nieuws

Koopzondag: rechter en politiek schieten winkelier te hulp

Financieel

Koopzondag: rechter en politiek schieten winkelier te hulp

Winkelcentrum Paddepoel in Groningen is de laatste tijd het strijdtoneel van winkeliers die zich verzetten tegen verplichte openingstijden, extra koopavonden en zondagopening.

Een Primera-ondernemer kreeg in november 2017 gelijk van het hof in zijn verzet tegen de verplichting om open te zijn op zondag. Een fietsenzaak werd op 3 januari 2018 door de rechtbank weliswaar veroordeeld tot betaling van boetes, maar mag het lidmaatschap van de coöperatieve vereniging van eigenaars wel opzeggen, waarna hij zijn eigen openingstijden mag bepalen.

In een brief aan de Tweede Kamer (op 26 januari 2018) op heeft staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat aangegeven van plan te zijn voor het einde van het jaar met een wetsvoorstel te komen om de ondernemingsvrijheid van winkeliers ten aanzien van winkeltijden beter te borgen. In de brief geeft de staatssecretaris aan dat het onwenselijk is dat winkeliers, zonder dat zij daarmee expliciet hebben ingestemd, worden geconfronteerd met verplichte verruiming van openingstijden.

In winkelcentra wordt in het algemeen nagestreefd dat winkels dezelfde openingstijden aanhouden. De consument gaat er vanuit dat als een winkelcentrum geopend is, hij terecht kan in alle winkels. Als sommige winkeliers hun deuren gesloten houden heeft dat negatieve impact op de aantrekkelijkheid van het centrum als geheel.  Om deze reden bevatten vrijwel alle huurovereenkomsten bepalingen die voorschrijven dat de huurder zich moet houden aan bepaalde openingstijden. Vaak is er geregeld dat een winkeliersverenging de openingstijden bepaalt. Als de winkel niet is gehuurd, maar eigendom is van de winkelier, kan de verplichting zijn opgenomen in de splitsingsakte en de Vereniging van Eigenaren in geval van appartementsrechten of – zoals in Paddepoel – doordat een eigenaar via een kettingbeding verplicht is om lid te zijn van een coöperatieve vereniging die via een huishoudelijk reglement de openingstijden vaststelt.

Tot 2013 kon gemeente 12 zondagen ontheffing verlenen

Daarnaast is de Winkeltijdenwet relevant. Deze is per 1 juli 2013 ingrijpend gewijzigd. Het systeem van die wet is (nog altijd) dat het in beginsel verboden is om een winkel open te hebben op zondagen en een aantal andere (feest)dagen, en op werkdagen tussen 22 en 6 uur. Tot 2013 gold dat de gemeenteraad voor hooguit 12 dagen ontheffing kon verlenen, dus 12 koopzondagen per jaar. Daarnaast waren er extra mogelijkheden voor een beperkt aantal nachtwinkels en verdergaande ontheffingsmogelijkheden voor toeristische gebieden en grensovergangen. In de huidige Winkeltijdenwet gelden de beperkingen ten aanzien van de vrijstellingsmogelijkheden niet meer en kan iedere gemeente dus zelf bepalen of en hoeveel zondagen de winkels open mogen.

In de rechtszaak van Primera werd beoordeeld of een artikel in de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst de mogelijkheid biedt om de huurder een verplichte koopzondag op te leggen op straffe van boetes. Het artikel schrijft voor dat de huurder zich moet conformeren aan ruimere openingstijden, koopavonden en koopzondagen die worden bepaald door de winkeliersvereniging of de verhuurder. Het hof is van oordeel dat dit wordt begrensd door de redelijkheid en billijkheid en dat dit betekent dat de huurder zich alleen hoeft te houden aan extra openingstijden voor zover die in lijn zijn met wat de huurder ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst kon verwachten. De verplichte koopzondag valt daar niet onder, vindt het hof.

De coöperatieve vereniging van eigenaren (CVvE)

Bij de fietsenwinkel ging het om een geschil tussen een ondernemer die eigenaar is van zijn winkelpand en de Coöperatieve Vereniging van Eigenaren (CVvE) Dit is geen wettelijke Vereniging van Eigenaren zoals die bestaat bij appartementsrechten, maar een bijzondere vorm van een gewone vereniging, van oorsprong gericht op bijvoorbeeld gezamenlijk inkopen. Via een kettingbeding worden opvolgende eigenaren verplicht om lid te worden en te blijven van de CVvE. De CVvE claimde van de ondernemer boetes omdat hij zich niet hield aan langere openingstijden en koopzondagen. De ondernemer zegt zijn lidmaatschap op. De rechtbank moet oordelen over de verbeurte van de boetes en over de vraag of de ondernemer zijn lidmaatschap kan opzeggen, respectievelijk of hij in dat geval toch nog gebonden kan blijven aan vastgestelde openingstijden. De rechtbank oordeelt dat de ondernemer zijn lidmaatschap kan opzeggen tegen het einde van het opvolgend kalenderjaar, omdat volledige uitsluiting van die mogelijkheid in strijd is met de vrijheid van vereniging.

Wel moet de ondernemer boetes betalen vanwege begane overtredingen. Het kettingbeding dat de verplichting oplegt om zich te blijven houden aan vastgestelde openingstijden kan door de CVvE niet worden aangegrepen, omdat dergelijke verplichtingen alleen kunnen gelden op grond van de statuten van de vereniging en verbonden zijn aan het lidmaatschap, aldus de rechtbank.

Winkelier moet expliciet met winkeltijden instemmen

In beide zaken kwam de rechter de winkelier te hulp. Ook de politiek trekt zich het lot aan van de kleine winkelier. Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat het op zichzelf toegestaan is dat er afspraken worden gemaakt over gezamenlijke openingstijden en dat een winkelier verplicht kan worden zich daaraan te houden. Dat moet echter wel zijn gebaseerd op ‘expliciete instemming’ aldus de staatssecretaris: ‘Dit ga ik doen door te regelen dat het niet meer is toegestaan dat besluiten worden genomen over openingstijden waar de winkelier niet zelf mee heeft ingestemd. Een ondernemer die er echter zelf voor heeft gekozen om een contract te tekenen waarin bijvoorbeeld staat dat de winkel op koopavond open moet, zal zich daar ook aan moeten houden. Maar een winkelier mag niet op een later moment alsnog gedwongen worden door een winkeliersvereniging of derde om open te gaan op ruimere openingstijden zonder de instemming van de winkelier.’

Het is de vraag hoe dit in de praktijk kan werken. Immers zullen openingstijden van tijd tot tijd tegen het licht worden gehouden en worden aangepast aan (maatschappelijke) ontwikkelingen. Als een individuele ondernemer daarmee niet instemt zou dat leiden tot versnippering. Denkbaar is dat de vereiste ‘expliciete instemming’ ziet op alle toekomstige verruimingen, dat er dus in algemene huurvoorwaarden of in een adequate vastlegging in de eigendomsakte op een duidelijke manier wordt vastgelegd dat openingstijden kunnen worden aangepast, inclusief extra koopavonden en zondagopening. Het wachten is op het wetsvoorstel. De huidige problematiek lijkt hoe dan ook van tijdelijke aard. Nieuwe ondernemers weten dat winkeltijden kunnen veranderen en zullen daarmee rekening (moeten) houden.

Over de auteur
Sonja van der Kamp is partner Vastgoed en advocaat bij Dentons Boekel.

Dit artikel verscheen in Vastgoedmarkt van maart 2018.

Reageer op dit artikel