nieuws

Consumptie in Nederland hangt sterk samen met de huizenprijs

Financieel

Consumptie in Nederland hangt sterk samen met de huizenprijs
hypotheken

Nederland behoort tot de groep landen met een relatief sterk verband tussen huizenprijzen en particuliere consumptie. Dat blijkt uit internationaal onderzoek, meldt De Nederlandsche Bank (DNB).

De sterkte van dit verband hangt vooral samen met de relatieve omvang van het aandeel eigenwoningbezitters met een hypotheek. Dit suggereert volgens DNB dat de institutionele verschillen tussen hypotheekmarkten, zoals verschillen in de fiscale behandeling van de hypotheekrentelasten, waarschijnlijk in belangrijke mate bepalen waarom de relatie tussen huizenprijzen en particuliere consumptie in het ene land zoveel sterker is dan in het andere.

Het effect van huizenprijsstijgingen op de particuliere consumptie loopt via verschillende kanalen. Ten eerste stelt de economische theorie, de zogenoemde permanente inkomenshypothese, dat huishoudens hun consumptiebeslissingen op hun totale (zowel huidige als toekomstige) inkomensstromen baseren. Dit impliceert  volgens DNB dat een permanente stijging van de huizenprijzen voor huiseigenaren tot een toename van consumptie zou moeten leiden, aangezien een toename in de waarde van iemands vermogen zijn toekomstige inkomensstromen verhoogt (vermogenseffect).

Ten tweede vergemakkelijkt een huizenprijsstijging via een hogere waarde van het onderpand de toegang van huiseigenaren tot (hypothecair) krediet. Dit stelt hen in staat om meer te lenen en daarmee hun consumptie te verhogen (onderpandeffect). Daarnaast kunnen huizenprijsstijgingen de consumptie ook beïnvloeden via een positief effect op het consumentenvertrouwen (vertrouwenseffect).

Het verband tussen de ontwikkelingen van de reële huizenprijs en de reële consumptie is voor elf ontwikkelde landen onderzocht voor de jaren 1995-2016. Daarbij is gecorrigeerd voor het effect op de consumptie van reëel beschikbaar inkomen, werkloosheidsvoet, reële rente, reële aandelenprijzen en de VIX-index, die de volatiliteit in de financiële markten meet.

Nederland  behoort met  Zweden, Ierland, Spanje, de VS, en het VK  tot de groep landen met een sterk verband. In  Italië, Frankrijk, België, Oostenrijk en Portugal is dat minder het geval. De voor Nederland gevonden relatie suggereert dat een stijging (daling) van de reële huizenprijzen van 1 procent op korte termijn gepaard gaat met een stijging (daling) van de reële particuliere consumptie van 0,18 procent.

In de periode tussen 2000 en 2008 is in Nederland de gemiddelde reële huizenprijs met 24 procent  gestegen. In de zes jaar daarna volgde onder invloed van de financiële crisis een daling van de reële huizenprijs met weer 24 procent. Vanaf 2014 is de reële huizenprijs gestaag gestegen. De voor Nederland gevonden relatie tussen de reële huizenprijs en de reële consumptie impliceert dat ruim 40 procent van de cumulatieve consumptiegroei sinds 2014 (rond 6 procent) kan worden toegeschreven aan de toename van de reële huizenprijs.

Reageer op dit artikel