blog

Waarschuwing of bangmakerij?

Geen categorie

Het jaar 2010 wordt een interessant en belangrijk jaar voor de sociaaleconomische koers van ons land. In het voorjaar komt het kabinet met de uitkomst van de twintig werkgroepen met de plannen om 20 procent te bezuinigen in hun werkveld.

Vervolgens zullen de politieke partijen zich daarop storten en hun verkiezingsprogramma’s presenteren voor de parlementsverkiezingen 2011 of mogelijk eerder. Twee onderwerpen zullen zeker aan de orde komen: de hypotheekrenteaftrek en het dreigende generatieconflict tussen jongeren en ouderen over inkomens en pensioenen.

Allereerst de aftrek van hypotheekrente. De afgelopen jaren is door tal van organisaties en wetenschappers gewaarschuwd voor de onaanvaardbare risico’s van ons systeem. De woningmarkt zou volstrekt onbeheersbaar worden door de hoge hypotheekschuld per woningbezitter, waarbij ook wordt verwezen naar de huidige situatie in de Verenigde Staten. Dit gevaar wordt volgens mij schromelijk overdreven.

Volgens het CBS was de waarde van onze koopwoningen op basis van de WOZ-waarde eind 2008 1.343 miljard euro en daar staat een hypotheekschuld tegenover van 687 miljard euro. Dat is een schuldquote van 51 procent. Als wij uitgaan van een marktwaarde die 10 procent hoger is dan de WOZ-waarde, dan daalt de quote naar 46,5 procent. Wij lossen weliswaar niet af op de hypotheek, omdat daardoor de hypotheekrenteaftrek vermindert, maar wij sparen wel degelijk op andere manieren. Levensverzekeringen, spaarpolissen en nu ook banksparen, dienen mede als onderpand voor hypotheekschulden.

Maar het gekke is dat er geen cijfers bekend zijn bij de Nederlandse Bank (DNB) over de totale waarde van deze aan hypotheken verbonden onderpanden. Laat DNB dit belangrijke gegeven nu eens goed uitzoeken. Dat neemt niet weg dat het binnen het kader van een integrale herziening van de woningmarkt (huren en kopen), verstandig is om op lange termijn de aftrek te beperken of zelfs af te schaffen en om in de tussentijd het aflossen van de hypotheek fiscaal extra te stimuleren. Verder zullen wij er nooit aan moeten beginnen om, na eventuele executie van woningen, de hypotheekschuld kwijt te schelden, tenzij men zich hiervoor heeft verzekerd.

In de Verenigde Staten kent men het onzalige systeem van de non-recourse-leningen voor woningen: als door prijsdaling de hypotheekschuld wezenlijk hoger is dan de waarde van de woning, lever je de sleutel in bij de bank en heb je verder geen schuldverplichtingen meer. Het blijkt dat een gedeelte van de berekenende burgers dit bewust doet, ook al kunnen zij de hypotheekrente keurig betalen. Het is dan voordeliger om elders een andere woning te kopen of te huren. Dit systeem bevordert het speculeren, want bij een waardestijging is het gewin voor de eigenaar en bij waardedaling is het verlies voor de bank. Gelukkig zit deze fout niet in onze wetgeving.

Ten tweede het zogenaamde generatieconflict tussen jongeren en ouderen. Regelmatig valt te lezen dat de huidige generatie de jongeren in de toekomst opzadelt met onbetaalbare lasten, zowel met betrekking tot de AOW als vanwege onvoldoende middelen in pensioenfondsen. Ook hier geeft het CBS een aardig cijfer. Nederland is 3.500 miljard euro waard. De totale voorraad woningen, bedrijfsgebouwen, delfstoffen, kapitaalgoederen, infrastructuur en duurzame consumptiegoederen is gewaardeerd op dit bedrag en dat is netto – dus na aftrek van hypotheken en staatsschuld. Sommige onderdelen verouderen (gebouwen en infrastructuur) of raken op termijn op (aardgas). Maar in zijn totaliteit laten wij de komende generaties wel wat na. Sommige grote werken, zoals de HSL, Betuwelijn en de Noord-Zuidlijn, zijn daarbij nu nog niet rendabel, maar blijven op lange termijn bruikbaar.

Ook de pensioenfondsen laten wij na, en daar kunnen de meeste landen om ons heen jaloers op zijn. Uit een recente enquête onder de bevolking komt echter een gevaarlijk geluid naar voren: een meerderheid is van mening dat de fondsen uitsluitend nog moeten beleggen in staatsleningen en spaargeld. Als dit de richting moet worden, dan ziet de toekomst van de jongeren er inderdaad niet goed uit. DNB heeft eind 2008, begin 2009 (en ook recent) nog zo nadrukkelijk gewaarschuwd voor de risico’s van onderdekking en het niet kunnen indexeren van pensioenen dat de bevolking nu kennelijk meent dat pensioenfondsen onverantwoord risicogedrag vertonen.

Inmiddels zijn wij een jaar verder en is de dekkingsgraad van die fondsen die niet in paniek hun aandelen in maart 2009 hebben verkocht, weer duidelijk gestegen. Ik hoop dat in 2010 de pensioenfondsen (werkgevers en werknemers) samen met de toezichthouder (DNB) een evenwichtig langetermijnbeleid opstellen, waarbij risico en rendement een eigen plaats krijgen. Waar DNB in het geval van Icesave en DSB wel erg terughoudend is geweest met waarschuwingen, is de toezichthouder mijns inziens met de waarschuwing voor de gevaren bij de pensioenfondsen wat al te hard van stapel gelopen.

Bronnen:
CBS,Sociaaleconomische trends, 4e kwartaal 2009, pag. 39
CBS,Webmagazine 14-12-2009

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt januari 2010.

Reageer op dit artikel