blog

Steden maken het verschil

Geen categorie

Ook Mipim 2010 maakte duidelijk dat de internationale concurrentie steeds meer tussen steden plaats vindt dan tussen landen. Natuurlijk Parijs, Lyon en Bordeaux vallen allemaal onder hetzelfde Franse belastingregime, kennen dezelfde Franse inflatie, en de milieuregelgeving is ook voor alle Franse steden hetzelfde. Maar met de manier waarop de steden zich profileren maken ze zichzelf troeven van het Franse vestigingsklimaat.

Tien tot vijftien jaar geleden was dat beeld heel anders. Steden waren in economisch en sociaal opzicht gespleten, regionalisatie was de trend en steden waren het perfecte voorbeeld van ‘diseconomies of scale’ (congestie, criminaliteit). Vandaag de dag worden overal in Europa steden heruitgevonden als centra van groei, dé locatie voor de creatieve klasse en als plekken waar de globale concurrentiestrijd wordt uitgevochten.

Tijdens een recente Randstad 2040-bijeenkomst maakte prof. Philip McCann (Rijksuniversiteit Groningen) een helder onderscheid. Aan de ene kant wordt de wereld kleiner en spelen afstanden steeds minder een rol. Denk aan outsourcing van productie naar China of call centers die vanuit India de Nederlandse markt bewerken. Dan gaat het om routinematige, gestandaardiseerde en niet-kennisintensieve activiteiten. Maar als het gaat om wel-kennisintensieve en niet-routinematige activiteiten, dan speelt afstand wel degelijk een rol. De concentratie van mensen en activiteiten leveren steden (maar ook high tech valleys) een duidelijk voordeel op. En daarom – zo leren tal van wetenschappelijke studies – kennen bedrijven in steden een hogere productiviteit, innovatiegehalte en vinden ze er hoger opgeleide mensen.

De Britse onderzoeker Michael Staper verbindt hier het begrip ‘urban competitiveness’ aan, gedefinieerd als ‘the ability of an economy to attract and maintain firms with stable or rising market shares in an activity, while maintaining stable or increasing standards of living for those who participate in it’. Dus het gaat niet alleen om welvaart, maar ook om welvaartsverdeling. ‘Competition’ is in zijn ogen een zero sum game, je hebt winnaars en verliezers. Versterken van de concurrentiekracht van steden (urban competitiveness) vergroot de kans op nationale welvaartsgroei. Zes factoren bepalen het succes van steden: economische diversiteit, goed opgeleide beroepsbevolking, bereikbaarheid, concentratie van know-how & innovatie, woon- en leefklimaat en de strategische capaciteit om lange termijn ontwikkelingsstrategie te ontwikkelen en te implementeren. Vooral dit laatste punt is interessant, omdat de ruimtelijke ordening in Nederland van de laatste dertig jaar ons heeft geleerd dat we wel de verbeeldingskracht hebben hoe het zou moeten, maar niet de bestuurlijke uitvoeringskracht (snelle procedures, geld).

Deze analyse betekent overigens niet dat regio’s onbelangrijk zijn. Integendeel, Europa’s meest concurrerende steden hebben succesvolle regionale strategieën op het gebied van ruimtelijke ordening en infrastructuur, zodat er in een regio op relatief korte afstand volop keuzemogelijkheden zijn voor inwoners, werkers en bedrijven. Maar omgekeerd zijn er nauwelijks economisch succesvolle regio’s bekend die niet een in de regio gelegen sterke stad (of steden) als economisch hart hebben.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt april 2010.

Reageer op dit artikel