blog

Verbijstering over onze rechtstaat

Geen categorie

Met meer dan normale belangstelling heb ik de perspublicaties over de zaak tegen de voormalige Ballast Nedam-topman Peter F. gevolgd. Deze werd verdacht van het oplichten voor tientallen miljoenen euro’s. Tweeënhalf jaar had het OM tegen hem geëist. In de media was F. inmiddels door het slijk gehaald en veroordeeld. De rechter dacht over die eis toch anders. De rechtbank van Groningen achtte hem wel schuldig aan vervalsing van een overeenkomst, maar legde de man geen straf op. Sterker nog, de rechtbank haalde uit naar het OM door kritiek te hebben op de hoge strafeis in relatie tot de ten laste gelegde vergrijpen. Ook gaf de rechtbank aan, dat Peter F. al genoeg was gestraft door alle publicaties in de media.

Twee opmerkingen bij deze gang van zaken. Het OM is blijkbaar opnieuw niet in staat geweest hard te maken dat iemand niet deugt. Dat levert voor het publieke rechtsgevoel uiteindelijk de frustrerende constatering op, dat niet is komen vast te staan of deze verdachte laakbare handelingen heeft verricht die inderdaad om een fikse straf vragen. De tweede kanttekening die ik wil maken is, dat meer dan feitelijke media-aandacht voor zo’n zaak blijkbaar als een straf wordt gezien. De media worden aldus uitvoerder van een executie. Met andere woorden: een rechtsgang hebben we blijkbaar niet meer nodig. De media zorgen dat de aanklacht – vaak geholpen door het OM, die immers voortdurend lekt – al breeduit en vaak sensationeel gekleurd wordt uitgemeten, zodat de betreffende persoon bij voorbaat al als schuldig is neergezet. En vervolgens wordt diezelfde aandacht in de media ook nog eens als straf gezien.

Hetzelfde patroon zien we bij de gang van zaken bij de vastgoedfraude rond het Philips Pensioen Fonds en het voormalige Bouwfonds. De media beschikken gedetailleerd over informatie over arrestaties en wat de betreffende personen ten laste wordt gelegd en een krant als het Financieele Dagblad lijkt inmiddels in deze zaak een soort verlengstuk te zijn geworden van de PR-machine van het OM. Hoewel het FD vrijwel dagelijks alle sappige details weet te melden, durven de twee verslaggevers van die krant rustig te beweren dat ‘bijna alle informatie geheim is en dat de affaire wat dat betreft nog in de kinderschoenen staat.’ (2 april, pag. 13) Ook citeert het FD de hoofdofficier van justitie René Craemer. Die meende in het openbaar te moeten zeggen ‘het griezelig te vinden dat de sector zo vergoelijkend reageert op deze fraude.’ Meneer Craemer hoort blijkbaar andere dingen dan ik in de vastgoedmarkt, maar hij begrijpt dan ook weinig van deze sector en maakt vooral een vooringenomen indruk.

Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat er een groot aantal verdachte transacties rond Jan van Vlijmen en Will Frencken heeft plaatsgevonden. Die transacties zijn in Vastgoedmarkt ruimschoots aan bod gekomen en iedereen in de sector, maar ook de toezichthouders (directeuren, commissarissen, adviseurs, juristen, alsook de Belastingdienst en het OM) hebben blijkbaar jarenlang zitten slapen. Hun verantwoordelijkheid voor dit gebrek aan professioneel toezicht wordt overigens nergens aan de kaak gesteld. Maar verdacht is nog iets anders dan frauduleus en al helemaal niet identiek aan onderwereld of maffia, zoals onze nationale theaterknuffeloom Joop van den Ende nu blijkbaar via de media mag verkondigen.

Van den Ende deed jarenlang zaken met de verdachte personen, heeft zich al die jaren, denk ik, goed en duurbetaald laten adviseren, en komt nu ineens tot de conclusie dat hij met de maffia aan tafel heeft gezeten. En dat allemaal op prime tv. Van den Ende heeft hiermee de trekker overgehaald van het pistool dat de media (en het OM) hem hebben aangereikt, maar ik dacht altijd dat alleen een onafhankelijke rechter de bevoegdheid had dat te doen. Waarvan de in de media genoemde personen worden verdacht, is een zeer serieuze zaak. En als voor de rechtbank kan worden hardgemaakt door het OM, dat ze inderdaad in samenzwering frauduleus voor vele miljoenen euro bij pensioenfondsen en andere bedrijven hebben weggesluisd naar privérekeningen, horen ze hard te worden gestraft. Maar niet door de zogenaamde objectieve media.

Ik bespeur in de sector ook op geen enkele wijze iets van vergoelijking, zoals Craemer beweert. Eerder verontwaardiging en verbijstering, vooral omdat het om personen gaat die we allemaal wel eens zijn tegengekomen, de hand hebben geschud, met wie we een voortreffelijk diner of een goede fles wijn hebben gedeeld of op de golfbaan hebben gestaan. Verder wijzen de initiatieven van IVBN en Neprom en de maatregelen die alle relevante partijen hebben genomen om de interne controle nog verder aan te scherpen, erop dat de sector de kwestie zeer serieus neemt. Vanwege de grondrechten van iedere verdachte – en diens gezin, familie, vrienden en zakenbelangen – blijft het wel letterlijk van levensbelang dat de wezenlijke normen van onze rechtstaat niet worden geschonden. En dat is hier het geval.

Deze column is eerder gepubliceerd in Vastgoedmarkt april 2008.

Reageer op dit artikel