nieuws

De Nederlandse Corporate Governance Code

Financieel

De Nederlandse Corporate Governance Code
Jaarverslag, jaarcijfers

Sinds december 2016 is de tweede aanpassing op de Nederlandse Corporate Governance Code van kracht geworden. De gehele vastgoedsector doet er goed aan de belangrijkste principes van de code in acht te nemen.

Toen in 2003 de eerste Nederlandse Corporate Governance Code verscheen, toen nog geheten Code Tabaksblat, was beursgenoteerd Nederland in rep en roer. De code zag met name toe op de belangen van de aandeelhouders en bevatte veel bepalingen conform het comply or explain-principe. Bedrijven worstelden met de invoering van de code, waarbij met name het in control statement veel aandacht vroeg. Er werd naarstig gezocht naar verklaringen die voldeden aan de code, maar voldoende ontsnappingsclausules bevatten om de aansprakelijkheid te beperken.

Inmiddels leven we in 2018, is corporate governance gemeengoed, heet de code nu ‘gewoon’ de Nederlandse Corporate Governance Code en is in december 2016 de tweede aanpassing op de code van kracht geworden. En ondernemingen willen gewoon in control zijn. Governance is zelfs een beetje een containerbegrip aan het worden. Vandaag de dag spreken we niet alleen over governance in de zin van goed ondernemingsbestuur, maar ook over de governance van bijvoorbeeld bouwbesluiten, benoemingen, investeringen, desinvesteringen et cetera.

De nieuwe corporate governance code

Het thema van de EY-rubriek Zicht op Toezicht, editie 2017/2018 [1] is de bovengenoemde herziene Nederlandse Corporate Governance Code, hierna ‘code’. Deze vernieuwde code werd in december 2016 gepubliceerd en is per 1 januari 2017 van kracht, zodat in de bestuursverslagen behorende bij de jaarrekeningen over de boekjaren eindigend op 31 december 2017 voor het eerst verantwoording dient te worden afgelegd over de naleving van de nieuwe code. In dit artikel een samenvatting van de belangrijkste nieuwe elementen van de gewijzigde code.

Corporate governance gaat over de checks and balances van een onderneming, over goed bestuur en goed toezicht. Dat is natuurlijk niet veranderd in de vernieuwde code. Gelukkig maar, zo stelt Auke de Bos, voorzitter van de Professional Practice Group van EY in het voorwoord op Zicht op Toezicht. Hij stelt verder dat de nieuwe code zich meer dan de vorige versie richt op de belangrijkste elementen van goed bestuur: langetermijnwaardecreatie, cultuur, risicobeheersing en diversiteit. Ook de positie van de internal auditor komt aan de orde. Hieronder gaan we met name in op de eerste drie onderwerpen die, zoals in de onderstaande figuur is weer gegeven, een duidelijke causaliteit hebben.

Verslaglegging en verslaggeving

 

Figuur 1: de causaliteit tussen de belangrijke onderwerpen van de nieuwe code

Langetermijnwaardecreatie

De langetermijnwaardecreatie krijgt vorm binnen de code doordat het bestuur hierop een visie dient te ontwikkelen en bij het bepalen van de strategie van de onderneming deze langetermijnwaardecreatie een centrale rol dient te geven. In het bestuursverslag dient hierover verantwoording te worden afgelegd, waarbij ook aandacht moet worden gegeven aan de relevante korte- en langetermijnontwikkelingen.

Waarom al deze aandacht voor langetermijndenken? In Zicht op Toezicht stelt emeritus-hoogleraar en voorzitter van de Monitoring Commissie van de Nederlandse Corporate Governance Code Jaap van Manen dat sinds de eerste invoering van de code toch vrij veel dingen zijn misgegaan. Hij noemt daarbij expliciet twee bankencrisis, de woekerpolisproblematiek, kartels, corruptie en boekhoudfraudes. En dat – zo constateert hij – toch op een totaal van slechts honderd beursfondsen. Van Manen wijt dit aan kortetermijndenken. Vandaar dat de langetermijnwaardecreatie centraal moet staan. In de eerste plaats wordt dat bereikt door risico’s goed te managen en dan vooral de risico’s dat de langetermijndoelstellingen niet worden behaald. Cultuur is daarbij belangrijk. Cultuur kun je moeilijk regelen in een code, maar je kunt volgens Van Manen het belang daarvan wel benadrukken. De code vraagt dus aandacht voor cultuur; zowel op bestuursniveau maar ook in de organisatie zelf. Daarnaast is hierbij de risicobereidheid, de zogenoemde risk appetite van belang.

