nieuws

Ollongren wil baten gebiedsontwikkeling afromen

Financieel

Ollongren wil baten gebiedsontwikkeling afromen
Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken)

Om te voorzien in de vraag naar één miljoen woningen in de steden moeten gemeenten, provincies, het rijk en projectontwikkelaars samenwerken, schrijft minister Kajsa Ollongren in een brief aan de Tweede Kamer.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst er in een kamerbrief op dat er vaak belangrijke baten zijn voor ontwikkelende partijen en gebruikers: ‘Dergelijke baten kunnen nu nog onvoldoende benut worden voor gebiedsontwikkeling en de hiermee samenhangende verbetering van de bereikbaarheid.’

Dat wil minister Ollongren veranderen: ‘Ook de overheidsinvesteringen in verstedelijking kennen verschillende directe en indirecte baten en baathebbers. Zo zijn er vaak belangrijke baten voor ontwikkelende partijen en gebruikers. Dergelijke baten kunnen nu nog onvoldoende benut worden voor gebiedsontwikkeling en de hiermee samenhangende verbetering van de bereikbaarheid.’ Later spreekt de brief over het verhalen van de kosten van publieke voorzieningen.

Reacties

Frank van Blokland van de IVBN: ‘Het is logisch dat de overheid een deel van de baten afhaalt. Dat is begrijpelijk en gebruikelijk. Maar de plus is niet zo groot als de overheid nu denkt’.

Jan Fokkema, directeur Neprom, ziet de brief positief: ‘Het overleg tussen de vier grote steden en de overheid is een goede ontwikkeling. We staan voor de opgave één miljoen woningen te bouwen. Ten tijde van de Vinexwijken was alles goed geregeld, maar nu missen we eigenlijk een ruimtelijk ontwikkelingsplan voor Nederland en een bijbehorend uitvoeringsprogramma inclusief financiële bijdragen. Dit is een belangrijke stap in een onderhandeling die voortduurt.’

Hij vervolgt: ‘Als er langjarige contracten worden aangegaan tussen de grote steden en de ontwikkelende partijen waarbij risico’s afgedekt worden en goede procesafspraken worden gemaakt, dan bevordert dat de voortgang van de ontwikkelingen enorm. Aan de ontwikkelende partijen wordt dan vooraf een grotere bijdrage gevraagd en de overheden geven meer garanties. Bijvoorbeeld dat een specifieke gebiedsontwikkeling ook bij een nieuw gemeentebestuur doorgaat, zonder dat programma’s of ambities ingrijpend worden aangepast . De gemeente neemt bijvoorbeeld de politieke risico’s voor haar rekening en de ontwikkelaar de marktrisico’s . Een meedenkende overheid is erg belangrijk, en risicobeperking levert ook echt wat op . Niet alleen bij de grote vier gemeenten maar ook bij de middelgrote steden als Breda, Zwolle en Arnhem waar ook een forse woningbouwopgave ligt en waar ook omvangrijke investeringen in stedelijke infrastructuur moeten plaatsvinden. Ik hoop dan ook dat dit overleg op termijn verbreed wordt van de G4 naar de G40 .’

Mathieu van Rooij, Bouwend Nederland: ‘Wij staan niet te springen als de kosten zouden toenemen, dat zou echt heel gefundeerd moeten gebeuren. Er staan wel een paar positieve dingen in de brief. Het is goed dat premier Rutte en de minister overleg plegen met de vier grote steden.  En wat ik heel goed vind is dat er in de Mirt een koppeling wordt gemaakt tussen mobiliteit en woningbouwopgave. Want dat ontbreekt nog wel eens’.

Regionale verstedelijkingsfondsen

De G4-steden hebben – tegen de achtergrond van de omvang en urgentie van de verstedelijkingsopgave – gezamenlijk naar een vernieuwing van de aanpak gekeken. Om een eerste beeld te krijgen op welke manieren er versneld kan worden in de aanpak, hebben partijen in de zomer van vorig jaar een quick scan gedaan naar mogelijkheden en buitenlandse ervaringen met nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling. De steden starten met (regionale) verstedelijkingsfondsen en passen spelregels aan om de investeringsruimte gericht op de verstedelijkingsopgave te vergroten. BZK gaat aan de slag met instrumentarium gericht op gebiedsontwikkeling, zoals de mogelijkheden voor het verhalen van kosten voor publieke voorzieningen. Daarnaast onderzoekt BZK hoe de werking van het gemeentefonds en van de verhuurderheffing kan bijdragen aan de verstedelijkingsopgave. Om de financieringskant nader te verkennen, wordt in gesprek gegaan met Invest-NL.

Het is logisch dat de overheid er een deel van de baten afhaalt. Maar de plus is niet zo groot als de overheid nu denkt

Concreet betekent dit het volgende. Het gesprek over de samenhang tussen ruimtelijke ordening, woningbouw en bereikbaarheid wordt met alle regio’s gevoerd in het kader van de bestuurlijke overleggen Mirt. Daarbij zal, voor investeringen in de infrastructuur, een stap-voor stap-benadering worden gevolgd binnen de Mirt-systematiek. Het Rijk stelt dit voorjaar de kaders van een mobiliteitsfonds vast, met aandacht voor de leerervaringen vanuit de lopende gebiedsprogramma’s in de grote stedelijke regio’s. Hiervoor zijn zogeheten proeftuinen mobiliteitsfonds afgesproken. In haar brief noemt de minister geen bedrag, op twitter zweeft echter een bedrag voor InvestNL rond dat Vastgoedmarkt nog niet heeft kunnen verifiëren. Wel is er in juli Wouter Bos als topman benoemd bij het investeringsfonds.

Nog niets concreets

Bij investeringen die gedaan worden, is er bij de ontwikkeling van grote binnenstedelijke gebieden afstemming nodig over wonen, infrastructuur en bereikbaarheid. Dat betekent dat beslissingen over investeringen in mobiliteit, verduurzaming of woningbouwontwikkelingen dichter bij elkaar moeten worden gebracht. Niet voor niets is deze opgave prominent benoemd in het kabinetsperspectief Novi (vergaderjaar 2018-2019, kamerstuk 34682 nr. A) en zijn hiervoor diverse belangrijke afspraken gemaakt tijdens de Bestuurlijke Overleggen Mirt. De brief van de minister is daar de weerslag van. Vooralsnog kan het ministerie nog niet concreet worden, volgens de voorlichter. ‘Er is een groot overleg geweest met de wethouders van de betrokken steden. Daar is dit uitgekomen, verder kan ik niets zeggen’.

Reageer op dit artikel