nieuws

FTM: Huurders bloeden voor verkoop sociale huurwoningen

Beleggingen

Volgens Follow The Money krijgen huurders van de verkochte corporatiewoningen last van een hogere huur.

FTM: Huurders bloeden voor verkoop sociale huurwoningen
Een van de verkochte woningcomplexen in Nederland.

De Nederlandse regering promoot het verkopen van sociale huurwoningen aan beleggers. Er is zelfs een Engelstalige overheidswebsite die beleggers precies uit de doeken doet hoe je woningen van corporaties kan kopen. Het idee van de regering is dat zo bij de woningcorporaties extra geld vrijkomt om nieuwe, voor de doelgroep meer passende, kleine sociale woningen te bouwen. En, niet onbelangrijk: de corporaties houden aan die verkopen ook nog geld over om de steeds maar stijgende verhuurdersheffing te betalen. Volgens Follow The Money gaan de bewoners van de verkochte panden echter meer huur betalen en hebben ze geen kans op huurbevriezing als inkomen minder wordt.

Maximaal toegestane groei

De verhurende belegger is gebonden aan de Nederlandse regelgeving en het huurcontract. Minister Ollongren sprak daarover nog geruststellende woorden tijdens het Kamerdebat over Heimstaden. In de praktijk blijkt echter dat de huren van gereguleerde woningen van beleggers sneller stijgen dan die van woningcorporaties. Beleggers willen natuurlijk geld verdienen op hun woning en streven naar de maximaal toegestane huur. Die is gebaseerd op punten uit het Woningwaarderingssysteem, de zogeheten WWS-punten. Beleggers streven naar de maximum huur die op basis daarvan haalbaar is. Corporaties vinden die huren op basis van WWS-punten vaak te hoog voor hun doelgroep en zitten landelijk gezien met hun huren gemiddeld op zeventig procent van de op die manier bepaalde waarde. Beleggers hebben in tegenstelling tot de corporaties geen of een minder maatschappelijke doelstelling en maken gebruik van de wettelijke ruimte om de huurprijs te maximaliseren. Dat verschil kan na enkele jaren flink oplopen. Het gaat dan vaak over mensen wier huur door de huurtoeslaggrens is gegaan door de jaren. In het stuk op FTM wordt een voorbeeld geschetst van mensen waarbij het eigendom van de woning wisselde van IJsselmonde naar Woonbron naar het WIV naar Round Hill naar Heimstaden.

Verschilt per gebied

Volgens Aedes, de koepelorganisatie van de woningcorporaties, staan de huren van corporaties in de vier grote steden op 78 procent van de maximaal redelijke huur. Volgens WoOn 2018 (pdf) – een driejaarlijks woningmarktonderzoek voor de regering – zitten particuliere verhuurders in de Randstad boven de negentig procent van het maximaal. Daar staat dan weer tegenover dat in de minder courante gebieden vaak veel minder wordt gevraagd. Kwestie van vraag en aanbod. Frank van Blokland, de directeur van de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland (IVBN), wijst er wel op dat het niet ‘gewoon’ een kwestie is van de huren maar maximaal blijven opkrikken. Van Blokland: ‘In de meer ontspannen gebieden ligt de feitelijke markthuur aanzienlijk lager dan de maximale huur volgens de puntentabel.’

Sociaal huurakkoord

Het stijgen van de huren bij beleggers wordt volgens het onderzoeksplatform een probleem bij veranderende leefomstandigheden, lees: minder inkomen, bij de huurders. Een corporatie is dan meer gebonden aan het sociaal huurakkoord. Een reguliere sociale huurder in een woning die eigendom is van een belegger, zal dus op 1 juli waar mogelijk een huurverhoging hebben verkregen van inflatie plus 2,5 procent. De huur van een sociale huurder bij een belegger stijgt dus 1,5 procentpunt meer dan die van zijn tegenhanger in een corporatiewoning.

Dit is een samenvatting van het artikel op Follow The Money. Lees hier het hele artikel.

Reageer op dit artikel