blog

Hoofdkantoren on the move

Geen categorie

Jarenlang werden hoofdkantoren van bedrijven gezien als grijze kantoorbunkers, waar onduidelijk, maar goedbetaald werk werd verricht. In het nieuws waren ze nooit.

Totdat Philips zijn hoofdkantoor van Eindhoven naar Amsterdam verplaatste, totdat onduidelijk was of het nieuwe hoofdkantoor van het overgenomen ABN Amro wel in Nederland zou blijven, totdat duidelijk werd dat Amsterdam als wereldwijd financieel centrum steeds minder voorstelt, totdat het buitenland aan ‘onze’ Europese hoofdkantoren van Amerikaanse en Japanse bedrijven begon te trekken en totdat bestuurders van bedrijven suggereerden hun hoofdkantoor te verplaatsen, omdat ze de maatschappelijke discussie over hun topsalarissen beu waren. Toen was er meteen sprake van schrikreacties. Voor CoreNet (de wereldwijde vereniging van vastgoeddirecties bij eindgebruikers) en Buck Consultants International aanleiding om tijdens de Provada een debat te houden over de betekenis en locatiekeuzes van hoofdkantoren.

Vraag: wat is een hoofdkantoor? Antwoord: een command & control centrum voor strategievorming, planning en controle van concernactiviteiten. Vroeger zat bij hoofdkantoren alles onder één dak: het juridische centrum, de value adding activities (bijvoorbeeld inkoop, supply chain management), de back office-activiteiten (bijvoorbeeld de financieel-administratieve processen) en ook nog vaak Research & Development. Philips in Eindhoven was decennia lang hiervan een goed voorbeeld. Nu zien we veel meer geografische splitsing van het juridische centrum, de value adding activiteiten, de back offices en het R& D-centrum. Elk onderdeel zit op de beste locatie voor dat specifieke onderdeel.

In Nederland zijn vijf typen hoofdkantoren te vinden met een internationale dimensie. Allereerst de wereldwijde hoofdkantoren van Nederlandse concerns. Philips, ING, Akzo Nobel, Ahold, Heineken, TNT, allemaal in de Amsterdamse regio; Shell en KPN in Den Haag, Unilever in Rotterdam en Rabobank, Fortis en SHV in Utrecht om maar enkele voorbeelden te noemen. Ten tweede zijn er enkele wereldwijde hoofdkantoren van buitenlandse concerns die in Nederland een centrale holding hebben, vooral om belastingredenen. Voorbeelden zijn EADS en tot voor kort het Indiase Mittal Steel. De derde groep hoofdkantoren zijn Europese coördinatiecentra van buitenlandse bedrijven. Uiteenlopende bedrijven als Canon, Nike, Llyondell, Mitsubishi, Mexx, Ricoh en Burger King hebben een dergelijk Europees hoofdkantoor in Nederland. De vierde groep betreft Benelux hoofdkantoren van buitenlandse bedrijven. Hierbij gaat het om bedrijven die voor Nederland, België en Luxemburg één (verkoop)kantoor hebben. Vooral Breda heeft zich succesvol weten te positioneren als Beneluxstad getuige de komst van de Beneluxvestigingen van onder andere General Motors, Toshiba, Lego en Alfa Laval. En tot slot hebben we de nationale hoofdkantoren van buitenlandse bedrijven. In de praktijk zijn dit vaak marketing- en verkoopvestigingen gericht op de Nederlandse markt.

Recent onderzoek van de Boston Consulting Group toont aan dat de economische betekenis van de hoofdkantoren groot is. Van de 500 grootste bedrijven ter wereld hebben er zestien in Nederland het wereldwijde hoofdkantoor (à la Philips en Unilever) en veertien in Nederland het Europese hoofdkantoor. Samen goed voor 30.000 directe banen en 120.000 indirecte banen. Opgemerkt moet worden dat in dit onderzoek hoofdkantoor heel breed is opgepakt dus bijvoorbeeld ook inclusief alle R&D-activiteiten. Het indirecte economische effect is zo groot, omdat er veel gebruik wordt gemaakt van advocaten, financieel specialisten, hotels, Schiphol, restaurants, et cetera. Juist vanwege de economische betekenis en de beslissingsmacht is er een internationale slag om (Europese) hoofdkantoren. Jaarlijks vestigen zo’n zeven tot tien bedrijven hun Europees hoofdkantoor in Nederland, waarmee ons land een marktaandeel van ongeveer 10 procent heeft. De belangrijkste locatiefactoren zijn gunstige belastingen, aanwezigheid geschikt meertalig personeel, nabijheid klanten (lees: Europese markt), internationale bereikbaarheid, woon- en leefklimaat voor expatriates en – last but not least – een gunstig kostenniveau. Nederland doet het van oudsher goed. Maar concurrenten als Londen, tal van Zwitserse cantons (met zeer lage belastingen), Frankfurt, Düsseldorf en Dublin liggen op de loer, terwijl voor de centrale back-office-activiteiten steden als Praag en Boedapest zich succesvol kandideren.

Ik heb al eerder betoogd dat hoofdkantoren zeer belangrijk zijn voor de Nederlandse (kennis)economie en zeker ook voor de vastgoedmarkt. Het Nationale Innovatieplatform onder leiding van premier Balkenende heeft onlangs aangegeven dat – los van technologieclusters – Nederland zich als ‘portal to Europe’ moet profileren met buitenlandse hoofdkantoren als belangrijkste doelgroep. Een actieprogramma is in voorbereiding en dat is goed nieuws voor de vastgoedmarkt.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt juni/juli 2008.

Reageer op dit artikel