Cultuur

In de nieuwe code worden de kaders geschetst waarlangs het ondernemingsbestuur de waarden moet vaststellen die bijdragen aan een cultuur die is gericht op langetermijnwaardecreatie. Het bestuur moet dit bespreken met de raad van commissarissen. Hierbij moet zowel aandacht worden besteed aan 1) de bestaande cultuur binnen de onderneming; 2) de hierin eventuele gewenste wijzigingen; 3) de strategie en het bedrijfsmodel; 4) de omgeving waarin de onderneming opereert. Het bestuur dient ook een gedragscode op te stellen en deze op de website van de onderneming te plaatsen. Gedrag, naleving hiervan en cultuur dienen te worden besproken met medezeggenschapsorganen en de raad van commissarissen. Tot slot legt het bestuur in het bestuursverslag verantwoording af over hoe cultuur, normen en waarden zijn ingebed binnen de vennootschap en over de werking en naleving van de gedragscode.

Risicobeheersing en risicobereidheid

Cultuur speelt een belangrijke rol binnen goed risicomanagement. Een goede risicocultuur, waar de aandacht voor risico’s in het DNA van werknemers zit, is een randvoorwaarde voor het goed functioneren van risicomanagementsystemen. Maar wat zegt de code over risicomanagement? Er zijn drie wezenlijke zaken waarbij het onderliggende principe is dat de onderneming over adequate risicomanagement- en controlesystemen dient te beschikken. Dat is niet zo maar wat. Er zijn vele definities van adequaat maar ‘voldoende, correct en passend’ komt het meest in de buurt van wat hier wordt bedoeld.

Ten eerste is de risicobeoordeling hierbij van belang. Het bestuur dient de risico’s die samenhangen met de strategie van de onderneming en haar activiteiten op haar merites te beoordelen en stelt ook de risicobereidheid vast. Daarbij dient deze bereidheid een directe koppeling te bevatten met de getroffen maatregelen om de daarbij behorende risico’s te mitigeren. Met name dat laatste wordt in de praktijk niet zelden als een knelpunt ervaren. Director Marieke van de Putte bij EY Advisory stelt in Zicht op Toezicht dat per soort risico deze risicobereidheid dient te worden aangegeven – en dat het essentieel is dat bij de bepaling van de risicobereidheid het weerstands- en investeringsvermogen van de onderneming dient te worden meegenomen in de besluitvorming. Kortom, kan de onderneming deze risico’s wel aan?

Ten tweede dient het bestuur adequate risicobeheersings- en controlesystemen te ontwerpen, implementeren en onderhouden. Hierbij is van belang dat deze systemen zo veel mogelijk zijn geïntegreerd binnen de werkprocessen. Lees: niet een risicomanagementsysteem dat er los bijstaat, maar een systeem dat op de werkvloer (de zogenaamde ‘eerste lijn’) wordt opgepakt door iedereen die hierin een rol speelt of dient te spelen.

Het sluitstuk vormt de monitoring van de goede werking van deze systemen en de rapportage over geconstateerde leemten en de doorvoering van de benodigde verbeteringen. En natuurlijk dient het bestuur over dit alles te rapporteren in de risicoparagraaf in het bestuursverslag. Dat is geen sinecure – en wat je opschrijft moet wel kloppen, natuurlijk. Het is ook steeds meer de taak van de externe accountant hierop toe te zien.

Implicaties voor vastgoed

Hoewel de code alleen verplicht is voor beursgenoteerde ondernemingen, doet de gehele vastgoedsector er goed aan de belangrijkste principes van de code in acht te nemen. Zo hebben wij in Vastgoedmarkt van maart 2017 (over het beheersen van vastgoedrisico’s) al het belang van gedrag en cultuur benadrukt. Dit zowel voor wat betreft de goede inrichting van risicomanagement, het optimaliseren van de prestaties van de onderneming als ook het voorkomen van misstanden en fraudes. Daarnaast zijn een langetermijnstrategie en -waardecreatie ook essentieel voor vastgoedondernemingen. Immers, vastgoed is doorgaans een langetermijnbelegging die alle fasen van de cyclus goed moet kunnen doorstaan.

[1] http://www.ey.com/nl/nl/issues/governance-and-reporting/ey-zicht-op-toezicht-2017

Over de auteur
Ad Buisman is partner Real Estate, Hospitality & Construction bij de internationale adviseur EY.

Reacties naar ad.buisman@nl.ey.com

Dit artikel verscheen in Vastgoedmarkt van februari 2018.

Reageer op dit artikel