nieuws

IVBN: huurprijsstijgingen vrije sector behoeven nuancering

Financieel

IVBN: huurprijsstijgingen vrije sector behoeven nuancering

Frank van Blokland, directeur van beleggersorganisatie IVBN, is bezorgd over de beeldvorming van te sterk stijgende huren in de vrije sector bij beleidsmakers en beslissers, maar vooral ook bij huurders van vrije sector huurwoningen.

Van Blokland  roept publicerende partijen zoals NVM, VGM NL als Pararius én de pers op om ‘nuanceringen in hun berichten op te nemen’. Ook wil hij dat partijen de cijfers van professionele partijen apart gaan vermelden en niet meer mengen met cijfers over particuliere verhuur, die ‘heel vaak gestoffeerd of gemeubileerd of voor tijdelijk worden aangeboden’.

Ten eerste gaat het in de cijfers, die beide partijen publiceren volgens de IVBN om wederverhuur en dus niet om de huurstijging bij zittende huurders. IVBN maakt in haar recente publicatie over middenhuur bekend wat bij institutionele woningbeleggers van in totaal zo’n 140.000 (gereguleerde en vrije sector) huurwoningen de feitelijke huurstijging is geweest voor zittende huurders, inclusief de in dat jaar voor de huurverhoging geldende inflatie. In 2017 was de huurstijging voor zittende huurders in de vrije sector van IVBN-leden 2,4 procent  inclusief 0,3 procent inflatie, dus 2,1 procent in reële termen.

Ten tweede gaat het bij wederverhuur veelal om nieuwbouw, gerealiseerd door institutionele woningbeleggers, die voor de eerste keer wordt verhuurd.  ‘Deze nieuwbouw wordt voornamelijk in de zeer grote gemeenten, met zeer gespannen woningmarkten opgeleverd en is enkele jaren geleden gekocht tegen hoge grondprijzen en wordt nu onder marktconforme huurprijzen verhuurd. Het gaat daarbij veelal om relatief grote woningen (groter dan 80 m2 appartementen en groter dan 100 m2 eengezinswoningen), kwalitatief hoogwaardig en op goede locaties. Naast nieuwbouw zitten in de cijfers ook gerenoveerde en verduurzaamde huurwoningen die opnieuw worden verhuurd tegen een aangepaste huurprijs’, aldus IVBN.

In de cijfers van beide partijen zit volgens Van Blokland bovendien ‘heel veel particulier aanbod van huurwoningen, die vaak op een heel andere manier en tegen hogere prijzen hun woning (al dan niet tijdelijk) te huur aanbieden’. Bij NVM / VGM NL bestaat de helft van de huurwoningen waarover cijfers worden gepubliceerd uit particulier aangeboden huurwoningen (via de NVM-makelaars), de andere helft uit door VGM NL weder verhuurde huurwoningen van professionele partijen.

Bij Pararius gaat het, aldus de beleggersorganisatie,  zelfs maar om 20 procent  van (overwegend) professionele partijen; via Pararius wordt 80% door particulieren gestoffeerd of gemeubileerd verhuurd. Vandaar ook de gemiddeld veel hogere m2-prijzen bij Pararius. Bij Pararius gaat het in het vierde kwartaal om zo’n gemiddeld 1000 huurwoningen dat per kwartaal (op half jaar basis 2000) die door professionele partijen worden aangeboden.

Tot slot blijkt uit de cijfers van NVM / VGM NL welke sterk vertekenende effecten optreden als op lokaal niveau nieuwbouwcomplexen voor de eerste keer worden verhuurd. Zo gaat het bij deze cijfers over 4000 nieuwbouwhuurwoningen.

Reageer op dit artikel