blog

Er zijn brieven en brieven

Geen categorie

De redactie van Vastgoedmarkt krijgt met enige regelmaat brieven en e-mails, in reactie op berichten, interviews en artikelen in zowel de printeditie als de digitale nieuwsbrief.

Vaak betreft het verzoeken om aanvullingen (‘Wij waren ook bij die deal betrokken als adviseur’) en correcties (‘Het aantal vierkante meters dat jullie opgeven, is onjuist’). Als wij een fout maken, corrigeren we dat, hoewel de ervaring leert dat de meeste onjuistheden niet door ons worden veroorzaakt maar door onjuiste of onvolledige aanlevering van informatie. Met de transparantie van deals is het ook niet best gesteld en die transparantie wordt er alleen maar minder op in deze crisistijd. Het aantal transacties, waarvan de prijs niet wordt genoemd, is flink aan het afnemen. Dit in sterk contrast met het Verenigd Koninkrijk waar bij elke deal minimaal de yield wordt aangegeven.

Wij ontvangen ook met enige regelmaat hardere brieven, vaak van een woedende lezer, meestal in de vorm van een dreigend schrijven door de advocaat. Het dreigen met een kort geding en het juridisch aansprakelijk stellen van een medium of hoofdredacteur sorteert echter bij mij – en dat geldt voor alle hoofdredacteuren – weinig effect. Mijn standpunt is altijd: als wij een fout maken, dan corrigeren we die. Dat ligt bij meningen, waardeoordelen en analyses wat gecompliceerder. Daarbij is immers sprake van meer subjectiviteit. En hoe subjectiever een uiting is, des te meer staat die open voor wisselende interpretaties. Mijn ervaring zegt: de schade van een kort geding is meestal groter voor degene die de journalist in de beklaagdenbank wil zetten dan voor de journalist of het medium. Het is misschien zuur, zeker als de klager vindt dat hem onrecht is aangedaan door een publicatie, maar gelijk krijgen draait ook nog wel eens uit op hoongelach en leedvermaak.

Vastgoedmarkt ontvangt ook met enige regelmaat anonieme brieven. Die zijn eigenlijk het minst welkom. Want we kunnen er zo weinig mee, zelfs als ze goed zijn gedocumenteerd. Zo ontving de redactie onlangs een brief waarin beschuldigingen stonden over nepotisme en eigenbelang bij financieringstransacties op een lokaal kantoor. Overigens zonder concrete aanwijzingen om een onderzoeksdossier te openen. Natuurlijk is de redactie er toch even mee aan de slag gegaan om al snel te ontdekken dat ook de landelijke directie een soortgelijke brief had ontvangen.

En natuurlijk, zo begreep ik, waren op dat hoofdkantoor direct alle procedures ingezet en werd de compliance officer aan het werk gezet. Met als resultaat – zo heb ik vernomen – dat er niets onoorbaars is ontdekt, maar dat de betreffende personen wel in een ongewenst bootje zijn terechtgekomen en waarschijnlijk toch zeeziek zijn geworden. Aan de andere kant: verdachtmakingen moeten worden onderzocht, want als dat niet gebeurt, kan de verdenking worden gewekt dat er iets wordt verborgen.

Als redactie hebben we er verder niets meer mee gedaan. De aanwijzingen waren te weinig concreet en aan nog meer geruchten hebben we niets. Dat gold ook voor een andere anonieme brief over de vastgoedfraude aan de Zuidas. Daarin werd gesuggereerd om toch ook eens te kijken naar personen die zich nu opwerpen als verdedigers van de moraal en de integriteit in de sector, maar die ook het nodige op hun geweten zouden hebben. Al snel kwam ik er achter dat dezelfde brief ook naar minstens een landelijk dagblad was gestuurd. Deze brief bevatte wat meer concrete informatie dan het hiervoor genoemde exemplaar, maar die was al bij de redactie bekend en had deels ook al in de media gestaan. Dus met deze brief is verder niets gebeurd en ik heb geconstateerd dat ook de andere media de brief hebben gelaten voor wat hij was.

En dan is er nog een brief van Ger Visser, de directeur en grote man achter Eurocommerce. Wie mijn commentaar in Vastgoedmarkt van mei 2009 heeft gelezen, weet dat ik daarin Eurocommerce flink heb aangepakt. Met nogal wat reacties – mondeling en per e-mail – van vastgoedprofessionals die me ermee complimenteerden. Waarvan mijn dank, want ik ben ijdel genoeg om te worden gewaardeerd om wat ik schrijf. Ger Visser reageerde met vijf kantjes, begon met Beste Ruud en eindigde ermee me uit te nodigen voor een kop koffie tijdens de Provada. En tussen de aanhef en de afsluiting legde hij me uit, heel gedetailleerd, waarom hij het in grote lijnen niet met me eens is.

Ik heb Ger – die twee jaar geleden door zijn prestaties niet voor niets werd genomineerd voor de Vastgoedmarkt Award 2006/2007 – gecomplimenteerd met zijn brief, die in deze editie van Vastgoedmarkt grotendeels integraal is opgenomen. Het aardige is verder, dat hij onze ontmoeting tijdens de Provada afsloot met de opmerking: ‘Je hoeft het helemaal niet met me eens te zijn. Ik vertel alleen maar hoe ik het zie en ik laat het aan jou over wat je ermee doet.’ Niets geen kort geding, nergens dreiging, maar dialoog. En dat is wat Vastgoedmarkt onder meer wil zijn: een platform voor transparantie, meningen en debat. Chapeau Ger, zoals ze in Limburg zouden zeggen.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt juni-juli 2009.

Reageer op dit artikel