nieuws

Amsterdam grootverdiener met grondexploitatie

Financieel

Gemeenten hebben vorig jaar een positief resultaat geboekt van 1,25 miljard euro op grondexploitaties. Dat is een stijging van 20 procent vergeleken met 2017. Grootverdiener is Amsterdam met een resultaat van maar liefst 491 miljoen euro.

Amsterdam grootverdiener met grondexploitatie

Dat blijkt uit een analyse van de TU Delft op basis van cijfers van het CBS. Het positieve saldo bestaat voor een kwart miljard euro uit een positief resultaat op investeringen in fysieke bedrijfsinfrastructuur en voor een miljard euro uit grondexploitaties voor woningbouw.

Een positief resultaat is geen vanzelfsprekendheid. Tijdens de vastgoedcrisis in 2010 (-687 miljoen euro), 2011 (-247 miljoen), 2012 (-640 miljoen miljoen) en 2014 (-158 miljoen euro) werden grote verliezen geleden. In de jaren 2013 (+196 miljoen euro), 2015 (+525 miljoen euro) en 2016 (688 miljoen) spekten de grondexploitaties wel de gemeentelijke kas, net als de afgelopen twee jaar.

De extra financiële ruimte in grondexploitaties over 2018 wordt nog niet benut voor extra investeringen om ervoor te zorgen dat er meer woningen worden gebouwd, constateren de onderzoekers.  Het extra saldo komt met name voort uit de post ‘overige verrekeningen’, waar onder andere herwaarderingen van grondexploitaties en boekwinsten en boekverliezen bij de verkoop van grond dienen te worden verantwoord.

68 procent  van de gemeenten heeft een positief saldo en 32 procent een negatief saldo. De positieve saldi per gemeente (gemiddeld  7,9 miljoen euro) zijn daarbij beduidend groter dan de negatieve saldi (gemiddeld 1,6 miljoen euro per gemeente met een negatief saldo).  Als Amsterdam met een positief saldo van 491 miljoen euro niet wordt meegerekend, hebben de andere gemeenten met een positief saldo een gemiddeld positief saldo van  4,9 miljoen euro.

Naast Amsterdam rapporteren de volgende gemeenten een positief saldo van meer dan 10 miljoen euro: Almere, Lansingerland, Utrecht, Apeldoorn, Westland, Haarlemmermeer, Pijnacker-Nootdorp, Waddinxveen, Ede, Zaltbommel, Meierijstad, Leiden, Uden, Arnhem, Zwolle, Helmond, Diemen, Hellendoorn, Zuidplas, Breda, Zoetermeer en Oosterhout. Tussen deze gemeenten zijn er een aantal die nog terugveren van de klap die ze in de crisis hebben moeten incasseren.

Over 2018 rapporteren alleen Groningen en Schiedam een tekort van boven de 10 miljoen euro. Deze cijfers zijn nog voorlopig. De uiteindelijke jaarcijfers (die voor de zomer in de gemeenteraad worden behandeld) kunnen, zeker op het niveau van een individuele gemeente, nog aanzienlijk afwijken. Ook zijn er gemeenten (zoals Delft en Lelystad) die nog niet zijn meegenomen in deze rapportage, maar wel over de eerste drie kwartalen van 2018 een positief saldo lieten zien van meer dan 10 miljoen euro.

Wat betreft de resultaten van de fysieke bedrijfsinfrastructuur per provincie laat alleen Groningen een negatief resultaat zien (-10 miljoen euro). Grootverdiener is Gelderland met een positief saldo van 65 miljoen euro, gevolgd door Noord-Brabant (52 miljoen euro) en Noord-Holland (46 miljoen euro).  De onderzoekers wijzen er op dat er vaak  grote verschillen tussen de kwartalen zijn, omdat de cijfers afhankelijk zijn van de timing van beslissingen op een paar grotere locaties.

Reageer op dit artikel