nieuws

CBS: Jongeren kopen steeds later een huis

Loopbaan

CBS: Jongeren kopen steeds later een huis
Citroën Noordgebouw, ‘The Olympic 1962’

Jongeren kopen steeds later een huis. De flexibilisering van arbeid zou de oorzaak zijn, meldt het CBS.

Trends in de economie zijn duidelijk zichtbaar in het leven van de Nederlandse twintigers van nu. Ze krijgen later een vaste baan, kopen minder snel een woning en gaan later samenwonen dan twintigers in het vorig decennium. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Belangrijke momenten in de levensloop schuiven daardoor steeds verder op.

Het grootste verschil is de leeftijd waarop twintigers vast werk hebben. In 2018 had de helft van de 27-jarigen een vaste arbeidsrelatie, tien jaar eerder had de helft van de 24-jarigen al vast werk. Ook is er nauwelijks nog verschil in het aandeel mannen en vrouwen met een vaste arbeidsrelatie, terwijl in 2008 vrouwen op wat latere leeftijd vast werk hadden.

Dat beeld wordt door de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigd. Werkgevers bieden vaker flexcontracten in plaats van een vaste arbeidsovereenkomst. Vooral jongeren krijgen vaker zo’n contract. Als twintigers al een vaste baan krijgen, is dat vaak veel later. Had de helft van de 24-jarigen in 2008 nog een vaste baan, in 2018 was dat pas het geval bij 27-jarigen.

Die ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de kansen op de woningmarkt. Het is moeilijker een hypotheek te krijgen op basis van een tijdelijk contract doordat de zekerheid op een doorlopend inkomen ontbreekt. Terwijl de regels voor hypotheken sinds de crisis juist strenger zijn geworden en de huizenprijzen de afgelopen jaren ook nog eens flink zijn gestegen.

Langer en duurder studeren

Dat twintigers later een vaste baan krijgen wordt niet alleen veroorzaakt door de toename van flexwerk. Over het algemeen volgen de twintigers van nu ook langer onderwijs dan de twintigers van tien jaar geleden, waardoor ze later op de arbeidsmarkt terechtkomen.De twintiger van nu blijft ook langer in het ouderlijk huis wonen. Dat is grotendeels te wijten aan de invoering van het leenstelsel in 2015. Sindsdien is het aantal thuisblijvers gestegen, bleek uit eerdere cijfers van het CBS.

Minder twintigers met koopwoning

Niet alleen volgen twintigers langer onderwijs en krijgen ze later een vaste arbeidsrelatie, ook is het aandeel huizenbezitters kleiner dan in 2008. Van degenen die het ouderlijk huis hebben verlaten, bezat in 2017 de helft van de 28-jarigen een koopwoning. Zij waren gemiddeld twee jaar ouder dan in 2008. Zonder vast inkomen is het moeilijker om een hypotheek te krijgen, maar ook zijn de hypotheekregels strenger geworden en zijn de huizenprijzen snel gestegen.

Het huizenbezit van twintigers die niet meer thuis wonen is op alle leeftijden gedaald. In 2017 had bijvoorbeeld 14 procent van de 22-jarige die zelfstandig woonden een koopwoning, in 2008 was dat nog 26 procent.

Onzekere toekomst

Doordat jongeren minder zekerheid hebben op de belangrijke gebieden van wonen en werken, schuift de hele levensplanning op, ziet Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Tilburg Universiteit in de Volkskrant. ‘In 2015 had nog maar 49 procent van de jongeren het beter dan hun ouders. Als welvarend land zijn we altijd gewend geweest dat er vooruitgang is. Dit is een kentering. De jongeren van nu passen hun leven erop aan.’

Dat blijkt ook uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Samenwonen wordt vaker uitgesteld en de kinderen laten ook wat langer op zich wachten. Vooral bij vrouwen is een verandering zichtbaar. In 2008 had nog eenvijfde van de 25-jarige vrouwen één of meer kinderen. In 2018 was dat gedaald naar 15 procent.

Reageer op dit artikel