blog

Samen stad zijn

Geen categorie

Dat de woningmarkten stilvallen en de subsidies voor stedelijke vernieuwing na 2014 wegvallen vergen een nieuwe manier van denken over stedelijke ontwikkeling. Met een essay getiteld ‘Stedelijke vernieuwing op uitnodiging’ hebben KEI Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing en NICIS Institute zich op een aansprekende manier gemengd in deze discussie. Belangrijkste conclusie: ‘Het is niet meer de stad maken, maar de stad zijn’. Kortom, er moet meer ruimte komen voor initiatieven vanuit de markt en vanuit de burger.

Samen stad zijn

Stedelijke vernieuwing tot nu toe paste in een traditie van de stad maken met een stevige planning en sturing om dat te ondersteunen. Die vernieuwing werd gestimuleerd door de groei van de bevolking en mogelijk gemaakt door economische groei. Maar zowel bevolkingsgroei als economische groei bevinden zich op lage niveaus en laten in sommige regio’s zelfs een negatief saldo (lees: krimp) zien. De auteurs van het essay vertalen het woord ‘vitaal’ (veel gebruikt in relatie tot stedelijke vernieuwing en wijken, omdat het kracht en dynamiek uitstraalt) naar dat wat eigen is aan het gebied: ‘Dat eigene zit in de mensen die er wonen en werken, in de bedrijven die er zijn gevestigd, in de geschiedenis, de cultuur, de ruimtelijke inrichting en in de plek die het gebied inneemt in wijk, stad en regio.’ Dat eigene moet weer centraal komen te staan, niet meer sturen op gemiddelden, maar maatwerk leveren. 

De auteurs werken dit uit door meer aandacht te vragen voor een economische benadering. Was de invalshoek van de stedelijke vernieuwing aanvankelijk sterk fysiek, met later een groeiende nadruk op een sociale invulling die uitmondde in de wijkaanpak, de economie was het stiefkind van de vernieuwing. Die economische aandacht moet leiden tot ‘proposities’. De auteurs definiëren proposities als zakelijke voorstellen of uitnodigingen, gedaan door één of meer belanghebbenden met als doel gezamenlijk waarde te ontwikkelen. Belanghebbenden kunnen bewoners, ondernemers of corporaties zijn, maar ook banken en verzekeraars, die werken voor gezond eigen belang. Het vestigingsklimaat moet zo aantrekkelijk zijn, dat individuen en partijen worden uitgedaagd om proposities te doen. Anders gezegd, het gaat om ‘uitnodigingsplanologie’, waardoor initiatieven tot ontwikkeling kunnen komen in een gelijk speelveld. Daarvoor zijn nodig het herkennen van kansen, ruimte voor een aanbod, openheid voor partijen, een business case en geen noodzakelijke relatie met bestaand beleid.

Duidelijk is dat de proposities nog niet voor het oprapen liggen. De stedelijke vernieuwing heeft niet meer een programma (stad maken) uitrollen, maar voortdurend het gebied (stad zijn) doorontwikkelen als uitgangspunt. Die vernieuwing zal evenwel kansen bieden om nieuwe manieren van werken en andere financieringsmodellen mogelijk te maken, zo hopen de auteurs. KEI en NICIS hebben met dit essay een belangrijke discussie op gang gebracht. Ik onderschrijf de volgende slotalinea van het essay volledig.

Stad zijn: het is geen gemakkelijke verandering. Voor geen van de partijen. Het zal ingewikkeld zijn en niet alleen omdat de gebaande paden worden verlaten. De opgaven zijn nog steeds groot. Het blijft noodzakelijk om in de vernieuwing van steden te blijven investeren, ook door overheden. Maar het zal in veel gebieden anders moeten, met andere partijen, minder middelen en scherpere keuzen. En vooral, met een open uitnodiging en veel ruimte voor de initiatiefnemer.

Deze column van René Buck verscheen eerder in Vastgoedmarkt april 2012

Reageer op dit artikel