artikel

Gezonde kantoren: wie begint?

Beleggingen

Gezonde kantoren: wie begint?

Zitten is het nieuwe roken. Wie onvoldoende beweegt, wordt eerder ziek: lichamelijk én geestelijk.

Sterker nog, mensen die dagelijks 8 tot 11 uur zitten hebben volgens onderzoekers van het VU medisch centrum 15% meer kans om binnen drie jaar te overlijden. En in Nederland, zo stelden de onderzoekers, zijn we zelfs Europees kampioen zitten. Dat zal zeker gelden voor kantoorwerkers. Als er ergens veel tijd zittend wordt doorgebracht is het wel een kantoor. Niet voor niets dus dat de ‘staand werken revolutie’ al enige tijd is losgebarsten. Wie kijkt er nog op van rondlopende bellers en staande werkers? En hoe lang fronsen we de wenkbrauwen nog over de voethangmat, het hamsterwielbureau of de balance ball?

Hoe vindingrijk sommige oplossingen ook zijn, de Haarlemmerolie voor een gezonde werkomgeving is het niet. Die gaat immers verder dan de inrichting en begint bij het gebouw zelf. Dat gaat over de luchtkwaliteit, akoestiek, direct en indirect (dag)licht, het comfort en de flexibiliteit van het gebouw. Primair het terrein van de vastgoedeigenaren en beleggers dus. En precies die zijn enorm terughoudend. Waarom? Omdat het nog heel lastig meetbaar te maken is wat de gezondheidsprestaties van gebouwen zijn. De return on investment kan nog niet worden aangetoond. En als je niet kunt meten of je investering tot resultaat leidt, dan kun je beter wachten. Of toch niet?

Nog niet zo heel lang geleden was de meerwaarde van een duurzaam gebouw ook nog moeilijk te meten. Maar sinds de energiebesparing aangetoond, gegarandeerd en naar financiële maatstaven is omgezet en verduurzaming tot een aantoonbaar hogere beleggingswaarde leidt, zijn duurzaamheidsinvesteringen niet meer weg te denken. Sterker nog, geen (pensioen)belegger of overheidsinstelling die zonder duurzaamheidsdoelen functioneert. Alles meetbaar, ondersteund met wet- en regelgeving en inmiddels ook professioneel gecertificeerd. De weg die ongetwijfeld ook zal volgen als het gaat om gezondheid en welzijn van kantoorgebouwen. Het is niet de vraag óf de relatie tussen kantooromgeving, gezondheid en productiviteit onderzocht en meetbaar gaat worden, maar wanneer.

Zo zijn er op basisscholen al experimenten gedaan die het effect van het schoolgebouw op de leerlingprestatie meten. Basisscholen zijn daar ook ideale onderzoeksomgevingen voor: kinderen verblijven vrijwel de hele dag in hetzelfde lokaal en hun prestaties worden periodiek gemeten met CITO-toetsen. Maar ook werd het binnenklimaat met sensoren gemeten zoals de temperatuur, de luchtvochtigheid, fijnstof, geluid, licht en CO2. De uitkomst? Het schoolgebouw blijkt wel degelijk van invloed.

In kantoren zijn de meetcondities verre van ideaal. We verplaatsen ons er continu: van bureau naar overleg in een kamer, even naar buiten voor koffie of de lunch. Maar hoe lang duurt het nog voordat dit ook kan worden onderzocht en gemeten? Het is goed voorstelbaar dat de overheid op termijn eisen gaat stellen of belasting gaat heffen op basis van de gezondheid van gebouwen. Immers ziektekosten zijn hoog en een besparing daarop is van groot maatschappelijk belang. En gaan we daar als vastgoedmarkt lang op wachten of nemen we nu maar eens het voortouw? De belangen zijn daar groot genoeg voor. Mijn werkgever probeert al deze gegeven al boven water te krijgen. Wie doet er met ons mee? Dus vastgoedmarkt: neem verantwoordelijkheid, toon lef en loop op de troepen vooruit.

Over de auteur:
Michael Hesp, Senior Associate, Portfolio Strategy & Analytics CBRE Global Investors

Dit artikel is geschreven door CBRE Global Investors en verscheen eerder op dft.nl.

Bezoek het partnerdossier van CBRE Global Investors op Vastgoedmarkt.nl.

Reageer op dit artikel