blog

Schikking

Geen categorie

Het advies van het bestuur van de IVBN om in principe geen zaken (meer) te doen met marktpartijen en personen met wie het Openbaar Ministerie een al dan niet financiële schikking heeft getroffen in een mogelijk frauduleuze kwestie, schiet zijn doel voorbij. Eind oktober werd bekend dat het bestuur van IVBN een hernieuwd advies van de IVBN Commissie van Toelating en Integriteit (CvTI) heeft overgenomen om ‘uiterst terughoudend te zijn om (weer) over te gaan tot reguliere vastgoedtransacties met partijen met wie het Openbaar Ministerie eerder een aan vastgoed gerelateerde schikking heeft getroffen’.

Dat het bestuur van de IVBN zich over de vraag wat te doen met schikkingen heeft gebogen, is verstandig. Deze vraag hangt namelijk al jaren boven de markt en was deze zomer weer urgent toen bekend werd dat het Rijksvastgoedbedrijf het voormalige Paleis van Justitie in Amsterdam had verkocht aan belegger M7. Dit leidde tot veel commotie, omdat de directeur van M7, Louis Meijer, voor 40.000 euro met Justitie had geschikt in de fraudezaak rond de voormalige VVD-gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, Ton Hooijmaijers.

De kwestie wat te doen met schikkingen is echter al jaren urgent. Ik herinner me de schikking van Harry Hilders en zijn bedrijf Ceylonstaete in 2010 vanwege valsheid in geschrifte en omkoping van een oud-directeur van Philips Pensioenfonds, Will Frencken in de zogenoemde Klimop-affaire. Hilders betaalde ruim 40 miljoen euro aan het OM en Philips en kreeg een werkstraf van 120 uur. Deze schikking leidde tot Kamervragen en een publieke discussie over klassejustitie, maar verhinderde niet dat Hilders gewoon door kon gaan met zijn vastgoedportefuille en zelfs nog steeds financieringen bij Nederlandse banken ophaalt.

Een ander bekend voorbeeld is de schikking die Multi en Hans van Veggel in 2010 betaalden in een justitieonderzoek naar een dubieuze vastgoedtransactie waarbij de voormalig Rochdale-directeur Hubert Möllenkamp en diens vrouw betrokken waren. Multi is ‘alive and kicking’ en doet nog steeds – weliswaar met een nieuwe eigenaar – met veel IVBN-leden zaken. En ook Hans van Veggel is met zijn vastgoedvehikel Timeless onverminderd actief in het vastgoed. En dat is een goede zaak.

En dan hebben we nog het voorbeeld van het voormalige MAB-initiatief om op Sugar City (Halweg) een outlet factory te realiseren – inmiddels een project van het Spaanse Neinver. Sugar City is een positie van Luigi Prins die ook een schikking heeft betaald in de Hooijmaijers-zaak, net als negen andere marktpartijen, onder wie Ballast Nedam. Moeten IVBN-leden daarom maar stoppen met zaken doen met Prins en Ballast Nedam?

De afweging of er een rechtszaak moet volgen of dat er geschikt moet worden, is er altijd een van het OM en dus de verantwoordelijke minister van Justitie. Het formele standpunt van het ministerie is dat het OM ‘alleen schikt als er een bewijsbare zaak is, die in een rechtszaak tot een veroordeling kan leiden’. Het curieuze in die formulering is het woordje ‘kan’. Want dat betekent dat het nog openstaat of er daadwerkelijk een veroordeling volgt. En als er geen veroordeling is, is er in juridische zin niets gebeurd wat niet geoorloofd is. Er kunnen ook hele andere redenen een rol spelen voor iemand om over te gaan tot het betalen van een (stille) schikking. Bijvoorbeeld de financiële lasten van een rechtszaak, ongewenste publiciteit of de vaak lange duur van een rechtsgang. Dat zijn zeker plausibele argumenten. Dat geeft het bestuur van de IVBN ook toe door te stellen, dat ‘de CvTI er wel begrip voor heeft als er op basis van een individuele afweging door een van de IVBN-leden toch besloten wordt om een vastgoedtransactie te doen met rechtspersonen of personen met wie eerder een schikking is getroffen.’

Ik sta voor 100 procent achter elke initiatief om de sector transparanter en ethischer te maken. Maar ik geloof ook in een tweede kans. Ervan uitgaande dat iemand zijn les heeft geleerd – of dat nu een veroordeling of een schikking betreft – hoeft de deur om verder met hem zaken te doen, niet zonder meer te worden dicht geslagen.

Ook anderszins schiet het IVBN-advies zijn doel voorbij. Niemand is verplicht een transactie te doen met een partij of persoon die verdacht is (geweest), veroordeeld of een schikking heeft getroffen. Dat is uiteindelijk een persoonlijke afweging. Het advies van de IVBN in deze zaak aan zijn leden biedt daarom een schijnzekerheid als het gaat om transparant en ethisch handelen. En levert niet die duidelijkheid aan de leden op die wordt bedoeld. Wel ligt hier nog een taak voor het OM om helderder dan nu het geval is, aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een schikking en waarop die afweging is gebaseerd. Dat zal zeker helpen.

 

Ruud de Wit

Voormalig hoofdredacteur van Vastgoedmarkt

Dit artikel is gepubliceerd in Vastgoedmarkt van november 2015

Reageer op dit artikel