nieuws

Inkomensongelijkheid nergens zo groot als in Laren

Financieel

Nergens zijn de verschillen tussen de laagste en hoogste inkomens gemiddeld zo groot als in het Gooise Laren, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de vermogens- en inkomensontwikkeling in de periode 2011-2017.  De gestegen huizenprijzen zorgen er wel voor dat de vermogensongelijkheid over de gehele linie is afgenomen.

Inkomensongelijkheid nergens zo groot als in Laren

In gemeenten met een gemiddeld hoog gestandaardiseerd besteedbaar inkomen, zoals Laren, Wassenaar en Blaricum, ligt de inkomensongelijkheid ver boven de landelijke. Echter niet alleen in rijke gemeenten, maar ook in studentensteden, inclusief de vier grote steden, lopen de inkomens vaak flink uiteen. Daar bestaan relatief grote verschillen tussen de doorgaans geringe inkomens van studentenhuishoudens en die van andere inwoners.

Limburg en Oost-Groningen

In gemeenten met relatief veel ouderen met overwegend lage inkomens liggen de inkomens doorgaans dicht bij elkaar. Zo is de inkomensongelijkheid in vergrijsde gemeenten in de regio Parkstad Limburg, zoals Brunssum, Landgraaf en Kerkrade, naar verhouding klein. Ook in gemeenten als Pekela en Stadskanaal is de ongelijkheid om die reden beperkt.

Sociale uitkeringen

De ongelijkheid van het inkomen was in de periode 2011–2017 het grootst in 2014. Dat komt vooral door een incidentele fiscale maatregel die het voor directeur-grootaandeelhouders aantrekkelijk maakte zich in dat jaar veel dividend uit te keren. Door het verstrekken van sociale uitkeringen en het innen van belastingen en premies bleef de inkomensongelijkheid in de periode 2011–2017 vrijwel onveranderd.

Afname vermogensongelijkheid

De vermogensongelijkheid tussen huishoudens is gedaald vanaf 2015. Dit hangt samen met de aantrekkende woningmarkt. Tussen 2011 en 2014 nam de ongelijkheid in vermogen tussen huishoudens toe. Dit hing sterk samen met de daling van de huizenprijzen tijdens de economische crisis. Een deel van de huizenbezitters heeft een negatief vermogen, doordat hun hypotheekschuld hoger is dan de woningwaarde. Aangezien het eigen huis voor de minder vermogende huizenbezitters het belangrijkste vermogensbestanddeel is, trof de huizencrisis hun vermogen relatief harder dan de rijkeren die vaak ook over andere vermogensbestanddelen beschikken.

Doordat de huizenprijzen vanaf 2015 oplopen, neemt de vermogensongelijkheid vanaf dat jaar weer af. De vermogensongelijkheid exclusief eigen woning is in de periode 2011-2017 vrijwel niet veranderd.

Reageer op dit artikel