parkeren in de stad is – zeker onder de grond – niet meer van deze tijd. Dat zullen niet alleen de gemeenten die zelf het parkeerbeleid willen bepalen, merken, maar ook de parkeerfondsen die het bezitten van garages als een lucratieve vastgoedniche zien. Natuurlijk, er zullen altijd auto’s blijven rijden en die moeten ook geparkeerd kunnen worden. Maar ondergrondse parkeergarages in het centrum zijn achterhaald. Kies in plaats daarvan voor de verdere uitbreiding van de metro en het openbaar vervoer, nog meer garages voor fietsen, scooters en ja zelfs misschien wel voor rijdende rollators, zou ik de gemeente willen voorhouden. Dat is pas echt kiezen voor je Amsterdammers, al dan niet met een Pet.

 

Reageer op dit artikel