blog

Zonnige toekomst voor de Zuidas

Geen categorie

De laatste tijd regent het mooie berichten over de Zuidas. Een toppositie in diverse onderzoeken naar aantrekkelijke vestigingslocaties, een leegstand die met 5 procent in de buurt komt van frictieleegstand, internationale beleggers die in de kantoorkolossen een mooie mix van rendement en risico zien en duidelijkheid over aanleg en financiering van het veelbesproken dokmodel.

Zonnige toekomst voor de Zuidas

Het huidige positieve beeld mag niet verhullen dat de Zuidas een bijzondere route (to say the least) naar realisering heeft afgelegd. Dat wordt eens te meer duidelijk in het recente boek ‘De Dokwerkers, reconstructie van planontwikkeling en bestuurlijke besluitvorming bij Zuidas en Zuidasdok’. Het prima leesbare boek is geschreven door drie nauw betrokkenen: Bert van Eekelen (procesmanager Arcadis en tussen 2005 en 2012 de rechterhand van opeenvolgende projectdirecteuren), Remko Schnieders (tussen 2000 en 2012 bij de Zuidas betrokken als consultant en interim-manager) en Sebastiaan de Wilde, zo’n tien jaar betrokken bij de Zuidas-ontwikkeling vanuit Movares en nadien de NS.

De auteurs schetsen in tien chronologische hoofdstukken oorsprong en totstandkoming van de Zuidas en het Zuidasdok. In 1994 – toen alles nog leek te draaien om de IJ-boulevard – begon de door ABN Amro geforceerde ontwikkeling onder leiding van toenmalig wethouder Duco Stadig. Tien jaar van plannenmakerij volgden, die resulteerden in het dokmodel: het volledig ondergronds brengen van alle weg- en spoorinfrastructuur. Maar de financiering bleek lastig. De zoektocht naar een echte PPS, de discussie over luchtrechten, de ene business case na de andere, de rol van informateur Brinkman, een veiling die niet doorging en bestuurlijke impasses tekenden de lastige periode 2004-2009.

Het ‘dok onder de grond’ kan op de meeste instemming rekenen, maar is ook het duurste. In 2011 en 2012 wordt toegewerkt naar een voorkeursbeslissing, waarbij medio 2012 een bestuursovereenkomst tussen het Rijk, de provincie Noord-Holland, de stadsregio Amsterdam en de gemeente Amsterdam wordt getekend. Conclusie: de A10 ondergronds, het spoor niet, maar wel twee nieuwe stationentrees.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik dit door Neerlands Diep uitgegeven boek met veel herkenning en plezier heb gelezen. De auteurs hebben getracht een bevooroordeelde insiderblik te voorkomen door uitgebreide documentenanalyse en tal van interviews met betrokkenen. Ongetwijfeld zijn vergeleken met een onafhankelijke wetenschappelijke publicatie van outsiders bepaalde elementen minder belicht. Ik denk bijvoorbeeld aan de door de ministeries in Den Haag jarenlang als arrogante ervaren houding van het Amsterdamse stadsbestuur en in zijn kielzog de projectorganisatie. Maar de blik van binnenuit laat ook de sentimenten zien, een ‘mooie’ en continue afwisseling van opluchting, verdriet, euforie en teleurstelling. Ook de meningsverschillen met ‘Den Haag’ en ook tussen de Haagse ministeries onderling komen goed aan de orde. Punt van kritiek: los van het ontbreken van namenregister had het boek ook een uitgebreidere epiloog verdiend, een toekomstperspectief op basis van de huidige besluitvorming.

Mij is altijd opgevallen dat – zeker de laatste pakweg acht jaren – de technische dokdiscussie het zicht op het waarom van de Zuidas heeft vertroebeld. De ene variant werd na de andere getekend en uitgerekend, maar de meerwaarde voor de BV Nederland bleef vaak verborgen. De kern is dat Nederland en Amsterdam een internationaal georiënteerde, hoogwaardige, duurzame en groeiende economie willen en de Zuidas een prima middel is om die ambities waar te maken. En de vestiging van tal van internationale bedrijven en de vele duizenden werknemers bewijzen het gelijk van de Zuidas als instrument voor concurrentiekracht. Een kantorenwijk van internationale allure, ja. Maar of het ook dat verbindende, multifunctionele, 24 uur levendig stadsdeel wordt? Burgemeester Eberhard van der Laan toont zich in het voorwoord bij voorbaat enthousiast. Ik ben gereserveerder over dat multifunctionele karakter. Maar hoe succesvol zijn toch redelijk monofunctionele kantoorlocaties als het Londense Canary Wharf, het Bankenviertel in Frankfurt en La Defense in Parijs wel niet?

Conclusie: Bert van Eekelen, Remko Schnieders en Sebastiaan de Wilde hebben op gedegen en toch goed leesbare wijze ruim twintig jaar Zuidasontwikkeling in kaart gebracht. Een aanrader!

Rene Buck, directeur Buck Consultants International
Reacties: rene.buck@bciglobal.com

Reageer op dit artikel