blog

Met een ladder op de bakfiets

Geen categorie

‘Papa wéér werken!?’ vraagt mijn dochtertje Jildau van 2,5 jaar zuchtend aan mij. Ik kan haar geruststellen, maar haar reactie zie ik als een duidelijk signaal. De eerste helft van dit jaar was intensief met veel nieuwe projecten. Het is niet voor niks dat we bij Stec Groep al snel besloten enkele nieuwe talenten aan te nemen. Een goed eerste half jaar is uitstekend voor de business en geeft energie, maar betekent tegelijkertijd ook dat ik minder vaak thuis was. Soms was ik genoodzaakt ook in het weekend me nog even terug te trekken op mijn werkkamer.

Met een ladder op de bakfiets

‘Bakfiets en ijsje eten!’ Jildau geeft haar wensen duidelijk aan. Geen gek plan, het is heerlijk weer. We pakken de tas in, doen de jas aan en ik til haar de bakfiets in. Al snel zijn we onderweg. We fietsen eerst een klein stukje door onze woonwijk, aan de randen wordt nog gebouwd. Vervolgens komen we de twee grote, moderne kantoorpanden tegen. Geen leegstand hier, maar nog wel een flink weiland waar nog zeker tien van deze panden gaan worden toegevoegd. De locatie is niet zo verkeerd, met zicht vanaf de snelweg en een station en winkelcentrum op loopafstand, denk ik bij mezelf. ‘Paard!’ schreeuwt Jildau enthousiast. ‘Goed gezien!’ complimenteer ik haar. Deze ontwikkelruimte voor nieuwe kantoren wordt al vele jaren gebruikt als weiland voor enkele vette pony’s.

We fietsen door de weilanden en passeren de gemeentegrens. Ook in de buurgemeente wordt een groot kantoor gebouwd en ligt nog flink wat grond braak voor toevoeging van meer kantoren en bedrijfspanden, constateer ik. Opmerkelijk, omdat een paar kilometer verderop een vergelijkbaar programma realiseerbaar is. Via een nieuwbouwwijk, die wel heel erg lijkt op onze eigen woonwijk, komen we uiteindelijk bij de ijszaak. Jildau kent de weg en spurt naar binnen. ‘Aardbei en banaan, alstublieft!’ Voldaan zit ze op een bankje van haar ijsje te smullen. Kantoren, bedrijventerrein en woningen genoeg in deze omgeving en op fietsafstand van elkaar. 

Op de weg terug naar huis voel ik mijn telefoon in mijn broek trillen. Nieuwsgierig kijk ik op het beeldscherm wie het is. Verrast neem ik op. Het is een oud-teamgenoot die ik al meer dan een jaar niet heb gesproken. Ik meld dat ik hem vanavond wat langer terugbel. Wanneer ik hem ’s avonds spreek vertelt hij over een nieuw woningbouwproject in zijn achtertuin. Hij is boos! Hoe kan zijn gemeente, die nog beschikt over meer dan voldoende plannen en projecten voor nieuwe woningen, dit nou bedenken? De grond blijkt al te zijn verkocht aan een ontwikkelaar. Het beoogde programma met kleine rijwoningen en sociale woningbouw is weinig spectaculair voor deze mooie locatie in het buitengebied. Op de eerste inspraakavonden voor de wijziging van het bestemmingsplan lagen de folders van de nieuwe woningen al klaar, zo vertelde hij me. Op zijn vraag of ik de brief met zienswijze die hij naar de gemeente wil sturen eens wil doorlezen, antwoord ik positief.

Net iets te laat ga ik naar bed. In gedachten neem ik de dag nog even door. Ik denk aan de columns over de Ladder voor Duurzame Verstedelijking die ik de afgelopen weken heb gelezen in diverse vakbladen. Nut en noodzaak van de Ladder werden daarin door gerenommeerde partijen, waaronder de belangenbehartigers van ontwikkelaars, flink ter discussie gesteld. De Ladder frustreert duidelijk: lokale overheden kunnen zelf wel besluiten welke projecten toegevoegde waarde hebben, sterke regionale afspraken maken en bovendien reguleert de markt zichzelf wel, is vaak de essentie. Waar partijen zich vooral druk maken over duurzame gebouwen met een mooi energielabel, lijken ze het op een duurzame manier omgaan met de fysieke ruimte langzaam uit het oog te verliezen, als de nieuwbouwmachines maar weer aan kunnen worden gezet. Een glimlach kan ik, na mijn fietstocht vandaag, dan ook niet onderdrukken. Die Ladder hebben we inderdaad niet nodig …

Guido van der Molen is senior adviseur bij Stec Groep

Stem op Guido van der Molen via het stemformulier 

Reageer op dit artikel