blog

Woningnood? Er is leven buiten de Randstad!

Projectontwikkeling

Enorme schaarste in de Randstad en krimp aan de randen van ons land. Is het niet verstandiger om de economische activiteiten en dus de woningvraag beter over Nederland te verspreiden, schrijft onderzoeker Daniel Depenbrock, partner bij KAW.

Woningnood? Er is leven buiten de Randstad!

De woningnood blijft ons bezig houden. Niet alleen in de Randstad, ook in de aangrenzende regio’s tot Zwolle, Nijmegen en Eindhoven aan toe, heerst enorme schaarste aan woonruimte. De grote ruimtedruk dwingt tot wonen in hoge dichtheid, ook al is dat niet waar de gemiddelde Nederlander naar zoekt. Gezinnen verlaten per saldo de stad en doen dat niet alleen voor een beetje ruimte tegen een normale prijs, maar ook vanwege de stressvolle stedelijke omgeving, met te veel toeristen, te weinig rustplekken.

Overheid, corporaties, ontwikkelaars en bewoners wringen zich in bochten, doen grote investeringen in grond, bedrijfspanden, infrastructuur en bouw om al deze mensen een huis te bieden, een plek om te werken, en om ze daartussen verplaatst te krijgen. In het toch al zo volle gebied tussen de vier grote steden willen we tot 2030  honderdduizenden huizen bouwen. Meer dan de helft van de totale landelijke productie.

De markt is een beetje dom geweest

Naast deze overdrukgebieden is er soms binnen tientallen kilometers sprake van krimp. Tot 2030 gebeurt dat vooral in de uithoeken van ons land, maar we staan aan de vooravond van 50.000 overtollige woningen. De babyboomgeneratie gaat ons langzaam verlaten. Hierdoor komen grote aantallen woningen onvermijdelijk vrij en zonder nieuwe toestroom gaat dat met groot waardeverlies gepaard. Dit gebeurt straks óók in stedelijke regio’s, zoals Enschede, heel Zuid-Limburg, Middelburg-Vlissingen, Leeuwarden en mogelijk zelfs Groningen.

De neoliberale gedachte schrijft voor dat de markt het beste weet wat goed voor ons is: bedrijven vestigen zich waar mensen wonen, mensen vestigen zich waar bedrijven zitten. Daarmee accepteren we een spiraal waarin aan de ene kant van het land extreem geïnvesteerd wordt met desondanks een overspannen woonklimaat, terwijl aan de andere kant grote maatschappelijke kapitaalvernietiging dreigt door overschotten. De markt is een beetje dom.

En sommige mensen zijn misschien ook wel een beetje dom. Je werkt je samen met je partner het schompes voor een matige rijtjeswoning in een zwaar overbevolkt gebied. Terwijl je met minder loon en minder uren elders veel mooier kunt wonen, evengoed van (bijna) alle gemakken voorzien.

Tweede nota 2.0: gedeconcentreerde bundeling?

Steeds meer mensen vragen overheid weer te sturen op grote lijnen, en om grote koerswijzigingen aan te jagen met prikkels. Dit deed de overheid decennia eerder ook al, niet altijd met even veel succes. Dat betekent echter niet dat ideeën van vroeger compleet afgeschreven zijn. Sommige plannen kunnen wellicht worden opgepoetst naar een 2.0-versie.

Neem de “tweede nota op de ruimtelijke ordening” uit 1966. Waar begin jaren zestig de bevolkingsgroei nog denkbeeldig werd opgelost met visioenen van ultrahoogbouw, was de tweede nota gericht op ‘gebundelde deconcentratie’. Kijkend naar het kaartje van toen, is het verbazingwekkend actueel.

 

Geen overheidsinfuus, maar een impuls voor zelfredzame regio’s

We kennen genoeg slechte voorbeelden van groeikernen die voor hun werkgelegenheid volledig zijn aangewezen op de grote steden, die overdag uitgestorven zijn en ’s avonds eigenlijk ook. Dat zijn vooral mislukkingen binnen regio’s, waar alleen het wonen goed gelukt is, de rest niet. Dit is dus vooral géén pleidooi voor nieuwe slaapsteden, maar voor het beter benutten van al het goeds dat we al hebben.

Het gaat hier om bestaande vitale regio’s met HBO’s en universiteiten, historische binnensteden, snelwegen en spoorlijnen, waar binnen nu en tien jaar al overschotten op de woningvoorraad te verwachten zijn. Waarbij de overheid zelf het voorbeeld kan nemen door opnieuw Rijksdiensten te decentraliseren, zoals destijds CBS, Studiefinanciering en de Rijkspostspaarbank. Dankzij dat beleid vond mijn moeder in het nogal armetierige Leeuwarden van de jaren ’80 na anderhalf decennium ongewenst huisvrouwenbestaan een baan op haar niveau. We konden een vouwwagen kopen en naar Duitsland op vakantie.

Ruim tien jaar later begon de uitverkoop door het inmiddels geheel vercommercialiseerde ING, en de banen van toen zijn nu vaak niet meer dan callcenterbaantjes. Terug bij af. Dat legt meteen wel de kwetsbaarheid bloot. Regionale luiheid ligt op de loer als werkgelegenheid een garantie is. Het moet altijd gepaard gaan met investeringen in de economische zelfredzaamheid van regio’s. En dat kan, als je minder extreem hoeft te investeren in de Randstad zelf.

Doe het voor mensen

Kiezen voor meer balans en spreiding betekent niet alleen dat investeringen op de ene plek en waardeverlies op de andere in een betere balans komen. Het voorkomt ook dat hele regio’s sociaaleconomisch afglijden. Daarmee voorkom je ook de noodzaak van grote verhuisstromen naar de Randstad en kun je zelfs een tegengestelde beweging verwachten.

Zelfs de verstokte Randstedeling zal toch blij zijn als de toestroom van nog meer mensen een beetje afneemt? Als we doorgaan met investeren in regio’s die uit zichzelf al groeien, maar vooral beginnen met het helpen van regio’s die het nog niet op eigen kracht doen, lopen toenemend woningaanbod door sterfte en toenemende vraag gelijk op. Twee problemen in één klap opgelost!

Reageer op dit artikel