blog

Anti-witwasrichtlijn flink uitgebreid

Geen categorie

De ministers van Financiën en Veiligheid en Justitie hebben, terwijl half Nederland geniet van de zomerperiode in binnen- dan wel buitenland en de Tweede Kamer met reces is, een wetsvoorstel ter consultatie gelegd ter implementatie van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn (1). Het wetsvoorstel resulteert in een wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De consultatieperiode liep van 5 juli tot en met 16 augustus 2016.

Terrorisme is anno 2016 een actueel onderwerp, ook buiten Europa. De vierde Europese richtlijn heeft tot doel het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme aan te pakken. Door middel van het voorschrijven van preventieve maatregelen wordt beoogd het witwassen van uit criminaliteit verkregen geld of het aanwenden van gelden of voorwerpen voor terroristische doeleinden, met gebruikmaking van het financieel stelsel, aan te pakken. Deze richtlijn vervangt de derde anti-witwasrichtlijn.

Het toepassingsbereid wordt uitgebreid met nieuwe categorieën ‘instellingen’, te weten de aanbieders van kansspeldiensten en personen die beroeps- of bedrijfsmatig in goederen handelen in het geval daarbij contante betalingen worden gedaan of ontvangen van 10.000 euro of meer.

Uitgangspunt blijft een risico gebaseerde benadering. Dit betekent dat instellingen de verplichtingen om maatregelen die zij in het kader van cliëntenonderzoek dienen te nemen, moeten afstemmen op de risico’s van de aard en omvang van de eigen onderneming en de dienstverlening alsmede op de risico’s van een concrete zakelijke relatie of transactie. Nieuw is dat in geval van een ‘laag risico’ cliëntenonderzoek niet meer achterwege gelaten mag worden. Bovendien, indien er geen ‘ultimate beneficial owner’ (UBO) kan worden vastgesteld, dient een (pseudo-)UBO te worden aangewezen. De (pseudo-)UBO is een persoon of personen behorend tot  het hoger leidinggevend personeel. Ook het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse ‘politically exposed persons’ (PEP) is vervallen.

Instellingen moeten voorts een risicobeoordeling opstellen en gedragslijnen en procedures hierop afstemmen (welke beoordeling op verzoek ook aan de toezichthouder kan worden verstrekt). Rekening dient gehouden te worden door de instelling met haar clientèle, de landen en geografische regio’s waar de instelling werkzaam is en haar producten en diensten.

Overigens moeten ook de Europese Commissie en de lidstaten zelf aan de slag met het opstellen van een (supra-)nationale risicobeoordeling, naast de introductie van een centraal register voor ‘ultimate beneficial owners’ (UBO-register). Voorts is er een hoofdstuk over handhaving sancties geïntroduceerd.

In Nederland geeft de Wwft invulling aan de Europese afspraken. De afgelopen jaren heeft de vastgoedsector nader kennis kunnen maken met de Wwft. Niet alleen raakt de wet het werkgebied van notarissen en advocaten die zich bezig houden met vastgoed transacties en de overnamepraktijk, maar ook financiële instellingen, makelaars, taxateurs en accountants hebben een belangrijke rol toebedeeld gekregen. Het gaat kort gezegd om de verplichtingen cliëntenonderzoek te verrichten en  ongebruikelijke transacties te melden bij de Financiële instellingen eenheid (FIU). Implementatie van de vierde Richtlijn leidt tot onder meer tot de volgende wijzigingen in de Wwft:

– Uitbreiding reikwijdte met aanbieders van kansspelen en grootwaardehandelaren;

– Uitbreiding risico-gebaseerde benadering;

– Geen aanwijzing meer van instellingen of producten/ diensten die in aanmerking komen voor vereenvoudigd cliëntenonderzoek;

– Prominente rol risicobeoordeling door instelling: de intensiteit van de onderzoeksmaatregelen moeten worden afgestemd op het risico dat met een cliënt, relatie of transactie gepaard gaat;

– Op verzoek dienen de resultaten van de risicobeoordeling (die de instelling zelf moet opstellen) te worden verstrekt aan toezichthouders;

– Identificatie UBO en PEP conform nieuwe definitie;

– Het handhavingsinstrumentarium sluit aan bij het voorstel voor de Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik (MAR), inclusief verhoging van het (de) boetebedrag(en) en mogelijkheid tot intrekking vergunning;

– Uitbreiding publicatiebevoegdheden toezichthouders; openbaarmaking sanctiebesluiten. Het is aan de toezichthouder om in uitzonderingsgevallen te besluiten tot het geanonimiseerd of op later moment publiceren van het besluit.

 

Gevolgen

Uit de toelichting volgt dat het wetsvoorstel ten opzichte van bestaande wetgeving een toename van administratieve lasten en nalevingskosten met zich mee zal brengen, in ieder geval voor de nieuwe categorieën instellingen. Maar ook de verplichting om een risicobeoordeling vast te leggen is een van de oorzaken, net als de verplichting om toe te zien op effectieve toepassing van gedragslijnen en procedures door bijkantoren en dochtermaatschappijen buiten Nederland wordt genoemd als oorzaak. Tenslotte raakt het wetsvoorstel ook aan gegevensbescherming. Verduidelijkt wordt dat instellingen gehouden zijn persoonsgegevens na het verstrijken van vijf jaar dienen te vernietigen.

Het verdient hoe dan ook aanbeveling om na de zomer het verdere wetgevingstraject nauwlettend in de gaten te houden, want iedereen die werkzaam is binnen de vastgoedsector zal linksom of rechtsom te maken krijgen met vernieuwing en aanscherping van Wwft-verplichtingen. Omdat goede duiding en ‘guidance’ van overheidswege over de toepassing hiervan in de praktijk zeker niet de meeste aandacht heeft gekregen, is het van belang voor instellingen om hier zelf een invulling aan te geven. De richtlijn dient op 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd.

 

Cornélie Arnouts MRE MRICS, advocaat vastgoed & beroepsaansprakelijkheid en tuchtrecht: cornelie.arnouts@boekel.com

Jurjan Geertsma, advocaat sanctierecht & compliance: geertsma@jahae.nl

 [1] https://www.internetconsultatie.nl/implementatiewetvierdeantiwitwasrichtlijn  (geraadpleegd op 11 augustus 2016).

Reageer op dit artikel