blog

Grondwaarde moet omlaag om woningmarkt een impuls te geven

Geen categorie

De schaarste op de woningmarkt – met name in de Randstad en meer specifiek in Amsterdam en Utrecht – blijft de gemoederen bezighouden. Minister Stef Blok (Wonen) speelt daarbij een prominente rol en laat regelmatig proefballonnetjes op. Zoals vorige maand toen hij aankondigde in de regio’s Utrecht en Amsterdam extra maatregelen te nemen om de bouw van huurwoningen in het middensegment te stimuleren. Nou ja, middensegment, dat loopt van pakweg 700 euro tot 1250 euro per maand. Maar Blok houdt nu een pleidooi voor studio’s en appartementen van veertig vierkante meter in de prijsklasse net boven het maximum van een sociale huurwoning, ofwel 710 euro per maand. Wat een onzin.

Ik moet VVD-minister Blok nageven dat hij uitermate zijn best doet. Hij spreekt op congressen en symposia en bezoekt (vastgoed)beurzen, zelfs buiten de grenzen. Maar zijn beleid blijf ik ‘hapsnap’ vinden, waarbij hij voorbij gaat aan waar het werkelijk om gaat: we hebben te weinig geschikte woningen, vooral in het niet-sociale, geliberaliseerde middensegment alsook in de prijsklasse rond de 250.000 euro. Om dat ernstige tekort effectief, snel en definitief op te lossen moet er simpelweg meer worden gebouwd. In de eerste plaats in de Randstad en dan met name in de grote steden.

Blok schrijft in zijn brief aan de Tweede Kamer over zijn laatste proefballonnetje dat ‘diverse binnen- en buitenlandse beleggers concreet belangstelling hebben om te investeren in kleine, kwalitatief hoogwaardige nieuwbouwappartementen op goede locaties in diverse steden als er zekerheid is dat zij die woning geliberaliseerd mogen verhuren’. Maar daar gaat het helemaal niet om bij de problemen van onze woningvoorraad! Ik bedoel, leuk dat allerlei beleggers klaar staan om in onze woningvoorraad te investeren, maar de werkelijke issue is het tekort aan geschikte en betaalbare woningen.

Mijn grootste probleem bij de recente aankondiging van Blok is dan ook dat hij zich richt op ‘huurwoningen tot veertig vierkante meter op gewilde locaties’. Dat zijn  studentenwoningen en kleine eenpersoons starterswoningen. Maar voor die groepen worden al heel wat initiatieven genomen, zowel in het koop- als huursegment. De vraag naar dit soort woningen is ook niet zo groot. De echte vraag gaat uit naar betaalbare  woningen voor professionals, voor de scheefwoners die een stap vooruit willen en moeten zetten, en voor gezinnen met kinderen voor wie veertig vierkante meter simpelweg te weinig is.

In december 2015 riep ik in deze column voor Vastgoedmarkt ‘de politiek’ in Den Haag op om ‘wonen’ nu eindelijk centraal te stellen. Dit naar aanleiding van uitlatingen van professor Peter Boelhouwer dat Nederland afstevent op een ‘historisch woningentekort’ van 4 tot 5 procent. Boelhouwer legt daarvoor de oorzaak bij de gemeenten die een falend grondbeleid voeren. Daar hoor ik Blok niet over.

De grondprijzen en het grondbeleid – immers altijd al de melkkoe van de gemeenten – zijn de belangrijkste oorzaak dat er te weinig geliberaliseerde huurwoningen en vergelijkbare koopwoningen worden gebouwd. Amsterdam mag dan hebben aangekondigd twaalf locaties aan te wijzen om 50.000 nieuwe woningen te realiseren in de komende tien jaar. Maar het aanwijzen van locaties is niet voldoen, ze zullen betaalbaar moeten zijn.

Overheden behoren zich ook geen zorgen maken over de vraag of beleggers in het huurwoningensegment aan hun trekken komen. Zij moeten allereerst de belangen van de inwoners van dit land vertegenwoordigen. Dat kan door adequate en betaalbare woningen mogelijk te maken. Onder meer door het verlagen van de grondprijs. Voor eventuele waardevermeerdering op langere termijn kunnen afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld fiscaal of door een verhoging achteraf van de grondwaarde bij verkoop. Daar moet een beetje fiscalist, jurist of notaris een sluitende regeling voor kunnen bedenken.

Ongeveer op hetzelfde moment dat Blok zijn pleidooi hield voor het faciliteren van veertig vierkante meter-appartementen in het geliberaliseerde deel van de woningmarkt, publiceerde Amsterdam een onderzoek naar het jarenlange financiële wanbeleid van de gemeente. Als de vele door de gemeentelijke riool verdwenen miljoenen waren gebruikt om de grondprijs voor het middensegment van de woningmarkt te verlagen, had de situatie er in Amsterdam niet zo beroerd uitgezien. Nu lijkt het erop dat Amsterdam de afgelopen vijftig jaar alleen maar oog heeft gehad voor de sociale woningvoorraad van de stad (ongeveer twee derde  van het totale aantal woningen) en voor het dure en zeer dure segment. Dat is niet socialistisch of liberaal, maar elitair en hooghartig.

 

Over de auteur

 

Ruud de Wit is ex-hoofdredacteur van Vastgoedmarkt

 

Deze column is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van maart 2016

 

 

 

 

 

Reageer op dit artikel