blog

Ketelmuziek

Geen categorie

Naar aanleiding van het rapport Nieuwe uitdagingen op de woningmarkt verstuurde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op 9 september 2014 een persbericht met de kop ‘Voorzichtig met bouwen’. Het zou de zoveelste goedbedoelde dertien-in-een-dozijn-raadgeving kunnen zijn geweest uit de categorie ‘Doe je jas dicht, het is koud’ of ‘Rij voorzichtig, het is glad’, ware het niet dat enkele gerenommeerde vertegenwoordigers uit de ontwikkelings- en bouwsector als door een adder gebeten hierop reageerden.

Ketelmuziek

‘Er wordt een verkeerd signaal afgegeven aan publiek en overheid’, ‘Desinformatie van het PBL’, ‘Waarschuwen voor te veel nieuwbouw is veel te kort door de kocht en een verkeerd signaal’, ‘Het PBL zit fout met zijn analyse dat leegstand van woningen dreigt, als marktpartijen en gemeenten nu niet terughoudend zijn met bouwplannen’, ‘Bouwen met de handrem erop, juist nu de markt opkrabbelt, zou betekenen dat we niets van het verleden hebben geleerd’.

Wat een felle reacties! Moest het Planbureau soms tot de orde worden geroepen? Vragen genoeg en dus pakte ik het persbericht en het rapport [PDF] er eens bij. En eerlijk gezegd begrijp ik niet goed waarvoor al dat gekrakeel nodig is. Het PBL vestigt de aandacht op twee transities: 1) het woonbeleid verschuift naar meer marktwerking en 2) we komen in ‘nieuw demografisch vaarwater’: over tien tot vijftien jaar zal het aantal jongere huishoudens geleidelijk aan afnemen, terwijl de omvangrijke babyboomgeneratie de woningmarkt zal verlaten. De vraag naar woningen neemt daardoor in veel regio’s af, terwijl het aanbod sterk zal groeien. Dus adviseert het PBL Rijk, lagere overheden en belanghebbenden hun beleid daarop af te stemmen. Regionaal maatwerk wordt noodzakelijk. Wellicht dat deze passage in het persbericht als knuppel in het hoenderhok fungeerde: ‘Op dit moment komen er als gevolg van de uitstroom van oudere huishoudens jaarlijks circa 30.000 koopwoningen vrij. In 2030 zal het aantal door uitstroom van ouderen vrijkomende koopwoningen stijgen naar ongeveer 50.000.’ En dus zouden we, zo concluderen de gepikeerden, niets meer mogen bouwen? Dat lijkt mij nogal kort door de bocht. In hetzelfde persbericht vinden we immers een passage ‘Aanpassen van de bestaande woningvoorraad (…) wordt belangrijker dan nieuwbouw’. Dat lijkt me een gezond standpunt, maar geen woord over stopzetten.

Kortom, de ketelmuziek is nergens voor nodig. Het bewuste rapport is mijns inziens van goede kwaliteit, voorzichtig en genuanceerd. Het is interessant en verdient het eens rustig te worden bestudeerd. Het doet mij denken aan een rapport dat begin jaren negentig verscheen en waarschuwde voor te lichtzinnige uitbreiding van de kantorenmarkt. Woorden die aan dovemansoren bleken gericht, want kort daarop begon de ongebreidelde bouw van kantoren, gevoed door easy money, hoogconjunctuur en overmoed. Met alle, nog steeds merkbare gevolgen van dien.

Waarom wordt het rapport niet gebruikt om een eerlijke discussie aan te gaan over de vraag waarom op bepaalde plekken (ver)nieuwbouw wel degelijk nodig is, zowel op korte als lange termijn, zoals de kritische commentatoren ook aanbevelen? Nu wordt alle aandacht gevestigd op een vermeende uitglijer. Heeft de PBL-persvoorlichter doelbewust wat gif in het persbericht gespoten om ophef en dus extra aandacht van de media te krijgen? Zo ja, dan is hij of zij daarin geslaagd. Maar soms kan zoiets uit de hand lopen. Niet iedereen kan immers het geduld en/of de zin opbrengen om een tekst de aandacht te geven die hij verdient.

Tom Berkhout, professor of Real Estate Nyenrode Bussiness Universteit
Reacties naar t.berkhout@nyenrode.nl

Reageer op dit artikel