blog

‘Naar de top’, maar zonder vastgoedsector

Geen categorie

De recente bedrijfslevenbrief ‘Naar de top’ van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie lijkt op het eerste oog voor de bouw- en vastgoedsector in directe zin niet zo relevant. Natuurlijk is de economie en dus ook de sector gebaat bij minder en eenvoudigere regels en is het mooi meegenomen dat de Nederlandse bedrijven meer ruimte krijgen om ‘te ondernemen, te investeren, te innoveren en te exporteren’.

Het kabinet wil Nederland nadrukkelijker als kenniseconomie op de kaart zetten. Sterker nog, Nederland moet in 2020 behoren tot de top 5 van kenniseconomieën in de wereld. Het kabinet doet dat door negen topsectoren te versterken: high tech, agro & food, water, energie, tuinbouw, chemie, creatieve industrie, logistiek en life sciences & health. Als tiende sector zijn ‘hoofdkantoren’ benoemd. Het verhaal gaat in Den Haag dat deze laatste sector eerst financiële en zakelijke dienstverlening zou omvatten, maar dat dat met het oog op de staatssteun aan banken en het gedoe rond bonussen er een ander label op is geplakt.

Breed samengestelde teams hebben per sector een verlanglijstje opgesteld en minister Verhagen geeft in zijn nota aan welke zaken hij wil aanpakken en welke niet. De nota heeft niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook onder allerlei bij innovatie betrokken partijen (universiteiten, hogescholen, bedrijven, decentrale overheden) tot behoorlijk grote instemming geleid. Al hadden velen gehoopt op additionele financiële middelen en niet alleen maar sigaren uit eigen doos (belastingvoordelen voor R&D en innovatie, die worden betaald door bezuinigingen op andere financiële voordelen voor het bedrijfsleven). Vanuit vastgoedmarktperspectief vallen vier zaken op.

De bouw- en vastgoedsector wordt niet gerekend tot een sector met heel veel innovatie. Vergeleken met het R&D-volume in andere sectoren wellicht terecht, maar innovatie in de bouwsector leidend tot lagere kosten en meer klanttevredenheid is natuurlijk wel een prima route om de diverse vastgoedmarkten uit het slop te trekken. Dus toch een gemiste kans! Het tweede opvallende punt is dat ‘Den Haag’ haar aandacht verloren lijkt te hebben voor science parks en innovatiecampussen. Op deze plek heb ik al eerder betoogd dat de groei van het aantal technologiegedreven bedrijven (denk aan de nieuwe R&D-centra van Danone in Utrecht en Heinz in Nijmegen) en de realisatie van allerlei science parks en innovatiecampussen (voorbeelden in Eindhoven, Leiden, Amsterdam, Utrecht) voor de bouw- en vastgoedsector echt interessant zijn. Het Rijk heeft er helaas geen geld meer voor over, maar feit is dat provincies, gemeenten en kennisinstellingen hier nog wél aan willen trekken.

De derde observatie betreft de grote aandacht voor marketing, branding en acquisitie van buitenlandse bedrijven. In alle negen topsectorenrapporten en ook in het rapport over hoofdkantoren kwam dit nadrukkelijk aan de orde. Minister Verhagen maakt in zijn beleidsbrief duidelijk dat het hem menens is: meer marketing, meer focus op de vestiging van kennisintensieve bedrijven en hoofdkantoren. Helaas – zo op het oog – geen verhoging van het  budget. Voor de vastgoedsector is dit punt heel belangrijk. Het kan geen kwaad dat Neprom en IVBN hier de druk opvoeren. Voordeel is wellicht dat de voorzitter van het topteam hoofdkantoren de in onze sector bekende Sjoerd van Keulen (ex-SNS Reaal) is.

Een laatste punt betreft de Zuidas. Er verschenen in de vastgoedmedia berichten dat de Zuidas van het kabinet in deze nota prioriteit krijgt. Dat is niet zo. Op pagina 59 staat ‘Besluitvorming over het project Zuidasdok zal prioriteit krijgen vanwege het belang van de Amsterdam Zuidas als financieel en zakelijk centrum voor Amsterdam en toplocatie voor de vestiging van hoofdkantoren.’ Met andere woorden vooralsnog krijgt niet de Zuidas prioriteit, maar de besluitvorming over het dok. Het is dus zeker geen garantie voor een positief Rijksbesluit over het  dokmodel.

Samengevat: daar waar het bedrijfslevenbeleid leidt tot meer investeringen en dynamiek profiteert de bouw- en vastgoedsector graag mee, ook al wordt de sector zelf niet als toonbeeld van innovatie gezien. Support voor campussen in de vorm van subsidies zijn vanuit Den Haag niet te verwachten. Hopelijk wel een intensivering van marketing van Nederland als vestigingslocatie en de komst van nieuwe (buitenlandse) bedrijven. Nu de Nederlandse economie tot stilstand is gekomen, is elke impuls van buiten meer dan welkom!

Deze column van René Buck is eerder verschenen in Vastgoedmarkt van oktober 2011.

Reageer op dit artikel