blog

Bericht uit Azië: De Oosterse keuken

Geen categorie

Onlangs werden de jaarlijkse resultaten gepresenteerd van de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). De dynamische benchmark biedt inmiddels aan meer dan vijftig institutionele beleggers een kijkje in de keuken van vastgoedpartijen op het gebied van Environmental, Social en Governance (ESG) prestaties.

Bericht uit Azië: De Oosterse keuken

Eerder schreef ik al over de trend dat institutionele beleggers zich bij hun investeringsbeslissingen steeds meer laten beïnvloeden door dergelijke prestaties. Dit is het gevolg van hun ‘responsible investing’ commitment: kapitaal verstrekken aan partijen die bijdragen aan het oplossen van ESG gerelateerde uitdagingen. Doel is om de invloed van duurzaamheidsrisico’s – zoals klimaatverandering en de daaruit voortvloeiende regelgeving – te minimaliseren en de financiële prestaties van hun beleggingsportefeuille te optimaliseren.

Door deze trend is het aantal deelnemers aan de benchmark de afgelopen jaren gestaag gegroeid, tot een aantal van bijna 640 genoteerde vastgoedbedrijven, private fondsen en vastgoedontwikkelaars. Bovendien laten de resultaten een continue verbetering zien, niet alleen in termen van beschikbaarheid en kwaliteit van data waarover wordt gerapporteerd, maar ook de overall prestaties van de deelnemers. Het recept voor goede performance lijkt vooral te bestaan uit duurzaamheidsdoelstellingen integreren in de dagelijkse business, en de invloed van de vastgoedportefeuille meten en monitoren op het milieu. Andere belangrijke ingrediënten zijn regelmatige analyse van duurzaamheidskansen en -risico’s, en het proactief betrekken (en opvoeden) van stakeholders: medewerkers, huurders, investeerders, de supply chain, en de lokale gemeenschap.

De regionale verschillen laten goed zien waar de sterktes en kansen zitten voor de diverse vastgoedmarkten. Australië is nog altijd een duidelijke koploper, wat vooral te danken is aan de relatief strenge wet- en regelgeving. Ondanks dat de Australische premier Tony Abbott onlangs het ‘carbon tax scheme’ de nek om heeft gedraaid, kent Australië strikte milieuwetgeving, ook voor gebouwen en hun eigenaren. Voorbeelden zijn minimale eisen voor energie-efficiëntie, en het verplicht openbaar maken van de energieprestaties van commerciële gebouwen. De volwassenheid van de markt komt vooral tot uitdrukking door het wijdverspreide gebruik van Green Star, een ’green rating tool’ vergelijkbaar met Leed en Breeam. Ruim 80 procent van de Australische benchmark deelnemers maakt gebruik van deze rating tool, terwijl slechts 40 procent van de Aziatische deelnemers een dergelijke green rating tool gebruikt. Wat dat betreft blijkt voor Azië het gras (en de gebouwen) bij de buren beduidend groener.

De regionale verschillen komen ook tot uiting in de mate van ‘sustainability disclosure’. Disclosure geeft stakeholders inzicht in hoe het duurzaamheidsbeleid operationeel wordt uitgevoerd, en wat de doelstellingen en behaalde resultaten zijn. Er zijn diverse standaarden die vastgoedpartijen hiervoor kunnen gebruiken, zoals de Global Reporting Initiative (GRI) en de Principles for Responsible Investment (PRI). Gebruik van dergelijke standaarden helpt beleggers de duurzaamheidsinvloed van de vastgoedorganisaties en -portefeuilles waarin ze investeren beter te begrijpen en te vergelijken.

De 2014 GRESB resultaten laten zien dat van de Aziatische deelnemers die in hun jaarverslag rapporteren over duurzaamheid, slechts een derde een erkende standaard gebruikt. Ter vergelijking: in Australië is dit 85 procent en in Europa bijna 70 procent. Deze resultaten sluiten aan bij een ander recent onderzoek, uitgevoerd door Singapore Compact onder 537 beursgenoteerde bedrijven in Singapore, een van de meest volwassen zakelijke markten in Azië. Dat onderzoek laat zien dat de kwaliteit van de verstrekte gegevens voor ESG lang niet altijd om over naar huis (of in dit geval: naar aandeelhouders) te schrijven is. Informatie is vaak niet eenduidig of te incompleet om chocola van te kunnen maken. Naast het feit dat slechts een klein aantal van de onderzochte organisaties rapporteert over duurzaamheidsrisico’s, zoals klimaatverandering, laat ook de informatie over fundamentele sociale indicatoren regelmatig te wensen over.

Er is al veel gezegd en geschreven over het unieke karakter van het bedrijfsleven in Azië, een regio waar de zakelijke context structureel en cultureel verschillend is vergeleken met het Westen. Er heerst hier de perceptie dat transparantie kan leiden tot gezichtsverlies, en dat informatie verschaffen negatieve gevolgen kan hebben voor de concurrentiepositie. Men geeft niet graag een kijkje in de Oosterse keuken. Bovendien ontbreekt de vraag naar materiële informatie vanuit Aziatische beleggers, consumenten en de samenleving, waardoor partijen veel minder stimulans hebben om die informatie beschikbaar te stellen. Een gemiste kans, want voor een toenemend aantal westerse institutionele beleggers wordt dit gezien als een ‘showstopper’. Bovendien denk ik dat het niet heel lang zal duren voordat hun Aziatische tegenhangers eenzelfde benadering gaan hanteren. Vooralsnog wordt de soep in Azië echter nog niet zo heet gegeten.

De auteur, Ruben Langbroek, is head of Asia Pacific bij Global Real Estate Sustainability Benchmark
Reacties naar ruben@langbroek.info

Reageer op dit artikel