nieuws

Vooral Brabanders boeren goed dankzij eigen huis

Financieel

Vooral Brabanders boeren goed dankzij eigen huis

Opvallend veel inwoners van Brabantse dorpen hebben hun vermogen de afgelopen sterk zien toenemen, vooral door sterk gestegen huizenprijzen. 

In 2018 bedroeg het doorsnee vermogen van Nederlandse huishoudens 38,4 duizend euro, 10 duizend euro meer dan een jaar eerder, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.  De toename komt vooral doordat woningen in waarde bleven stijgen. Het vermogen is nog niet op het niveau van 2008. Wanneer de eigen woning buiten beschouwing blijft, was het vermogen met 14,6 duizend euro iets hoger dan in 2017 en iets lager dan de piek in 2010.

Brabantse gemeenten

Met een vermogen van in doorsnee 337 duizend euro was Bloemendaal de meest vermogende gemeente in 2018. Dat is bijna 9 keer zo veel als landelijk (38,4 duizend euro). Ook staan er in de top tien van meest vermogende gemeenten veel Brabantse dorpen: Alphen-Chaam, Hilvarenbeek, Oirschot, Sint-Anthonis en Bergeijk. Hier wonen naar verhouding veel ouderen, die gedurende hun leven een flink vermogen hebben opgebouwd.

Rotterdam het armst

Huishoudens met het laagste doorsnee vermogen bevinden zich vooral in de grote steden. Het minst vermogend is Rotterdam met een doorsnee vermogen van 4,3 duizend euro, maar ook inwoners van Amsterdam (7,9 duizend) en Den Haag (9 duizend) zitten in het lijstje ‘armste gemeenten’.  Utrecht is de enige van de vier grote steden die niet in de top tien van gemeenten met laagste vermogens valt, maar ook daar was het vermogen met 14,2 duizend euro relatief laag. In de grote steden wonen relatief veel jongeren, uitkeringsontvangers en personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Deze groepen hebben doorgaans weinig vermogen.

Vooral eigen woning

De tien procent huishoudens met de laagste vermogens hadden samen meer schulden dan bezittingen. Per saldo hadden ze een negatief vermogen van 45 miljard euro. Dat komt vooral doordat in deze groep veel woningbezitters zitten van wie de hypotheekschuld hoger is dan de woningwaarde. Het meeste vermogen is geconcentreerd bij de hoogste tien procent vermogens. De bezittingen van die huishoudens (1 033 miljard euro) bestonden voor 36 procent uit eigen woning, voor 20 procent uit aanmerkelijk belang en voor 13 procent uit bank- en spaartegoeden. Hun schuld bedroeg 157 miljard euro.

Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld zijn eventueel opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meegenomen omdat het CBS tot op heden geen toegang heeft gekregen tot de onderliggende gegevens.

Reageer op dit artikel