blog

Regulering winkelmarkt inderdaad broodnodig (2)

Geen categorie

In mijn column in Vastgoedmarkt van april 2013 benadrukte ik de noodzaak tot een ingrijpende regulering van de Nederlandse winkelvoorraad. Sindsdien is er een aantal publicaties verschenen die de noodzaak van die regulering bevestigen

Een van die publicaties is het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in samenwerking met de Amsterdam School of Real Estate (ASRE). Dit onderzoek leverde landelijk 2.000 extra lege panden op, ofwel 300.000 m2 meer dan is gerapporteerd door onder meer het toonaangevende winkeldatabureau Locatus. Volgens het PBL en de ASRE komt met die extra gemeten winkelleegstand het landelijke leegstandspercentage op 8 procent per 1 april 2013, in plaats van de tot nog toe op basis van de cijfers van Locatus gerapporteerde 6,9 procent.

Ik ga ervan uit dat het hier om een definitie gaat. Wat is een leegstaand winkelpand? Ik zie in mijn wandelingen door Nederlandse steden regelmatig niet-verhuurde panden, waarin voorheen een winkel was gevestigd, maar die al zo lang leegstaan dat ik me kan voorstellen dat daarvoor de definitie winkelpand niet meer geldt. Dat gaat trouwens ook op voor de leegstandscijfers van kantoorpanden. Ook daar zie je enorme verschillen, omdat voormalige kantoorpanden, waarvan iedereen – inclusief de eigenaar – weet dat ze nooit meer als zodanig worden verhuurd, vaak niet meer worden opgenomen in de aanbodcijfers.

Dus 7 procent leegstand of 8 procent. Dat maakt ook niet zoveel uit. De boodschap is duidelijk, vooral omdat er genoeg steden zijn waar die leegstand het drievoudige bedraagt en dus ruimschoots de 20 procent is overschreden. Ook in april voorspelde Booz&Company in Het Financieele Dagblad dat tot 2020 nog eens 17 procent van het winkeloppervlak verdwijnt. Met die extra leegstand borduurt de onderzoeksadviseur voort op ‘Het einde van de winkels’ van professor Cor Molenaar, het boek dat vorig jaar de emoties in het winkellandschap flink beroerde.

Toch blijf ik benadrukken dat het vooral de overheden zijn die nog te weinig de toekomstige retailwerkelijkheid onder ogen zien. Overheden moeten de ruimtelijke ordening bewaken, ervoor zorgen dat er geen overschot ontstaat en ingrijpen als – in dit geval – nieuw aanbod voor nog meer leegstand zorgt. Van die rol merk ik niets, integendeel, veel overheden treden in toenemende mate op als ondernemer, mengen zich in de marktwerking en vergroten daardoor zelfs de leegstand, de inflatie van de huren en dus in negatief opzicht de omzetten van de verhuurders.

Een mooi, maar tegelijk triest voorbeeld, levert opnieuw de gemeente Kerkrade, misschien wel dé krimpgemeente van Nederland. Ik heb er al vaker over geschreven, maar in deze gemeente – winkelleegstand ruim 20 procent! – heeft burgemeester Jos Som de herontwikkeling van het centrumplan – met nieuwe retailmeters – tot zijn hoogste prioriteit verheven. Daarvoor schuwt hij een alliantie met de omstreden ontwikkelaar Piet van Pol niet. Nu het erop aankomt die retailers naar het beoogde nieuwe winkelhart van Kerkrade te trekken, stelt de gemeente maximaal 40.0000 euro per winkelier in het vooruitzicht om hen de verhuisstap vanuit een ander deel van de gemeente te laten maken. Het gaat hier in totaal om vijf locaties, dus maximaal 200.000 euro.

Het moet niet gekker worden: leegstand opvullen met een enorme subsidie en daardoor de leegstand elders in de gemeente vergroten. Natuurlijk is het gemeentebestuur erop gewezen dat met dit besluit de leegstand elders zal oplopen. En wat is het antwoord? ‘Wij willen dat risico ondervangen door wijkmanagers op te nemen in de toetsingscommissie. Zij kennen de plaatselijke situatie waardoor de gemeente kan inspelen op plekken waar ondernemers weg willen.’ Ambtelijke blah blah blah. Er is hier blijkbaar maar één ding dat telt: Burgemeester Som wil coute que coute dat zijn plannen doorgaan en dat mag een prijs hebben. Of de burger en de belastingbetaler daarmee opschiet – of de leegstandsbestrijding – doet niet ter zake.

Deze column van Ruud de Wit verscheen eerder in Vastgoedmarkt mei 2013.

Reageer op dit artikel